Spoorelementen bij koeien een must, maar overdaad schaadt…

Waarom nauwkeurige mineralenvoorziening essentieel is voor koegezondheid

Gezondheid

Koeien hebben mineralen en spoorelementen nodig om goed te functioneren. Onderweg horen we veel over het bijvoeren van mineralen, echter gaat dit vaak om het bijvoeren van de spoorelementen. Mineralen zijn groter en worden gevoerd in grammen, zoals calcium, magnesium, fosfor en natrium. Spoorelementen zijn kleiner en worden gevoerd in milligrammen. Dit zijn koper, selenium, kobalt, zink, jodium, mangaan en ijzer. Al deze elementen hebben hun eigen specifieke functies.

De grond in Nederland bevat te weinig van deze elementen om aan de behoefte van de koe te kunnen voldoen. Bijvoeren is dus een must. Dit kan doormiddel van het bijvoeren aan het voerhek, via de brok, via likstenen of via bolussen. Echter zien we dat er genoeg bedrijven zijn waarbij er te weinig of waarbij er (onbewust) teveel wordt gevoerd.

Om de status van spoorelementen te onderzoeken zijn er verschillende opties. Via bloedonderzoek, via tankmelk of via een leverbiopt. Een leverbiopt is de meest betrouwbare methode. Dit geeft de voorraad weer bij de koe. Dit zegt veel over hoe de koe de afgelopen maanden gevoerd is. Een bloedonderzoek geeft extreme tekorten weer, maar overschotten of lage tekorten niet. Tankmelk monitoring zien we als een niet betrouwbare methode. Onderweg hebben we bedrijven gezien waarbij koeien last hadden van extreme overschotten, maar waarbij de tankmelk in de normaalwaarde bleef hangen.

Het nemen van een leverbiopt is zeer eenvoudig. Aan de rechterzijde van de koe wordt, tussen de ribben door, een kleine incisie gemaakt, waarna de lever kan worden aangeprikt met bioptnaald. De ingreep is niet belastend voor de koe.

Onderweg zien we de meeste problemen met de spoorelementen koper en selenium. Dit zijn beide anti-oxidanten en zijn belangrijk in het verwijderen van schadelijke stoffen uit het lichaam. Bij tekorten gaat dit dus ten koste van de weerstand van de koe. Bij overschotten gaat het zich stapelen in de lever en veroorzaakt daar schade. Daarnaast kan het plots vrij komen naar de bloedbaan waarbij er nog meer schade in het lichaam ontstaat.

Tekorten en overschotten zien we allebei voorkomen bij bedrijven onderweg. Tekorten worden vaak gezien wanneer er niets wordt bijgevoerd bij de koeien. Met name zien we dit bij ouder jongvee, wat leidt tot zwakke kalveren en problemen bij de start van lactatie, zoals tussenklauwontstekingen. Bij overschotten zien we problemen waar de weerstand flink onder druk staat. Hieronder twee praktijkvoorbeelden.

Heftige entreactie bij melkkoeien

Een bedrijf had na een koppelvaccinatie een fikse melkdaling van zo’n 3 liter melk. De koeien kwamen na een week weer op oude productie, maar zorgde ook voor een aantal zieke dieren. Normaliter moeten koeien niet reageren op een enting. Indien dit wel het geval is moet er gekeken worden naar de oorzaak. Een onderdeel hiervan is het analyseren van de gevoerde mineralen. Als dit een aanwijzing geeft tot een probleem gaan we over tot het nemen van een leverbiopt. Op dit bedrijf bleek dat er een fout was gemaakt in de voerinstelling bij de krachtvoerfabriek. De koeien kregen de spoorelementen via productiebrok (7kg), een correctiebrok (1kg) en mineralen via het voer. De correctiebrok hoorde een grotere concentratie spoorelementen te bevatten. De grotere concentratie was echter toegevoegd aan de productiebrok waar de koeien 7 kilo van kregen. De koeien kregen hier zo’n 8x te hoge hoeveelheid selenium toegediend. Dit bleek ook uit het leverbiopt. De hoeveelheid selenium in de lever was 2x zo hoog als de maximaal toegestane waarde. Er is hier direct een plan gemaakt om dit aan te passen. Het selenium werd uit het rantsoen van de koeien gehaald. Het jongvee kreeg bolussen toegediend, zodat instromende vaarzen geen tekort zouden krijgen. Na 4 maanden werden de levers van de koeien opnieuw onderzocht. Het selenium zat weer op een normaal niveau en de problemen waren verholpen

Zwakke kalveren bij pinken

Een ander bedrijf had veel problemen met zwakke en doodgeboren kalveren bij pinken. Bij het jongvee werden er geen spoorelementen bijgevoerd. Een leverbiopt van een doodgeboren kalf hebben we onderzocht. Hieruit kwam een zeer lage hoeveelheid aan kobalt, selenium en koper naar voren. Alle drie elementen zij cruciaal in aanmaak van spieren, botten en de weerstand van het ongeboren kalf. Het is daarom cruciaal dat ze via de moeder dit binnenkrijgen. Als oplossing kreeg al het jongvee dat dicht tegen kalven aan zat kreeg een injectie Multimin en Catosal toegediend. Multimin bevat koper, selenium, zink en mangaan. Catosal bevat veel vitamine B12 (het product van kobalt). Al het andere jongvee kreeg direct via het voer spoorelementen toegediend. Niet alleen voor het kalf is dit cruciaal. Ook voor een pas afgekalfde vaars moet dit voldoende op peil zijn. Anders krijgt de weerstand begin lactatie een flinke dip. Vaak gaat dit gepaard met tussenklauwontstekingen bij vaarzen.

Het voeren van spoorelementen is dus een must, maar wees bewust wat er gebeurd. Ga er niet zomaar vanuit dat het wel goed zit, maar wees kritisch of er niet te veel of te weinig gevoerd wordt. Bij problemen in de koppel is het iets wat echt mee moet worden genomen in het hele verhaal. Met een simpele voerbon van de brok en mineralenmix kan al snel worden gezien hoeveel er gevoerd wordt.

Voor meer informatie kunt u uiteraard contact met ons opnemen!

Geplaatst door:

Deel bericht:

Rundveedierenartsen Wolvega
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.