Infectieziekten

Infectieziekten

1.1 Zwoegerziekte

Zwoegerziekte

In het kort

Zwoegerziekte is een chronische, ongeneeslijke virusziekte bij schapen die vooral de longen, het zenuwstelsel en soms de uier aantast. De ziekte ontwikkelt zich langzaam en leidt uiteindelijk tot productieverlies en sterfte. Bestrijding is vooral gericht op het voorkomen van besmetting en het voorkomen van verspreiding binnen besmette koppels.

Wat is de oorzaak?

Zwoegerziekte wordt veroorzaakt door het Maedi-Visna-virus (MVV).Het virus veroorzaakt een levenslange infectie. Na besmetting kan het jaren duren voordat een dier klinische verschijnselen laat zien.

Wat zijn de verschijnselen van zwoegerziekte?

De verschijnselen verschillen per dier en komen voor in verschillende vormen.

  • Longvorm (maedi, IJslands voor ademnood): toenemende benauwdheid ook in rust, versnelde ademhaling, vermagering ondanks goede eetlust
  • Zenuwvorm (visna, IJslands voor verdorren): zwakte van de achterhand, coördinatiestoornissen, verlammingsverschijnselen
  • Uiervorm: toenemende verharding van het uier met duidelijke melkproductiedaling
  • Gewrichtsvorm: verergerende ontsteking van verschillende gewrichten, onbekend in hoeverre deze vorm van betekenis is in Nederland.
  • Algemene verschijnselen zoals vermagering en verminderde conditie

De ziekte verloopt chronisch en wordt steeds ernstiger.

Bij welke dieren komt zwoegerziekte voor?

Zwoegerziekte komt vooral voor bij volwassen schapen, meestal ouder dan twee jaar. Lammeren raken vaak al jong besmet, maar ontwikkelen pas later in hun leven ziekteverschijnselen. Geiten kunnen ook besmet raken met verwante virussen zoals CAE, maar zwoegerziekte wordt met name gezien bij schapen.

Hoe kan zwoegerziekte worden aangetoond?

Zwoegerziekte wordt aangetoond door:

  • Bloed- of melkonderzoek om antistoffen tegen MVV aan te tonen, worden vaak pas maanden tot jaren na besmetting aangemaakt
  • Pathologisch onderzoek van gestorven dieren om het virus zelf op te sporen

Omdat antistoffen pas na verloop van tijd aantoonbaar zijn, kan herhaald testen nodig zijn. Klinische symptomen alleen zijn niet voldoende voor een definitieve diagnose.

Wat is de behandeling van zwoegerziekte?

Er is geen behandeling tegen zwoegerziekte. Besmette dieren blijven levenslang drager van het virus. In de praktijk betekent dit dat deze dieren afgezonderd moeten worden van de rest van de koppel of moeten worden geruimd. Daarnaast kan ondersteunende therapie helpen om aantasting van het dierenwelzijn zo veel mogelijk te beperken.

Hoe kan zwoegerziekte voorkomen worden?

Preventie is essentieel en bestaat uit:

  • Aankoop van dieren uit zwoegerziekte-vrije koppels
  • Regelmatig bloedonderzoek van de koppel
  • Het apart opfokken van lammeren van besmette ooien
  • Lammeren geen rauwe biest of melk geven van besmette dieren
  • Goede hygiëne en het vermijden van onnodig contact tussen koppels

Een structureel bestrijdingsprogramma is de meest effectieve manier om zwoegerziekte op bedrijfsniveau terug te dringen of te voorkomen. De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft een programma ontwikkeld waarmee koppels schapen zwoegerziekte vrij gecertificeerd kunnen worden.

1.2 Blauwtong

Blauwtong

In het kort

Blauwtong is een besmettelijke virusziekte bij herkauwers, waaronder schapen. De ziekte wordt overgebracht door knutten (kleine steekmuggen) en kan ernstige ziekteverschijnselen en sterfte veroorzaken, vooral bij schapen. Blauwtong kan grote gevolgen hebben voor diergezondheid, productie en handel. Preventie en tijdige melding zijn daarom belangrijk. De laatste uitbraak in Nederland begon in september 2023 waar het virus (BTV-3) zich ook in 2024 over het gehele land heeft verspreid. Mede door vrijwillige vaccinatie van schapen en runderen zijn er in 2025 geen besmettingen gemeld.

Wat is de oorzaak?

Blauwtong wordt veroorzaakt door het blauwtongvirus (BTV). Het virus wordt niet rechtstreeks van dier op dier overgedragen, maar via de beet van besmette knutten (Culicoides-soorten). Er bestaan meerdere virusvarianten (serotypen), die verschillen in ernst en verspreiding. De activiteit van knutten is vooral hoog in de warmere maanden, waardoor blauwtong meestal seizoensgebonden voorkomt.

Wat zijn de verschijnselen van blauwtong?

De ernst kan sterk verschillen per dier en virusvariant. Mogelijke verschijnselen zijn:

  • Koorts
  • Sloomheid en verminderde eetlust
  • Zwelling van kop, lippen, tong en oogleden
  • Ontstekingen in de bek: wondjes, speekselen, moeite met eten
  • Blauwe of paarse verkleuring van de tong (niet altijd aanwezig)
  • Kreupelheid door ontsteking van de kroonrand of klauwen
  • Benauwdheid en neusuitvloeiing
  • Sterfte

Bij welke dieren komt blauwtong voor?

Blauwtong komt voor bij alle herkauwers, maar schapen zijn het meest gevoelig en vertonen vaak de duidelijkste ziekteverschijnselen. Runderen en geiten kunnen ook besmet raken, maar laten meestal mildere symptomen zien.

Hoe kan blauwtong worden aangetoond?

Blauwtong kan worden aangetoond met:
•            PCR-onderzoek op bloed (meest gevoelig)
•            Antistofonderzoek om eerdere besmetting op te sporen
•            Onderzoek van organen of lammeren bij abortus of doodgeboorte

PCR is de standaardmethode tijdens een uitbraak omdat hiermee het virus zelf wordt aangetoond.

Wat is de behandeling van blauwtong?

Er bestaat geen specifieke behandeling tegen het virus zelf. De behandeling is ondersteunend en gericht op:

  • Pijnstilling en ontstekingsremmers
  • Voorkomen of behandelen van secundaire infecties
  • Goede verzorging, droge en schone ligplaats, voldoende water en makkelijk opneembaar voer

Hoe kan blauwtong voorkomen worden?

Preventie bestaat uit meerdere maatregelen:

  • Vaccinatie
  • Beperken van blootstelling aan knutten, bijvoorbeeld:
    • Dieren ’s nachts binnen houden
    • Gebruik van insectwerende middelen waar mogelijk
  • Goede monitoring van de koppel, vooral in risicoperioden
  • Aankoop van dieren met bekende gezondheidsstatus
  • Tijdig melden van verdachte verschijnselen bij de dierenarts

1.3 Ecthyma

Ecthyma

In het kort

Ecthyma, ook wel zere bekjes of orf, is een zeer besmettelijke virusziekte bij schapen en geiten. De aandoening veroorzaakt pijnlijke korsten en wondjes, vooral rond de bek en soms aan de poten of uier. Hoewel de ziekte meestal vanzelf geneest, kan het zorgen voor groeivertraging, verminderde voeropname en er is een besmettingsrisico voor mensen.

Wat is de oorzaak?

Ecthyma wordt veroorzaakt door een parapoxvirus. Het virus dringt het lichaam binnen via kleine wondjes in de huid of slijmvliezen. Het kan langdurig overleven in de omgeving, bijvoorbeeld in korsten, stro en op materialen. Bij lage temperatuur en droogte kan het jarenlang besmettelijk blijven.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Direct contact tussen dieren
  • Contact met besmette materialen of omgeving
  • Via beschadigde huid of slijmvlies (bijvoorbeeld bij wondjes in de bek door ruw, stekelig voer)

Ecthyma is een zoönose: dit betekent dat ook mensen besmet kunnen raken.

Wat zijn de verschijnselen van ecthyma?

De meest voorkomende verschijnselen zijn:

  • Rode plekjes, blaasjes en dikke korsten rond bek en neus
  • Soms aantasting van ogen, oren, poten, uier of geslachtsdelen
  • Pijn bij eten en drinken, waardoor dieren minder opnemen
  • Vermagering en groeivertraging, vooral bij lammeren
  • Soms kreupelheid bij aantasting van de poten
  • Kans op secundaire bacteriële infecties

Bij mensen kunnen pijnlijke huidlaesies ontstaan na contact met besmette dieren, met name wanneer er al kleine wondjes aanwezig zijn aan de handen.

Bij welke dieren komt ecthyma voor?

Ecthyma komt voor bij schapen en geiten van alle leeftijden, maar wordt vooral gezien bij lammeren en jonge dieren. Volwassen dieren kunnen ook besmet raken, maar hebben vaak mildere klachten of zijn al (gedeeltelijk) immuun na eerdere blootstelling.

Hoe kan ecthyma worden aangetoond?

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van het typische klinische beeld. Indien nodig kan aanvullend onderzoek worden gedaan, zoals:

  • Laboratoriumonderzoek (PCR) op materiaal uit korsten
  • Uitsluiten van andere aandoeningen met vergelijkbare verschijnselen

Wat is de behandeling van ecthyma?

Er is geen specifieke behandeling tegen het virus. De aanpak bestaat uit:

  • Ondersteunende verzorging (voldoende voer en water, eventueel zacht voer)
  • Behandelen van eventuele secundaire infecties
  • Jodium spray zodat korsten sneller indrogen en het risico op secundaire infecties omlaag gaat
  • Zieke dieren apart zetten
  • Goede hygiëne bij verzorging

De meeste dieren herstellen binnen 2 tot 4 weken.

Hoe kan ecthyma voorkomen worden?

Preventieve maatregelen zijn:

  • Goede stalhygiëne en het regelmatig reinigen van materialen met water en zeep
  • Stalinrichting aanpassen: staal en kunststof zijn makkelijker te reinigen dan hout
  • Vermijden van scherpe of ruwe voeders die wondjes veroorzaken
  • Zieke dieren tijdig isoleren
  • Gebruik van handschoenen bij het behandelen van besmette dieren (in verband met besmettingsrisico voor mensen)
  • Aankoop van dieren met bekende gezondheidsstatus, dieren die zelf geen verschijnselen meer vertonen kunnen drager blijven en andere dieren besmetten
  • Vaccinatie om verschijnselen te verminderen

1.4 Rotkreupel

Rotkreupel

In het kort

Rotkreupel is een besmettelijke aandoening van de tussenklauwhuid bij schapen die ernstige kreupelheid veroorzaakt. De ziekte heeft grote gevolgen voor dierenwelzijn, groei, vruchtbaarheid en productiviteit. Vroege herkenning en een structurele aanpak zijn belangrijk om verspreiding binnen de koppel te beperken.

Wat is de oorzaak?

Rotkreupel wordt veroorzaakt door een bacteriële infectie, voornamelijk door de bacterie Dichelobacter nodosus. De bacterie tast de huid tussen de klauwen aan en kan zich uitbreiden naar de hoornwand.

De bacterie verspreidt zich via:

  • Direct contact tussen schapen
  • Besmette weiden, klauwbaden en stalvloeren

Vochtige en warme omstandigheden bevorderen de bacteriegroei en -overleving.

Wat zijn de verschijnselen van rotkreupel?

  • Kreupelheid, variërend van licht tot ernstig
  • Roodheid en ontsteking tussen de klauwen, kenmerkende onaangename geur
  • Loslaten of ondermijning van de hoornwand
  • Pijn, waardoor dieren minder lopen en eten
  • Slechtere conditie en minder melkproductie

Bij welke dieren komt rotkreupel voor?

Rotkreupel komt voor bij schapen van alle leeftijden. De ziekte kan zich snel verspreiden binnen een koppel, vooral bij nat weer en op besmette percelen. Dieren die eerder rotkreupel gehad hebben kunnen drager worden.

Hoe kan rotkreupel worden aangetoond?

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de afwijkingen aan de tussenklauwhuid. In sommige gevallen kan aanvullend bacteriologisch onderzoek worden ingezet.

Wat is de behandeling van rotkreupel?

Bij een lichte infectie kan gebruik gemaakt worden van een klauwbad met 10% zinksulfaat waar de schapen minimaal 15 minuten in staan. Daarna moeten de klauwen drogen op een droge ondergrond voor minimaal 30 minuten. Bij ernstige gevallen is dit niet voldoende en kan het te pijnlijk zijn.

De behandeling bij een ernstigere infectie:

  • Isoleer het dier van de rest van de koppel om verdere verspreiding te voorkomen
  • Behandelen met antibiotica in overleg met de dierenarts
  • Pijnstilling
  • Na 2 tot 3 weken het effect van de behandeling controleren. Als de tussenklauwhuid niet hersteld is moet het dier opnieuw behandeld worden.
  • Registratie van behandeling en diernummer
  • Vaccinatie tijdens een uitbraak versnelt het herstel en zorgt voor weerstand tegen nieuwe infecties

Hoe kan rotkreupel voorkomen worden?

Preventieve maatregelen zijn:

  • Regelmatige klauwcontrole en -verzorging
  • Aankoop van dieren met een gezonde klauwstatus
  • Nieuwe dieren tijdelijk in quarantaine
  • Weidebeheer en het vermijden van langdurig natte omstandigheden
  • Structurele aanpak bij terugkerende problemen, eventueel met een saneringsprogramma

1.5 Zomerlongontsteking

Zomerlongontsteking

In het kort

Zomerlongontsteking is een acute luchtweginfectie bij schapen die vooral voorkomt in periodes van verminderde weerstand en veranderende omstandigheden. Schapen kunnen benauwd raken, hoesten en sloom worden; in ernstige gevallen kan de ziekte snel verergeren en zelfs tot sterfte leiden. Snelle herkenning en een combinatie van behandeling en preventieve maatregelen zijn belangrijk om de impact voor de koppel te beperken.

Wat is de oorzaak?

Zomerlongontsteking wordt vooral veroorzaakt door de bacterie Mannheimia haemolytica (voorheen Pasteurella), die van nature aanwezig kan zijn in de neus- en keelholte van gezonde dieren. Indien de weerstand van het schaap verlaagd is — bijvoorbeeld rond spenen, bij stress, hitte-koude wisselingen of suboptimale huisvesting — kan de bacterie diep de longen binnendringen en een ontsteking veroorzaken.

Belangrijke risicofactoren zijn:

  • Verminderde weerstand door spenen of stress
  • Onvoldoende ventilatie, tocht of hoge ammoniakconcentraties in de stal
  • Snelle wisselingen in temperatuur of weertype
  • Overbezetting of slechte stalhygiëne

Wat zijn de verschijnselen van zomerlongontsteking?

Symptomen kunnen variëren van mild tot ernstig en ontwikkelen zich vaak snel:

  • Hoesten en benauwdheid
  • Neusuitvloeiing
  • Hoogste koorts
  • Sloomheid en minder eten
  • Plotselinge sterfte bij lammeren

In ernstige gevallen kunnen longen zwaar aangedaan zijn met slechte prognose, zelfs ondanks behandeling.

Bij welke dieren komt zomerlongontsteking voor?

Zomerlongontsteking kan bij schapen van alle leeftijden voorkomen, maar komt vaak voor bij lammeren en jonge dieren rond het spenen. Door omstandigheden zoals warm weer en stressmomenten kan de aandoening zich door de gehele koppel verspreiden.

Hoe kan zomerlongontsteking worden aangetoond?

De diagnose is vooral klinisch, gebaseerd op de verschijnselen en het beloop van de ziekte. De dierenarts beoordeelt ademhaling, temperatuur en algemene conditie. In sommige gevallen kan aanvullend laboratoriumonderzoek worden ingezet om andere oorzaken van longproblemen uit te sluiten.

Wat is de behandeling van zomerlongontsteking?

  • Antibiotica gericht tegen de bacterie (Mannheimia haemolytica), in overleg met de dierenarts
  • Ontstekingsremmers
  • Zorg voor optimale luchtkwaliteit en ventilatie in de stal

Het succes van behandeling hangt grotendeels af van hoe snel er wordt ingegrepen.

Hoe kan zomerlongontsteking voorkomen worden?

Preventieve maatregelen richten zich op zowel management als op het verbeteren van de weerstand:

  • Optimale huisvesting: voldoende ventilatie zonder tocht, droge en schone ligplaatsen
  • Voorkomen van stressmomenten (zoals plotselinge voerwisseling of transport)
  • Een passend rantsoen
  • Vaccinatie, bijvoorbeeld met een vaccinatieprogramma dat zomerlongontsteking combineert met andere risicoziektes zoals “het bloed” (Clostridium-infectie).

1.6 Clostridium, ‘het Bloed’

Clostridium, ‘het Bloed’

In het kort

‘Het bloed’ wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium perfringens. Deze bacterie komt van nature voor in de omgeving en in het darmkanaal van gezonde schapen en geiten. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze zich snel vermenigvuldigen en grote hoeveelheden gifstoffen (toxines) produceren. Deze gifstoffen kunnen ernstige schade veroorzaken en leiden vaak tot plotselinge sterfte, vooral bij lammeren.

Wat is de oorzaak?

De veroorzakende bacterie Clostridium perfringens kan normaal in kleine aantallen in de darmen aanwezig zijn zonder problemen te veroorzaken. Wanneer omstandigheden in de darm gunstig worden voor bacteriegroei, kan het aantal bacteriën sterk toenemen. Hierdoor worden grote hoeveelheden toxines geproduceerd. Deze gifstoffen veroorzaken een ontsteking van de darm (enterocolitis) en worden via de darmwand in de bloedbaan opgenomen.

Via het bloed kunnen de toxines verschillende organen aantasten, waaronder de longen en nieren. In Engelstalige literatuur wordt de ziekte daarom ook wel “pulpy kidney disease” genoemd.

Factoren die bacteriegroei kunnen stimuleren zijn onder andere:

  • plotselinge verhoging van de voeropname
  • grazen op een nieuwe of zeer voedzame weide
  • plotselinge rantsoenveranderingen
  • rantsoenen met veel krachtvoer

Wat zijn de verschijnselen van het bloed?

De ziekte heeft vaak een zeer snel verloop. In veel gevallen worden dieren plotseling dood aangetroffen zonder dat vooraf ziekteverschijnselen zijn gezien.

Wanneer wel symptomen optreden, kunnen deze bestaan uit:

  • sloomheid
  • knarsetanden
  • buikpijn
  • spiertrillingen of stuiptrekkingen
  • soms neurologische verschijnselen

Omdat de symptomen niet altijd specifiek zijn, kunnen ze verward worden met andere aandoeningen zoals E. coli-diarree of hersenvliesontsteking.

Bij welke dieren komt het bloed voor?

Het bloed komt vooral voor bij lammeren en jonge dieren. Opvallend is dat de ziekte vaak voorkomt bij de best groeiende en best gevoede lammeren.

Volwassen dieren kunnen ook besmet raken, maar ontwikkelen meestal een zekere mate van immuniteit door herhaalde blootstelling aan de bacterie en toxines.

Hoe kan bloed worden aangetoond?

Omdat dieren vaak plotseling sterven, wordt de diagnose meestal gesteld door:

  • sectie (pathologisch onderzoek) van een gestorven dier
  • beoordeling van voeding en bedrijfsomstandigheden
  • uitsluiten van andere oorzaken van plotselinge sterfte

Sectie kan helpen om de typische orgaanveranderingen in met name de nieren vast te stellen.

Wat is de behandeling?

Behandeling van aangetaste dieren is vaak moeilijk vanwege het snelle ziekteverloop.

Mogelijke behandelingen zijn:

  • toediening van pijnstillers en ontstekingsremmers
  • behandeling met antibiotica
  • toedienen van vocht en/of elektrolyten

In de praktijk is behandeling echter vaak niet effectief, waardoor preventie de belangrijkste aanpak is.

Hoe kan het bloed voorkomen worden?

Preventie richt zich vooral op voermanagement en vaccinatie.

Belangrijke maatregelen zijn:

  • geleidelijke overgang van rantsoenen, vooral bij verandering naar energierijk voer
  • vermijden van plotselinge rantsoenwisselingen
  • zorgen voor voldoende ruwvoer (gras of hooi)
  • rantsoenen goed mengen en regelmatig voeren
  • voldoende voederruimte voor alle dieren
  • vaccinatie tegen het bloed vanaf drie weken leeftijd. Wanneer drachtige ooien worden gevaccineerd 4 tot 6 weken voor het aflammeren kunnen de lammeren antistoffen via de biest mee krijgen welke de lammeren 6 tot 12 weken beschermen. De vaccinatie van de lammeren kan eventueel gecombineerd worden met vaccinatie tegen zomerlongontsteking.

1.7 Listeria

Listeria

In het kort

Listeriose is een bacteriële infectieziekte bij schapen die vooral bekend staat om het veroorzaken van hersenverschijnselen en abortus. De ziekte komt met name voor bij dieren die ingekuild voer krijgen. Listeriose is bovendien een zoönose, wat betekent dat ook mensen besmet kunnen raken.

Wat is de oorzaak?

Listeriose wordt veroorzaakt door de bacterie Listeria monocytogenes. Besmetting vindt meestal plaats via:

  • Ingekuild voer (kuilvoer), vooral als dit van mindere kwaliteit is
  • Beschimmeld of bedorven voer
  • Omgevingsbesmetting (mest, urine, melk)

De bacterie kan zich vermenigvuldigen in slecht geconserveerd kuilvoer. Na opname kan de bacterie via beschadigingen in de slijmvliezen het lichaam binnendringen en zich verspreiden.

Wat zijn de verschijnselen van listeriose?

Listeriose kan zich op verschillende manieren uiten, vooral als:

Hersenverschijnselen (encefalitis)

  • Scheve kop
  • Kwijlen
  • Hangend oor, ooglid of lip
  • Rondjes lopen (“draaiziekte”)
  • Verlammingsverschijnselen
  • Soms koorts

Abortus

  • Verwerpen van lammeren, vooral bij jonge drachtige ooien
  • Nageboorte blijft soms achter
  • Kans op baarmoederontsteking

De verschijnselen kunnen variëren van mild tot ernstig en ontwikkelen zich vaak geleidelijk.

Bij welke dieren komt listeriose voor?

Listeriose komt voor bij schapen en geiten van alle leeftijden, maar wordt vooral gezien bij:

  • Dieren die kuilvoer krijgen
  • Drachtige ooien (in verband met abortus)
  • Dieren met verminderde weerstand

Hoe kan listeriose worden aangetoond?

De diagnose wordt gesteld door:

  • Klinische verschijnselen (met name neurologische symptomen)
  • Onderzoek van verworpen vruchten of nageboorte

Het insturen van materiaal voor onderzoek is belangrijk om de diagnose te bevestigen.

Wat is de behandeling van listeriose?

Behandeling is mogelijk, maar moet vroeg worden ingezet:

  • Antibiotica, voorgeschreven door de dierenarts
  • Pijnstilling en ontstekingsremmers
  • Ondersteunende zorg

De kans op herstel is het grootst wanneer behandeling in een vroeg stadium start. Bij vergevorderde neurologische symptomen is de prognose vaak minder gunstig.

Hoe kan listeriose voorkomen worden?

Preventie richt zich vooral op voer- en hygiënemanagement:

  • Voer goede kwaliteit kuilvoer
  • Vermijd beschimmeld of afwijkend voer
  • Stop bij problemen tijdelijk met kuilvoer
  • Geef risicogroepen (zoals drachtige ooien) extra aandacht
  • Zorg voor goede algemene hygiëne

Houd rekening met een incubatietijd van enkele weken, waardoor klachten ook nog kunnen optreden nadat het voer is aangepast.

Risico voor de mens

Listeriose is een zoönose. Mensen kunnen besmet raken, meestal via voedsel, maar ook via contact met besmette dieren of materialen.

  • Gezonde mensen krijgen vaak milde klachten (griepachtig beeld)
  • Zwangere vrouwen, ouderen en mensen met verminderde weerstand lopen een groter risico
  • Bij zwangeren kan besmetting leiden tot problemen bij het ongeboren kind

Goede hygiëne en voorzichtigheid bij contact met zieke dieren of abortusmateriaal zijn daarom belangrijk.

1.1 Zwoegerziekte

Zwoegerziekte

In het kort

Zwoegerziekte is een chronische, ongeneeslijke virusziekte bij schapen die vooral de longen, het zenuwstelsel en soms de uier aantast. De ziekte ontwikkelt zich langzaam en leidt uiteindelijk tot productieverlies en sterfte. Bestrijding is vooral gericht op het voorkomen van besmetting en het voorkomen van verspreiding binnen besmette koppels.

Wat is de oorzaak?

Zwoegerziekte wordt veroorzaakt door het Maedi-Visna-virus (MVV).Het virus veroorzaakt een levenslange infectie. Na besmetting kan het jaren duren voordat een dier klinische verschijnselen laat zien.

Wat zijn de verschijnselen van zwoegerziekte?

De verschijnselen verschillen per dier en komen voor in verschillende vormen.

  • Longvorm (maedi, IJslands voor ademnood): toenemende benauwdheid ook in rust, versnelde ademhaling, vermagering ondanks goede eetlust
  • Zenuwvorm (visna, IJslands voor verdorren): zwakte van de achterhand, coördinatiestoornissen, verlammingsverschijnselen
  • Uiervorm: toenemende verharding van het uier met duidelijke melkproductiedaling
  • Gewrichtsvorm: verergerende ontsteking van verschillende gewrichten, onbekend in hoeverre deze vorm van betekenis is in Nederland.
  • Algemene verschijnselen zoals vermagering en verminderde conditie

De ziekte verloopt chronisch en wordt steeds ernstiger.

Bij welke dieren komt zwoegerziekte voor?

Zwoegerziekte komt vooral voor bij volwassen schapen, meestal ouder dan twee jaar. Lammeren raken vaak al jong besmet, maar ontwikkelen pas later in hun leven ziekteverschijnselen. Geiten kunnen ook besmet raken met verwante virussen zoals CAE, maar zwoegerziekte wordt met name gezien bij schapen.

Hoe kan zwoegerziekte worden aangetoond?

Zwoegerziekte wordt aangetoond door:

  • Bloed- of melkonderzoek om antistoffen tegen MVV aan te tonen, worden vaak pas maanden tot jaren na besmetting aangemaakt
  • Pathologisch onderzoek van gestorven dieren om het virus zelf op te sporen

Omdat antistoffen pas na verloop van tijd aantoonbaar zijn, kan herhaald testen nodig zijn. Klinische symptomen alleen zijn niet voldoende voor een definitieve diagnose.

Wat is de behandeling van zwoegerziekte?

Er is geen behandeling tegen zwoegerziekte. Besmette dieren blijven levenslang drager van het virus. In de praktijk betekent dit dat deze dieren afgezonderd moeten worden van de rest van de koppel of moeten worden geruimd. Daarnaast kan ondersteunende therapie helpen om aantasting van het dierenwelzijn zo veel mogelijk te beperken.

Hoe kan zwoegerziekte voorkomen worden?

Preventie is essentieel en bestaat uit:

  • Aankoop van dieren uit zwoegerziekte-vrije koppels
  • Regelmatig bloedonderzoek van de koppel
  • Het apart opfokken van lammeren van besmette ooien
  • Lammeren geen rauwe biest of melk geven van besmette dieren
  • Goede hygiëne en het vermijden van onnodig contact tussen koppels

Een structureel bestrijdingsprogramma is de meest effectieve manier om zwoegerziekte op bedrijfsniveau terug te dringen of te voorkomen. De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft een programma ontwikkeld waarmee koppels schapen zwoegerziekte vrij gecertificeerd kunnen worden.

1.2 Blauwtong

Blauwtong

In het kort

Blauwtong is een besmettelijke virusziekte bij herkauwers, waaronder schapen. De ziekte wordt overgebracht door knutten (kleine steekmuggen) en kan ernstige ziekteverschijnselen en sterfte veroorzaken, vooral bij schapen. Blauwtong kan grote gevolgen hebben voor diergezondheid, productie en handel. Preventie en tijdige melding zijn daarom belangrijk. De laatste uitbraak in Nederland begon in september 2023 waar het virus (BTV-3) zich ook in 2024 over het gehele land heeft verspreid. Mede door vrijwillige vaccinatie van schapen en runderen zijn er in 2025 geen besmettingen gemeld.

Wat is de oorzaak?

Blauwtong wordt veroorzaakt door het blauwtongvirus (BTV). Het virus wordt niet rechtstreeks van dier op dier overgedragen, maar via de beet van besmette knutten (Culicoides-soorten). Er bestaan meerdere virusvarianten (serotypen), die verschillen in ernst en verspreiding. De activiteit van knutten is vooral hoog in de warmere maanden, waardoor blauwtong meestal seizoensgebonden voorkomt.

Wat zijn de verschijnselen van blauwtong?

De ernst kan sterk verschillen per dier en virusvariant. Mogelijke verschijnselen zijn:

  • Koorts
  • Sloomheid en verminderde eetlust
  • Zwelling van kop, lippen, tong en oogleden
  • Ontstekingen in de bek: wondjes, speekselen, moeite met eten
  • Blauwe of paarse verkleuring van de tong (niet altijd aanwezig)
  • Kreupelheid door ontsteking van de kroonrand of klauwen
  • Benauwdheid en neusuitvloeiing
  • Sterfte

Bij welke dieren komt blauwtong voor?

Blauwtong komt voor bij alle herkauwers, maar schapen zijn het meest gevoelig en vertonen vaak de duidelijkste ziekteverschijnselen. Runderen en geiten kunnen ook besmet raken, maar laten meestal mildere symptomen zien.

Hoe kan blauwtong worden aangetoond?

Blauwtong kan worden aangetoond met:
•            PCR-onderzoek op bloed (meest gevoelig)
•            Antistofonderzoek om eerdere besmetting op te sporen
•            Onderzoek van organen of lammeren bij abortus of doodgeboorte

PCR is de standaardmethode tijdens een uitbraak omdat hiermee het virus zelf wordt aangetoond.

Wat is de behandeling van blauwtong?

Er bestaat geen specifieke behandeling tegen het virus zelf. De behandeling is ondersteunend en gericht op:

  • Pijnstilling en ontstekingsremmers
  • Voorkomen of behandelen van secundaire infecties
  • Goede verzorging, droge en schone ligplaats, voldoende water en makkelijk opneembaar voer

Hoe kan blauwtong voorkomen worden?

Preventie bestaat uit meerdere maatregelen:

  • Vaccinatie
  • Beperken van blootstelling aan knutten, bijvoorbeeld:
    • Dieren ’s nachts binnen houden
    • Gebruik van insectwerende middelen waar mogelijk
  • Goede monitoring van de koppel, vooral in risicoperioden
  • Aankoop van dieren met bekende gezondheidsstatus
  • Tijdig melden van verdachte verschijnselen bij de dierenarts

1.3 Ecthyma

Ecthyma

In het kort

Ecthyma, ook wel zere bekjes of orf, is een zeer besmettelijke virusziekte bij schapen en geiten. De aandoening veroorzaakt pijnlijke korsten en wondjes, vooral rond de bek en soms aan de poten of uier. Hoewel de ziekte meestal vanzelf geneest, kan het zorgen voor groeivertraging, verminderde voeropname en er is een besmettingsrisico voor mensen.

Wat is de oorzaak?

Ecthyma wordt veroorzaakt door een parapoxvirus. Het virus dringt het lichaam binnen via kleine wondjes in de huid of slijmvliezen. Het kan langdurig overleven in de omgeving, bijvoorbeeld in korsten, stro en op materialen. Bij lage temperatuur en droogte kan het jarenlang besmettelijk blijven.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Direct contact tussen dieren
  • Contact met besmette materialen of omgeving
  • Via beschadigde huid of slijmvlies (bijvoorbeeld bij wondjes in de bek door ruw, stekelig voer)

Ecthyma is een zoönose: dit betekent dat ook mensen besmet kunnen raken.

Wat zijn de verschijnselen van ecthyma?

De meest voorkomende verschijnselen zijn:

  • Rode plekjes, blaasjes en dikke korsten rond bek en neus
  • Soms aantasting van ogen, oren, poten, uier of geslachtsdelen
  • Pijn bij eten en drinken, waardoor dieren minder opnemen
  • Vermagering en groeivertraging, vooral bij lammeren
  • Soms kreupelheid bij aantasting van de poten
  • Kans op secundaire bacteriële infecties

Bij mensen kunnen pijnlijke huidlaesies ontstaan na contact met besmette dieren, met name wanneer er al kleine wondjes aanwezig zijn aan de handen.

Bij welke dieren komt ecthyma voor?

Ecthyma komt voor bij schapen en geiten van alle leeftijden, maar wordt vooral gezien bij lammeren en jonge dieren. Volwassen dieren kunnen ook besmet raken, maar hebben vaak mildere klachten of zijn al (gedeeltelijk) immuun na eerdere blootstelling.

Hoe kan ecthyma worden aangetoond?

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van het typische klinische beeld. Indien nodig kan aanvullend onderzoek worden gedaan, zoals:

  • Laboratoriumonderzoek (PCR) op materiaal uit korsten
  • Uitsluiten van andere aandoeningen met vergelijkbare verschijnselen

Wat is de behandeling van ecthyma?

Er is geen specifieke behandeling tegen het virus. De aanpak bestaat uit:

  • Ondersteunende verzorging (voldoende voer en water, eventueel zacht voer)
  • Behandelen van eventuele secundaire infecties
  • Jodium spray zodat korsten sneller indrogen en het risico op secundaire infecties omlaag gaat
  • Zieke dieren apart zetten
  • Goede hygiëne bij verzorging

De meeste dieren herstellen binnen 2 tot 4 weken.

Hoe kan ecthyma voorkomen worden?

Preventieve maatregelen zijn:

  • Goede stalhygiëne en het regelmatig reinigen van materialen met water en zeep
  • Stalinrichting aanpassen: staal en kunststof zijn makkelijker te reinigen dan hout
  • Vermijden van scherpe of ruwe voeders die wondjes veroorzaken
  • Zieke dieren tijdig isoleren
  • Gebruik van handschoenen bij het behandelen van besmette dieren (in verband met besmettingsrisico voor mensen)
  • Aankoop van dieren met bekende gezondheidsstatus, dieren die zelf geen verschijnselen meer vertonen kunnen drager blijven en andere dieren besmetten
  • Vaccinatie om verschijnselen te verminderen

1.4 Rotkreupel

Rotkreupel

In het kort

Rotkreupel is een besmettelijke aandoening van de tussenklauwhuid bij schapen die ernstige kreupelheid veroorzaakt. De ziekte heeft grote gevolgen voor dierenwelzijn, groei, vruchtbaarheid en productiviteit. Vroege herkenning en een structurele aanpak zijn belangrijk om verspreiding binnen de koppel te beperken.

Wat is de oorzaak?

Rotkreupel wordt veroorzaakt door een bacteriële infectie, voornamelijk door de bacterie Dichelobacter nodosus. De bacterie tast de huid tussen de klauwen aan en kan zich uitbreiden naar de hoornwand.

De bacterie verspreidt zich via:

  • Direct contact tussen schapen
  • Besmette weiden, klauwbaden en stalvloeren

Vochtige en warme omstandigheden bevorderen de bacteriegroei en -overleving.

Wat zijn de verschijnselen van rotkreupel?

  • Kreupelheid, variërend van licht tot ernstig
  • Roodheid en ontsteking tussen de klauwen, kenmerkende onaangename geur
  • Loslaten of ondermijning van de hoornwand
  • Pijn, waardoor dieren minder lopen en eten
  • Slechtere conditie en minder melkproductie

Bij welke dieren komt rotkreupel voor?

Rotkreupel komt voor bij schapen van alle leeftijden. De ziekte kan zich snel verspreiden binnen een koppel, vooral bij nat weer en op besmette percelen. Dieren die eerder rotkreupel gehad hebben kunnen drager worden.

Hoe kan rotkreupel worden aangetoond?

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de afwijkingen aan de tussenklauwhuid. In sommige gevallen kan aanvullend bacteriologisch onderzoek worden ingezet.

Wat is de behandeling van rotkreupel?

Bij een lichte infectie kan gebruik gemaakt worden van een klauwbad met 10% zinksulfaat waar de schapen minimaal 15 minuten in staan. Daarna moeten de klauwen drogen op een droge ondergrond voor minimaal 30 minuten. Bij ernstige gevallen is dit niet voldoende en kan het te pijnlijk zijn.

De behandeling bij een ernstigere infectie:

  • Isoleer het dier van de rest van de koppel om verdere verspreiding te voorkomen
  • Behandelen met antibiotica in overleg met de dierenarts
  • Pijnstilling
  • Na 2 tot 3 weken het effect van de behandeling controleren. Als de tussenklauwhuid niet hersteld is moet het dier opnieuw behandeld worden.
  • Registratie van behandeling en diernummer
  • Vaccinatie tijdens een uitbraak versnelt het herstel en zorgt voor weerstand tegen nieuwe infecties

Hoe kan rotkreupel voorkomen worden?

Preventieve maatregelen zijn:

  • Regelmatige klauwcontrole en -verzorging
  • Aankoop van dieren met een gezonde klauwstatus
  • Nieuwe dieren tijdelijk in quarantaine
  • Weidebeheer en het vermijden van langdurig natte omstandigheden
  • Structurele aanpak bij terugkerende problemen, eventueel met een saneringsprogramma

1.5 Zomerlongontsteking

Zomerlongontsteking

In het kort

Zomerlongontsteking is een acute luchtweginfectie bij schapen die vooral voorkomt in periodes van verminderde weerstand en veranderende omstandigheden. Schapen kunnen benauwd raken, hoesten en sloom worden; in ernstige gevallen kan de ziekte snel verergeren en zelfs tot sterfte leiden. Snelle herkenning en een combinatie van behandeling en preventieve maatregelen zijn belangrijk om de impact voor de koppel te beperken.

Wat is de oorzaak?

Zomerlongontsteking wordt vooral veroorzaakt door de bacterie Mannheimia haemolytica (voorheen Pasteurella), die van nature aanwezig kan zijn in de neus- en keelholte van gezonde dieren. Indien de weerstand van het schaap verlaagd is — bijvoorbeeld rond spenen, bij stress, hitte-koude wisselingen of suboptimale huisvesting — kan de bacterie diep de longen binnendringen en een ontsteking veroorzaken.

Belangrijke risicofactoren zijn:

  • Verminderde weerstand door spenen of stress
  • Onvoldoende ventilatie, tocht of hoge ammoniakconcentraties in de stal
  • Snelle wisselingen in temperatuur of weertype
  • Overbezetting of slechte stalhygiëne

Wat zijn de verschijnselen van zomerlongontsteking?

Symptomen kunnen variëren van mild tot ernstig en ontwikkelen zich vaak snel:

  • Hoesten en benauwdheid
  • Neusuitvloeiing
  • Hoogste koorts
  • Sloomheid en minder eten
  • Plotselinge sterfte bij lammeren

In ernstige gevallen kunnen longen zwaar aangedaan zijn met slechte prognose, zelfs ondanks behandeling.

Bij welke dieren komt zomerlongontsteking voor?

Zomerlongontsteking kan bij schapen van alle leeftijden voorkomen, maar komt vaak voor bij lammeren en jonge dieren rond het spenen. Door omstandigheden zoals warm weer en stressmomenten kan de aandoening zich door de gehele koppel verspreiden.

Hoe kan zomerlongontsteking worden aangetoond?

De diagnose is vooral klinisch, gebaseerd op de verschijnselen en het beloop van de ziekte. De dierenarts beoordeelt ademhaling, temperatuur en algemene conditie. In sommige gevallen kan aanvullend laboratoriumonderzoek worden ingezet om andere oorzaken van longproblemen uit te sluiten.

Wat is de behandeling van zomerlongontsteking?

  • Antibiotica gericht tegen de bacterie (Mannheimia haemolytica), in overleg met de dierenarts
  • Ontstekingsremmers
  • Zorg voor optimale luchtkwaliteit en ventilatie in de stal

Het succes van behandeling hangt grotendeels af van hoe snel er wordt ingegrepen.

Hoe kan zomerlongontsteking voorkomen worden?

Preventieve maatregelen richten zich op zowel management als op het verbeteren van de weerstand:

  • Optimale huisvesting: voldoende ventilatie zonder tocht, droge en schone ligplaatsen
  • Voorkomen van stressmomenten (zoals plotselinge voerwisseling of transport)
  • Een passend rantsoen
  • Vaccinatie, bijvoorbeeld met een vaccinatieprogramma dat zomerlongontsteking combineert met andere risicoziektes zoals “het bloed” (Clostridium-infectie).

1.6 Clostridium, ‘het Bloed’

Clostridium, ‘het Bloed’

In het kort

‘Het bloed’ wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium perfringens. Deze bacterie komt van nature voor in de omgeving en in het darmkanaal van gezonde schapen en geiten. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze zich snel vermenigvuldigen en grote hoeveelheden gifstoffen (toxines) produceren. Deze gifstoffen kunnen ernstige schade veroorzaken en leiden vaak tot plotselinge sterfte, vooral bij lammeren.

Wat is de oorzaak?

De veroorzakende bacterie Clostridium perfringens kan normaal in kleine aantallen in de darmen aanwezig zijn zonder problemen te veroorzaken. Wanneer omstandigheden in de darm gunstig worden voor bacteriegroei, kan het aantal bacteriën sterk toenemen. Hierdoor worden grote hoeveelheden toxines geproduceerd. Deze gifstoffen veroorzaken een ontsteking van de darm (enterocolitis) en worden via de darmwand in de bloedbaan opgenomen.

Via het bloed kunnen de toxines verschillende organen aantasten, waaronder de longen en nieren. In Engelstalige literatuur wordt de ziekte daarom ook wel “pulpy kidney disease” genoemd.

Factoren die bacteriegroei kunnen stimuleren zijn onder andere:

  • plotselinge verhoging van de voeropname
  • grazen op een nieuwe of zeer voedzame weide
  • plotselinge rantsoenveranderingen
  • rantsoenen met veel krachtvoer

Wat zijn de verschijnselen van het bloed?

De ziekte heeft vaak een zeer snel verloop. In veel gevallen worden dieren plotseling dood aangetroffen zonder dat vooraf ziekteverschijnselen zijn gezien.

Wanneer wel symptomen optreden, kunnen deze bestaan uit:

  • sloomheid
  • knarsetanden
  • buikpijn
  • spiertrillingen of stuiptrekkingen
  • soms neurologische verschijnselen

Omdat de symptomen niet altijd specifiek zijn, kunnen ze verward worden met andere aandoeningen zoals E. coli-diarree of hersenvliesontsteking.

Bij welke dieren komt het bloed voor?

Het bloed komt vooral voor bij lammeren en jonge dieren. Opvallend is dat de ziekte vaak voorkomt bij de best groeiende en best gevoede lammeren.

Volwassen dieren kunnen ook besmet raken, maar ontwikkelen meestal een zekere mate van immuniteit door herhaalde blootstelling aan de bacterie en toxines.

Hoe kan bloed worden aangetoond?

Omdat dieren vaak plotseling sterven, wordt de diagnose meestal gesteld door:

  • sectie (pathologisch onderzoek) van een gestorven dier
  • beoordeling van voeding en bedrijfsomstandigheden
  • uitsluiten van andere oorzaken van plotselinge sterfte

Sectie kan helpen om de typische orgaanveranderingen in met name de nieren vast te stellen.

Wat is de behandeling?

Behandeling van aangetaste dieren is vaak moeilijk vanwege het snelle ziekteverloop.

Mogelijke behandelingen zijn:

  • toediening van pijnstillers en ontstekingsremmers
  • behandeling met antibiotica
  • toedienen van vocht en/of elektrolyten

In de praktijk is behandeling echter vaak niet effectief, waardoor preventie de belangrijkste aanpak is.

Hoe kan het bloed voorkomen worden?

Preventie richt zich vooral op voermanagement en vaccinatie.

Belangrijke maatregelen zijn:

  • geleidelijke overgang van rantsoenen, vooral bij verandering naar energierijk voer
  • vermijden van plotselinge rantsoenwisselingen
  • zorgen voor voldoende ruwvoer (gras of hooi)
  • rantsoenen goed mengen en regelmatig voeren
  • voldoende voederruimte voor alle dieren
  • vaccinatie tegen het bloed vanaf drie weken leeftijd. Wanneer drachtige ooien worden gevaccineerd 4 tot 6 weken voor het aflammeren kunnen de lammeren antistoffen via de biest mee krijgen welke de lammeren 6 tot 12 weken beschermen. De vaccinatie van de lammeren kan eventueel gecombineerd worden met vaccinatie tegen zomerlongontsteking.

1.7 Listeria

Listeria

In het kort

Listeriose is een bacteriële infectieziekte bij schapen die vooral bekend staat om het veroorzaken van hersenverschijnselen en abortus. De ziekte komt met name voor bij dieren die ingekuild voer krijgen. Listeriose is bovendien een zoönose, wat betekent dat ook mensen besmet kunnen raken.

Wat is de oorzaak?

Listeriose wordt veroorzaakt door de bacterie Listeria monocytogenes. Besmetting vindt meestal plaats via:

  • Ingekuild voer (kuilvoer), vooral als dit van mindere kwaliteit is
  • Beschimmeld of bedorven voer
  • Omgevingsbesmetting (mest, urine, melk)

De bacterie kan zich vermenigvuldigen in slecht geconserveerd kuilvoer. Na opname kan de bacterie via beschadigingen in de slijmvliezen het lichaam binnendringen en zich verspreiden.

Wat zijn de verschijnselen van listeriose?

Listeriose kan zich op verschillende manieren uiten, vooral als:

Hersenverschijnselen (encefalitis)

  • Scheve kop
  • Kwijlen
  • Hangend oor, ooglid of lip
  • Rondjes lopen (“draaiziekte”)
  • Verlammingsverschijnselen
  • Soms koorts

Abortus

  • Verwerpen van lammeren, vooral bij jonge drachtige ooien
  • Nageboorte blijft soms achter
  • Kans op baarmoederontsteking

De verschijnselen kunnen variëren van mild tot ernstig en ontwikkelen zich vaak geleidelijk.

Bij welke dieren komt listeriose voor?

Listeriose komt voor bij schapen en geiten van alle leeftijden, maar wordt vooral gezien bij:

  • Dieren die kuilvoer krijgen
  • Drachtige ooien (in verband met abortus)
  • Dieren met verminderde weerstand

Hoe kan listeriose worden aangetoond?

De diagnose wordt gesteld door:

  • Klinische verschijnselen (met name neurologische symptomen)
  • Onderzoek van verworpen vruchten of nageboorte

Het insturen van materiaal voor onderzoek is belangrijk om de diagnose te bevestigen.

Wat is de behandeling van listeriose?

Behandeling is mogelijk, maar moet vroeg worden ingezet:

  • Antibiotica, voorgeschreven door de dierenarts
  • Pijnstilling en ontstekingsremmers
  • Ondersteunende zorg

De kans op herstel is het grootst wanneer behandeling in een vroeg stadium start. Bij vergevorderde neurologische symptomen is de prognose vaak minder gunstig.

Hoe kan listeriose voorkomen worden?

Preventie richt zich vooral op voer- en hygiënemanagement:

  • Voer goede kwaliteit kuilvoer
  • Vermijd beschimmeld of afwijkend voer
  • Stop bij problemen tijdelijk met kuilvoer
  • Geef risicogroepen (zoals drachtige ooien) extra aandacht
  • Zorg voor goede algemene hygiëne

Houd rekening met een incubatietijd van enkele weken, waardoor klachten ook nog kunnen optreden nadat het voer is aangepast.

Risico voor de mens

Listeriose is een zoönose. Mensen kunnen besmet raken, meestal via voedsel, maar ook via contact met besmette dieren of materialen.

  • Gezonde mensen krijgen vaak milde klachten (griepachtig beeld)
  • Zwangere vrouwen, ouderen en mensen met verminderde weerstand lopen een groter risico
  • Bij zwangeren kan besmetting leiden tot problemen bij het ongeboren kind

Goede hygiëne en voorzichtigheid bij contact met zieke dieren of abortusmateriaal zijn daarom belangrijk.

Rundveedierenartsen Wolvega
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.