Rondom aflammeren

Rondom aflammeren

3.1 Algemene informatie aflammeren

Het aflammeren is een belangrijke periode voor zowel de ooi als het lam. Een goede voorbereiding en juiste begeleiding verkleinen de kans op problemen.

Voorbereiding

  • Zorg voor een schone, droge en tochtvrije aflammerplek
  • Haal benodigdheden in huis: ontsmettingsmiddel, handschoenen, glijmiddel, verlostouwtjes, thermometer, ademspray, warmtelamp, speenfles, (kunst)biest

! Bestel hier het lammerpakket of bekijk meer handige producten in onze webshop.

  • Controleer de ooi regelmatig op tekenen van naderende geboorte (onrust, uier zwelt op, afzonderen)

Zonder hulp (normaal verloop)

Meestal hebben de schapen bij het lammeren geen hulp nodig.

  • Als tekenen van een naderende geboorte opgemerkt worden, kan de ooi in een individueel hokje geplaatst worden waar ze ongestoord kan lammeren. Zorg dat de ooi nog wel contact heeft met koppelgenoten! Als dit niet het geval is, ervaart de ooi stress waardoor ze stopt met lammeren.
  • Wanneer er geen individueel hok gecreëerd kan worden of de ooi al spontaan gelammerd heeft, laat ooi en lammeren dan eerst 10 minuten met rust alvorens ze in een individueel hokje te plaatsen of naar een andere groep te verhuizen.

Met hulp

Wanneer een ooi hulp nodig heeft bij het lammeren, is niet altijd goed in te schatten. Onderstaande richtlijnen zijn dan ook niet bindend. Bij twijfel is het aan te raden om een dierenarts in te schakelen.

  • Nadat de waterblaas is afgekomen moet er binnen een uur een lam geboren worden
  • Als de ooi 10 minuten actief perst en er is geen vordering zichtbaar, moet hulp verleend worden
  • Werk hygiënisch en voorzichtig met handschoenen, schoon water, ontsmettingsmiddel en glijmiddel
  • Controleer de ligging van het lam en corrigeer indien nodig: optie 1): kop en bijbehorende twee voorpoten, optie 2): twee achterpoten van één lam
  • Wees erop bedacht dat er na geboorte van elk lam wellicht nog een lam geboren kan worden!

Direct na het aflammeren

  • Check er melk uit beide spenen van de ooi komt
  • Ontsmet de navel van de lammeren binnen 15 minuten na geboorte
  • Controleer of het lam binnen 1–2 uur biest drinkt
  • Controleer of de nageboorte binnen enkele uren afkomt
  • Houd ooi en lam warm en droog
  • Observeer of het lam actief is en goed drinkt
  • Controleer of de ooi voldoende eet en drinkt en geen koorts krijgt. De normale lichaamstemperatuur van een ooi ligt tussen de 38,5 en 40,0 °C

Een goede start zorgt voor gezonde dieren! Heeft u vragen over het aflammeren of de zorg voor ooi en lammeren? Onze dierenartsen staan 24 uur per dag voor u klaar voor hulp en overleg! Bel 0561 61 22 82 of neem contact op via het contactformulier.

3.2 Melkziekte

Wat is melkziekte?

Melkziekte is een plotseling tekort aan calcium in het bloed. Deze aandoening is vooral bekend bij melkkoeien, maar komt ook bij schapen voor. Het gaat in principe om dezelfde ziekte, met als verschil dat melkziekte bij schapen meestal vóór het aflammeren optreedt, terwijl dit bij koeien juist na het kalven gebeurt.

Welke dieren kunnen melkziekte krijgen?

Melkziekte treft uitsluitend hoogdrachtige ooien. Lammeren, rammen en niet drachtige ooien krijgen deze aandoening niet.

Wat is het verschil tussen melkziekte en slepende melkziekte?

De namen en verschijnselen van beide aandoeningen lijken sterk op elkaar, waardoor het onderscheid lastig te maken is. Melkziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium, terwijl slepende melkziekte ontstaat door een energietekort. Beide ziekten komen vooral aan het einde van de dracht voor en zijn op basis van alleen de verschijnselen moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Bovendien kunnen ze elkaar versterken: een ooi met melkziekte stopt vaak met eten en ontwikkelt daardoor een energietekort. Andersom kan een energietekort ook de calciumhuishouding verstoren. Daarom is het verstandig om bij een vermoeden van één van beide aandoeningen ook preventief tegen de andere te behandelen. Dit kan geen kwaad en het voorkomt ergere problemen.

Waardoor ontstaat melkziekte?

Het calciumtekort ontstaat door een sterk verhoogde calciumbehoefte in de laatste zes weken van de dracht. In deze periode ontwikkelen de lammeren hun skelet en is er veel calcium nodig voor de botopbouw. Normaal gesproken bevat het voer voldoende calcium, maar bepaalde omstandigheden kunnen tijdelijk tot een tekort leiden.

Mogelijke oorzaken zijn:

  • Een plotselinge rantsoenwisseling, waardoor de voeropname afneemt.
  • Extreem weer, waardoor schapen minder grazen.
  • Opstallen, waarbij stress door een andere omgeving en veranderingen in het voer samen kunnen zorgen voor minder voeropname en een hogere calciumbehoefte.

Welke verschijnselen zie je bij melkziekte?

Vaak begint het met één ooi, maar soms worden meerdere dieren tegelijk getroffen. De dieren worden plots sloom, slap en minder alert. Door het calciumtekort functioneren de spieren niet goed, waardoor de ooi moeite heeft met staan en eten. In ernstige gevallen kan een dier binnen enkele uren van gezond in een comateuze toestand terechtkomen.

Hoe wordt melkziekte behandeld?

De behandeling bestaat uit het toedienen van calcium via een injectie. Dit kan onder de huid worden gegeven, maar bij ernstige gevallen is toediening in de bloedbaan door een dierenarts noodzakelijk. Deze vorm van behandelen brengt risico’s met zich mee, omdat een te hoge calciumconcentratie hartritmestoornissen kan veroorzaken, wat levensgevaarlijk kan zijn.

Naast injecties kunnen ooien ondersteund worden met voedingssupplementen die oraal worden toegediend. Dit is een veilige methode, omdat hierbij geen risico op overdosering bestaat. Wel moet de ooi nog in staat zijn om goed te slikken. Omdat een hoogdrachtige ooi die niet eet snel een energietekort kan ontwikkelen, is het aan te raden om een supplement te geven dat ook helpt tegen slepende melkziekte. Re ewe venate is hiervoor een mooi product.

Hoe kun je melkziekte voorkomen?

Melkziekte is grotendeels te voorkomen met een uitgebalanceerd rantsoen en geleidelijke voerwisselingen. Geef ooien tijdig extra voer tijdens extreem winterweer wanneer zij buiten lopen. Beperk stress bij het opstallen en voorkom het samenvoegen van groepen waar mogelijk.

Zorg daarnaast voor voldoende voerplaatsen, zodat alle dieren tegelijk kunnen eten — zowel voor ruwvoer als krachtvoer. Hierdoor krijgen ook dieren met een lagere rang direct toegang tot voer en wordt voorkomen dat zij te weinig binnenkrijgen.

3.3 Slepende melkziekte

Wat is slepende melkziekte?

Slepende melkziekte is de benaming voor een acuut energietekort bij een drachtige ooi. Het ontstaat wanneer de energiebehoefte groter wordt dan de hoeveelheid energie die de ooi via het voer kan opnemen. Net zoals melkziekte ontstaat het bij schapen in tegenstelling tot koeien al voor het aflammeren in plaats van daarna.

Wat is het verschil tussen melkziekte en slepende melkziekte?

De namen en verschijnselen van beide aandoeningen lijken sterk op elkaar, waardoor het onderscheid lastig te maken is. Melkziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium, terwijl slepende melkziekte ontstaat door een energietekort. Beide ziekten komen vooral aan het einde van de dracht voor en zijn op basis van alleen de verschijnselen moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Bovendien kunnen ze elkaar versterken: een ooi met melkziekte stopt vaak met eten en ontwikkelt daardoor een energietekort. Andersom kan een energietekort ook de calciumhuishouding verstoren. Daarom is het verstandig om bij een vermoeden van één van beide aandoeningen ook preventief tegen de andere te behandelen. Dit kan geen kwaad en het voorkomt ergere problemen.

Waardoor ontstaat slepende melkziekte?

In de laatste fase van de dracht groeien de lammeren snel en vragen zij veel energie van de ooi. Tegelijkertijd is er in de buikholte minder ruimte voor de pens, omdat de lammeren hier letterlijk tegenaan drukken. Hierdoor kan de ooi minder voer opnemen, terwijl zij juist meer energie nodig heeft.

Als gevolg hiervan gaat de ooi haar vetreserves aanspreken. Dit gebeurt in zekere mate bij alle hoogdrachtige ooien, maar bij sommige dieren loopt dit uit de hand. Het vrijgekomen vet wordt naar de lever vervoerd om als energiebron te dienen. De lever kan deze hoeveelheid echter maar beperkt verwerken. Wanneer er te veel vet wordt aangevoerd, raakt de lever vervet. Daarbij ontstaan ketonlichamen, zoals aceton en bèta-hydroxyboterzuur, die het dier ziek maken.

Welke dieren lopen risico?

Alleen hoogdrachtige ooien kunnen slepende melkziekte krijgen. Het risico neemt toe bij:

  • Te dikke ooien in het laatste stadium van de dracht. Zij hebben minder ruimte in de buik door buikvet en beschikken over grote vetreserves, waardoor er snel te veel vet naar de lever wordt afgevoerd.
  • Ooien met meerdere lammeren. Door ruimtegebrek in de buik en een hoge energiebehoefte lopen zij extra risico.
  • Ooien die om andere redenen slecht eten, zoals bij uierontsteking, melkziekte of bij laaggeplaatste dieren die onvoldoende toegang hebben tot voer.

Welke verschijnselen kun je zien?

De aandoening kan zich geleidelijk of juist zeer snel ontwikkelen. Vaak valt als eerste op dat een ooi niet meer naar het voer toekomt wanneer er gevoerd wordt. In een later stadium kan zij moeite krijgen met staan of zelfs gaan liggen. In tegenstelling tot een ooi met melkziekte is een liggende ooi met slepende melkziekte vaak nog alert en wil zij soms nog wel eten.

Bij snelle verslechtering of late ontdekking stopt ook deze ooi met eten en kan zij in coma raken. Soms vertonen dieren afwijkend gedrag door een tekort aan glucose in de hersenen. Ze kunnen bijvoorbeeld blind lijken, naar boven staren (“sterrenkijken”) of overdreven heftig reageren op geluid en aanraking.

Hoe behandel je slepende melkziekte?

Een snelle start van de behandeling is essentieel. Zolang de ooi nog kan staan, is de prognose redelijk gunstig. Zodra zij ligt, neemt de kans op herstel sterk af.

De behandeling bestaat uit:

  • Het toedienen van een energierijke drank.
  • Het aanbieden van energierijk voer, zoals brok.

Omdat niet altijd duidelijk is of er ook sprake is van melkziekte, wordt geadviseerd om aanvullend calcium toe te dienen. Re ewe venate bevat zowel goed beschikbare energie als calcium.

Daarnaast kan het zinvol zijn een pijnstiller toe te dienen, omdat bij vetafbraak ontstekingsstoffen vrijkomen. De lever staat tijdens deze aandoening onder zware belasting, waardoor extra toediening van B-vitaminen — oraal of via injectie — het herstel kan ondersteunen.

Wanneer de ooi ligt of comateus is, moet een dierenarts glucose rechtstreeks in het bloed toedienen. In dit stadium is de prognose voor zowel ooi als lammeren helaas ongunstig.

Hoe kun je slepende melkziekte voorkomen?

Preventie begint al vroeg in de dracht. Zorg ervoor dat ooien niet te dik worden door het rantsoen tijdig aan te passen. Door de ooien vroeg te laten scannen (tussen 40 en 70 dagen dracht) kan worden vastgesteld hoeveel lammeren zij dragen. Eenling- en meerlingooien kunnen vervolgens in aparte groepen worden gevoerd, zodat de voeding beter aansluit op hun behoeften.

Daarnaast is goede toegang tot zowel ruwvoer als krachtvoer essentieel, zowel op stal als in de wei. Geef tijdig extra voer bij slecht weer, zorg voor voldoende voerplaatsen en voorkom concurrentie aan de voerhekken en hooiruiven. Zo krijgen alle ooien voldoende energie binnen en wordt het risico op slepende melkziekte aanzienlijk verkleind.

3.4 Verwerpen

Het komt regelmatig voor dat binnen een koppel een ooi een lam verwerpt. Dit hoeft niet altijd een infectieuze oorzaak te hebben. Wanneer een lam genetisch niet levensvatbaar is, wordt het vaak vanzelf afgestoten. Bij een schaap dat verwerpt is er daarom meestal geen reden tot uitgebreid onderzoek.

Wanneer echter meerdere ooien verwerpen, of wanneer jaarlijks meer dan 2% van de ooien een abortus krijgt, is het belangrijk om de onderliggende oorzaak te achterhalen. De oorzaken kunnen zowel infectieus (besmettelijk, er is een ziekteverwekker bij betrokken) als niet-infectieus zijn.

Infectieuze oorzaken

Toxoplasma

Toxoplasma is een parasiet die schapen opnemen via besmet gras, ruwvoer of krachtvoer. De besmetting ontstaat via katten, die via hun ontlasting zogenaamde oöcysten uitscheiden. Deze kunnen in een vochtige omgeving tot wel een jaar overleven. Problemen kunnen langer aanhouden doordat katten elkaar opnieuw besmetten.

De verschijnselen variëren van meer guste ooien, minder lammeren per ooi, zwakke lammeren en ‘mummies’ (ingedroogde dode lammeren). Verwerpen komt relatief weinig voor. De ooien zelf worden niet ziek en besmetting tussen schapen onderling vindt niet plaats.

Schapen bouwen een goede weerstand op tegen toxoplasma. Daarom worden vooral jonge ooien getroffen, tenzij het bedrijf voor het eerst met de parasiet te maken krijgt. Diagnose is mogelijk door het insturen van verworpen of doodgeboren lammeren en de nageboorte, eventueel aangevuld met bloedonderzoek. In Nederland is momenteel geen vaccin beschikbaar. Preventie bestaat uit het voorkomen dat drachtige ooien

Chlamydia (Chlamydophila)

Chlamydia veroorzaakt vaak een zogenoemde “abortusstorm”. Enkele weken voor het aflammeren verwerpt de eerste ooi. Tijdens het verwerpen komen grote hoeveelheden bacteriën vrij, waardoor de infectie zich snel door de koppel verspreidt. In korte tijd kunnen meerdere ooien verwerpen. De lammeren zijn meestal dood, maar nog wel fris. De ooien vertonen zelf geen ziekteverschijnselen.

Ook tegen deze bacterie bouwen schapen weerstand op. Daardoor worden bij herhaalde problemen vooral jonge ooien getroffen. Diagnostiek kan via onderzoek van lammeren en nageboorte, vaginale swabs of bloedmonsters. Tijdens een uitbraak kan behandeling met antibiotica nodig zijn, gevolgd door vaccinatie om herhaling te voorkomen.

Let op: Chlamydia is gevaarlijk voor zwangere vrouwen en kan ook via besmette kleding worden overgedragen.

Campylobacter

Een Campylobacter-infectie lijkt sterk op Chlamydia. Ook hier treedt verwerpen meestal op in het laatste deel van de dracht en verspreidt de infectie zich snel. In tegenstelling tot Chlamydia kunnen ooien hierbij wel ziek worden, vaak door een ernstige baarmoederontsteking. De lammeren kunnen al in ontbinding zijn.

Diagnose is mogelijk via vaginale swabs of sectie van lammeren en nageboorte. Bloedonderzoek is niet betrouwbaar. Sommige ooien blijven na infectie drager, wat in volgende jaren opnieuw problemen kan geven. Behandeling tijdens een uitbraak is meestal weinig effectief en er is geen vaccin beschikbaar. Goede hygiëne is essentieel om verspreiding te beperken.

Let op: Ook deze bacterie vormt een risico voor zwangere vrouwen.

Q-koorts

Q-koorts wordt vaak geassocieerd met geiten, maar kan ook bij schapen abortus veroorzaken. De verschijnselen lijken op Campylobacter en Chlamydia. Tijdens verwerpen komen grote hoeveelheden bacteriën vrij. Behandeling kan soms worden ingezet, maar vaccinatie in de daaropvolgende jaren is noodzakelijk om herhaling te voorkomen.

Diagnose gebeurt via onderzoek van lammeren, placenta of vaginale swabs.
Let op: Q-koorts kan bij mensen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.

Listeria

Listeria komt vooral voor in slecht geconserveerde, natte of beschimmelde kuilen. Ook modderige weides of kort afgegraasd land kunnen een bron zijn. Naast abortus kunnen ook zenuwverschijnselen optreden, zoals rondjes draaien of verlamming.

Diagnose is alleen mogelijk via sectie van lammeren en placenta. Behandeling tijdens een uitbraak heeft meestal weinig effect. Het besmette voer moet direct worden verwijderd. Klachten kunnen nog enkele weken aanhouden nadat het voer is weggehaald. Preventie bestaat uit het voeren van kwalitatief goed ruwvoer.

Let op: Listeria is gevaarlijk voor zwangere vrouwen.

Schmallenbergvirus

Het Schmallenbergvirus veroorzaakt vooral aangeboren afwijkingen bij lammeren. Soms leidt het tot verwerpen wanneer een lam vroegtijdig sterft. Het virus wordt overgebracht door knutten (kleine mugjes), die zachte winters goed overleven. Hierdoor blijft het virus aanwezig in Nederland.

Niet-infectieuze oorzaken

Voeding en conditie

Slechte voedingstoestand of parasitaire besmettingen, zoals leverbot of rode lebmaagworm, kunnen leiden tot verwerpen, zwakke lammeren of niet drachtig worden. Ook ernstige mineralentekorten of -overschotten kunnen problemen veroorzaken.

Stress

Stress kan in een laat stadium van de dracht abortus veroorzaken. Voorbeelden zijn het opjagen door een hond, extreme weersomstandigheden of andere verstoringen. Stresshormonen kunnen voortijdig de geboorte op gang brengen. Na een stressvolle gebeurtenis is het afwachten of er verwerpen optreedt, dit is dan niet meer te voorkomen.

Wat te doen bij verwerpers?

  • Isoleer de verwerpende ooi direct van de rest van de dieren om mogelijke besmetting te voorkomen.
  • Ontsmet de plek waar mogelijk waar vrucht, vruchtwater en nageboorte zijn terechtgekomen.
  • Stuur bij meerdere verwerpers materiaal in voor onderzoek, bij voorkeur lammeren én nageboorte, zo vers mogelijk. Indien dit niet mogelijk is, overleg over het nemen van vaginale swabs.

 

Zwangere vrouwen en schapen

Verschillende abortusverwekkers bij schapen kunnen ook bij mensen gezondheidsproblemen of abortus veroorzaken. Zwangere vrouwen dienen daarom niet in contact te komen met drachtige ooien of met ooien die lammeren of verwerpen. Beschermende kleding biedt onvoldoende veiligheid.

  • Mineralen
    • Kobalt
    • Selenium
    • Koper
  • Parasieten
    • Maagdarmwormen

Coccidiose

3.1 Algemene informatie aflammeren

Het aflammeren is een belangrijke periode voor zowel de ooi als het lam. Een goede voorbereiding en juiste begeleiding verkleinen de kans op problemen.

Voorbereiding

  • Zorg voor een schone, droge en tochtvrije aflammerplek
  • Haal benodigdheden in huis: ontsmettingsmiddel, handschoenen, glijmiddel, verlostouwtjes, thermometer, ademspray, warmtelamp, speenfles, (kunst)biest

! Bestel hier het lammerpakket of bekijk meer handige producten in onze webshop.

  • Controleer de ooi regelmatig op tekenen van naderende geboorte (onrust, uier zwelt op, afzonderen)

Zonder hulp (normaal verloop)

Meestal hebben de schapen bij het lammeren geen hulp nodig.

  • Als tekenen van een naderende geboorte opgemerkt worden, kan de ooi in een individueel hokje geplaatst worden waar ze ongestoord kan lammeren. Zorg dat de ooi nog wel contact heeft met koppelgenoten! Als dit niet het geval is, ervaart de ooi stress waardoor ze stopt met lammeren.
  • Wanneer er geen individueel hok gecreëerd kan worden of de ooi al spontaan gelammerd heeft, laat ooi en lammeren dan eerst 10 minuten met rust alvorens ze in een individueel hokje te plaatsen of naar een andere groep te verhuizen.

Met hulp

Wanneer een ooi hulp nodig heeft bij het lammeren, is niet altijd goed in te schatten. Onderstaande richtlijnen zijn dan ook niet bindend. Bij twijfel is het aan te raden om een dierenarts in te schakelen.

  • Nadat de waterblaas is afgekomen moet er binnen een uur een lam geboren worden
  • Als de ooi 10 minuten actief perst en er is geen vordering zichtbaar, moet hulp verleend worden
  • Werk hygiënisch en voorzichtig met handschoenen, schoon water, ontsmettingsmiddel en glijmiddel
  • Controleer de ligging van het lam en corrigeer indien nodig: optie 1): kop en bijbehorende twee voorpoten, optie 2): twee achterpoten van één lam
  • Wees erop bedacht dat er na geboorte van elk lam wellicht nog een lam geboren kan worden!

Direct na het aflammeren

  • Check er melk uit beide spenen van de ooi komt
  • Ontsmet de navel van de lammeren binnen 15 minuten na geboorte
  • Controleer of het lam binnen 1–2 uur biest drinkt
  • Controleer of de nageboorte binnen enkele uren afkomt
  • Houd ooi en lam warm en droog
  • Observeer of het lam actief is en goed drinkt
  • Controleer of de ooi voldoende eet en drinkt en geen koorts krijgt. De normale lichaamstemperatuur van een ooi ligt tussen de 38,5 en 40,0 °C

Een goede start zorgt voor gezonde dieren! Heeft u vragen over het aflammeren of de zorg voor ooi en lammeren? Onze dierenartsen staan 24 uur per dag voor u klaar voor hulp en overleg! Bel 0561 61 22 82 of neem contact op via het contactformulier.

3.2 Melkziekte

Wat is melkziekte?

Melkziekte is een plotseling tekort aan calcium in het bloed. Deze aandoening is vooral bekend bij melkkoeien, maar komt ook bij schapen voor. Het gaat in principe om dezelfde ziekte, met als verschil dat melkziekte bij schapen meestal vóór het aflammeren optreedt, terwijl dit bij koeien juist na het kalven gebeurt.

Welke dieren kunnen melkziekte krijgen?

Melkziekte treft uitsluitend hoogdrachtige ooien. Lammeren, rammen en niet drachtige ooien krijgen deze aandoening niet.

Wat is het verschil tussen melkziekte en slepende melkziekte?

De namen en verschijnselen van beide aandoeningen lijken sterk op elkaar, waardoor het onderscheid lastig te maken is. Melkziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium, terwijl slepende melkziekte ontstaat door een energietekort. Beide ziekten komen vooral aan het einde van de dracht voor en zijn op basis van alleen de verschijnselen moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Bovendien kunnen ze elkaar versterken: een ooi met melkziekte stopt vaak met eten en ontwikkelt daardoor een energietekort. Andersom kan een energietekort ook de calciumhuishouding verstoren. Daarom is het verstandig om bij een vermoeden van één van beide aandoeningen ook preventief tegen de andere te behandelen. Dit kan geen kwaad en het voorkomt ergere problemen.

Waardoor ontstaat melkziekte?

Het calciumtekort ontstaat door een sterk verhoogde calciumbehoefte in de laatste zes weken van de dracht. In deze periode ontwikkelen de lammeren hun skelet en is er veel calcium nodig voor de botopbouw. Normaal gesproken bevat het voer voldoende calcium, maar bepaalde omstandigheden kunnen tijdelijk tot een tekort leiden.

Mogelijke oorzaken zijn:

  • Een plotselinge rantsoenwisseling, waardoor de voeropname afneemt.
  • Extreem weer, waardoor schapen minder grazen.
  • Opstallen, waarbij stress door een andere omgeving en veranderingen in het voer samen kunnen zorgen voor minder voeropname en een hogere calciumbehoefte.

Welke verschijnselen zie je bij melkziekte?

Vaak begint het met één ooi, maar soms worden meerdere dieren tegelijk getroffen. De dieren worden plots sloom, slap en minder alert. Door het calciumtekort functioneren de spieren niet goed, waardoor de ooi moeite heeft met staan en eten. In ernstige gevallen kan een dier binnen enkele uren van gezond in een comateuze toestand terechtkomen.

Hoe wordt melkziekte behandeld?

De behandeling bestaat uit het toedienen van calcium via een injectie. Dit kan onder de huid worden gegeven, maar bij ernstige gevallen is toediening in de bloedbaan door een dierenarts noodzakelijk. Deze vorm van behandelen brengt risico’s met zich mee, omdat een te hoge calciumconcentratie hartritmestoornissen kan veroorzaken, wat levensgevaarlijk kan zijn.

Naast injecties kunnen ooien ondersteund worden met voedingssupplementen die oraal worden toegediend. Dit is een veilige methode, omdat hierbij geen risico op overdosering bestaat. Wel moet de ooi nog in staat zijn om goed te slikken. Omdat een hoogdrachtige ooi die niet eet snel een energietekort kan ontwikkelen, is het aan te raden om een supplement te geven dat ook helpt tegen slepende melkziekte. Re ewe venate is hiervoor een mooi product.

Hoe kun je melkziekte voorkomen?

Melkziekte is grotendeels te voorkomen met een uitgebalanceerd rantsoen en geleidelijke voerwisselingen. Geef ooien tijdig extra voer tijdens extreem winterweer wanneer zij buiten lopen. Beperk stress bij het opstallen en voorkom het samenvoegen van groepen waar mogelijk.

Zorg daarnaast voor voldoende voerplaatsen, zodat alle dieren tegelijk kunnen eten — zowel voor ruwvoer als krachtvoer. Hierdoor krijgen ook dieren met een lagere rang direct toegang tot voer en wordt voorkomen dat zij te weinig binnenkrijgen.

3.3 Slepende melkziekte

Wat is slepende melkziekte?

Slepende melkziekte is de benaming voor een acuut energietekort bij een drachtige ooi. Het ontstaat wanneer de energiebehoefte groter wordt dan de hoeveelheid energie die de ooi via het voer kan opnemen. Net zoals melkziekte ontstaat het bij schapen in tegenstelling tot koeien al voor het aflammeren in plaats van daarna.

Wat is het verschil tussen melkziekte en slepende melkziekte?

De namen en verschijnselen van beide aandoeningen lijken sterk op elkaar, waardoor het onderscheid lastig te maken is. Melkziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium, terwijl slepende melkziekte ontstaat door een energietekort. Beide ziekten komen vooral aan het einde van de dracht voor en zijn op basis van alleen de verschijnselen moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Bovendien kunnen ze elkaar versterken: een ooi met melkziekte stopt vaak met eten en ontwikkelt daardoor een energietekort. Andersom kan een energietekort ook de calciumhuishouding verstoren. Daarom is het verstandig om bij een vermoeden van één van beide aandoeningen ook preventief tegen de andere te behandelen. Dit kan geen kwaad en het voorkomt ergere problemen.

Waardoor ontstaat slepende melkziekte?

In de laatste fase van de dracht groeien de lammeren snel en vragen zij veel energie van de ooi. Tegelijkertijd is er in de buikholte minder ruimte voor de pens, omdat de lammeren hier letterlijk tegenaan drukken. Hierdoor kan de ooi minder voer opnemen, terwijl zij juist meer energie nodig heeft.

Als gevolg hiervan gaat de ooi haar vetreserves aanspreken. Dit gebeurt in zekere mate bij alle hoogdrachtige ooien, maar bij sommige dieren loopt dit uit de hand. Het vrijgekomen vet wordt naar de lever vervoerd om als energiebron te dienen. De lever kan deze hoeveelheid echter maar beperkt verwerken. Wanneer er te veel vet wordt aangevoerd, raakt de lever vervet. Daarbij ontstaan ketonlichamen, zoals aceton en bèta-hydroxyboterzuur, die het dier ziek maken.

Welke dieren lopen risico?

Alleen hoogdrachtige ooien kunnen slepende melkziekte krijgen. Het risico neemt toe bij:

  • Te dikke ooien in het laatste stadium van de dracht. Zij hebben minder ruimte in de buik door buikvet en beschikken over grote vetreserves, waardoor er snel te veel vet naar de lever wordt afgevoerd.
  • Ooien met meerdere lammeren. Door ruimtegebrek in de buik en een hoge energiebehoefte lopen zij extra risico.
  • Ooien die om andere redenen slecht eten, zoals bij uierontsteking, melkziekte of bij laaggeplaatste dieren die onvoldoende toegang hebben tot voer.

Welke verschijnselen kun je zien?

De aandoening kan zich geleidelijk of juist zeer snel ontwikkelen. Vaak valt als eerste op dat een ooi niet meer naar het voer toekomt wanneer er gevoerd wordt. In een later stadium kan zij moeite krijgen met staan of zelfs gaan liggen. In tegenstelling tot een ooi met melkziekte is een liggende ooi met slepende melkziekte vaak nog alert en wil zij soms nog wel eten.

Bij snelle verslechtering of late ontdekking stopt ook deze ooi met eten en kan zij in coma raken. Soms vertonen dieren afwijkend gedrag door een tekort aan glucose in de hersenen. Ze kunnen bijvoorbeeld blind lijken, naar boven staren (“sterrenkijken”) of overdreven heftig reageren op geluid en aanraking.

Hoe behandel je slepende melkziekte?

Een snelle start van de behandeling is essentieel. Zolang de ooi nog kan staan, is de prognose redelijk gunstig. Zodra zij ligt, neemt de kans op herstel sterk af.

De behandeling bestaat uit:

  • Het toedienen van een energierijke drank.
  • Het aanbieden van energierijk voer, zoals brok.

Omdat niet altijd duidelijk is of er ook sprake is van melkziekte, wordt geadviseerd om aanvullend calcium toe te dienen. Re ewe venate bevat zowel goed beschikbare energie als calcium.

Daarnaast kan het zinvol zijn een pijnstiller toe te dienen, omdat bij vetafbraak ontstekingsstoffen vrijkomen. De lever staat tijdens deze aandoening onder zware belasting, waardoor extra toediening van B-vitaminen — oraal of via injectie — het herstel kan ondersteunen.

Wanneer de ooi ligt of comateus is, moet een dierenarts glucose rechtstreeks in het bloed toedienen. In dit stadium is de prognose voor zowel ooi als lammeren helaas ongunstig.

Hoe kun je slepende melkziekte voorkomen?

Preventie begint al vroeg in de dracht. Zorg ervoor dat ooien niet te dik worden door het rantsoen tijdig aan te passen. Door de ooien vroeg te laten scannen (tussen 40 en 70 dagen dracht) kan worden vastgesteld hoeveel lammeren zij dragen. Eenling- en meerlingooien kunnen vervolgens in aparte groepen worden gevoerd, zodat de voeding beter aansluit op hun behoeften.

Daarnaast is goede toegang tot zowel ruwvoer als krachtvoer essentieel, zowel op stal als in de wei. Geef tijdig extra voer bij slecht weer, zorg voor voldoende voerplaatsen en voorkom concurrentie aan de voerhekken en hooiruiven. Zo krijgen alle ooien voldoende energie binnen en wordt het risico op slepende melkziekte aanzienlijk verkleind.

3.4 Verwerpen

Het komt regelmatig voor dat binnen een koppel een ooi een lam verwerpt. Dit hoeft niet altijd een infectieuze oorzaak te hebben. Wanneer een lam genetisch niet levensvatbaar is, wordt het vaak vanzelf afgestoten. Bij een schaap dat verwerpt is er daarom meestal geen reden tot uitgebreid onderzoek.

Wanneer echter meerdere ooien verwerpen, of wanneer jaarlijks meer dan 2% van de ooien een abortus krijgt, is het belangrijk om de onderliggende oorzaak te achterhalen. De oorzaken kunnen zowel infectieus (besmettelijk, er is een ziekteverwekker bij betrokken) als niet-infectieus zijn.

Infectieuze oorzaken

Toxoplasma

Toxoplasma is een parasiet die schapen opnemen via besmet gras, ruwvoer of krachtvoer. De besmetting ontstaat via katten, die via hun ontlasting zogenaamde oöcysten uitscheiden. Deze kunnen in een vochtige omgeving tot wel een jaar overleven. Problemen kunnen langer aanhouden doordat katten elkaar opnieuw besmetten.

De verschijnselen variëren van meer guste ooien, minder lammeren per ooi, zwakke lammeren en ‘mummies’ (ingedroogde dode lammeren). Verwerpen komt relatief weinig voor. De ooien zelf worden niet ziek en besmetting tussen schapen onderling vindt niet plaats.

Schapen bouwen een goede weerstand op tegen toxoplasma. Daarom worden vooral jonge ooien getroffen, tenzij het bedrijf voor het eerst met de parasiet te maken krijgt. Diagnose is mogelijk door het insturen van verworpen of doodgeboren lammeren en de nageboorte, eventueel aangevuld met bloedonderzoek. In Nederland is momenteel geen vaccin beschikbaar. Preventie bestaat uit het voorkomen dat drachtige ooien

Chlamydia (Chlamydophila)

Chlamydia veroorzaakt vaak een zogenoemde “abortusstorm”. Enkele weken voor het aflammeren verwerpt de eerste ooi. Tijdens het verwerpen komen grote hoeveelheden bacteriën vrij, waardoor de infectie zich snel door de koppel verspreidt. In korte tijd kunnen meerdere ooien verwerpen. De lammeren zijn meestal dood, maar nog wel fris. De ooien vertonen zelf geen ziekteverschijnselen.

Ook tegen deze bacterie bouwen schapen weerstand op. Daardoor worden bij herhaalde problemen vooral jonge ooien getroffen. Diagnostiek kan via onderzoek van lammeren en nageboorte, vaginale swabs of bloedmonsters. Tijdens een uitbraak kan behandeling met antibiotica nodig zijn, gevolgd door vaccinatie om herhaling te voorkomen.

Let op: Chlamydia is gevaarlijk voor zwangere vrouwen en kan ook via besmette kleding worden overgedragen.

Campylobacter

Een Campylobacter-infectie lijkt sterk op Chlamydia. Ook hier treedt verwerpen meestal op in het laatste deel van de dracht en verspreidt de infectie zich snel. In tegenstelling tot Chlamydia kunnen ooien hierbij wel ziek worden, vaak door een ernstige baarmoederontsteking. De lammeren kunnen al in ontbinding zijn.

Diagnose is mogelijk via vaginale swabs of sectie van lammeren en nageboorte. Bloedonderzoek is niet betrouwbaar. Sommige ooien blijven na infectie drager, wat in volgende jaren opnieuw problemen kan geven. Behandeling tijdens een uitbraak is meestal weinig effectief en er is geen vaccin beschikbaar. Goede hygiëne is essentieel om verspreiding te beperken.

Let op: Ook deze bacterie vormt een risico voor zwangere vrouwen.

Q-koorts

Q-koorts wordt vaak geassocieerd met geiten, maar kan ook bij schapen abortus veroorzaken. De verschijnselen lijken op Campylobacter en Chlamydia. Tijdens verwerpen komen grote hoeveelheden bacteriën vrij. Behandeling kan soms worden ingezet, maar vaccinatie in de daaropvolgende jaren is noodzakelijk om herhaling te voorkomen.

Diagnose gebeurt via onderzoek van lammeren, placenta of vaginale swabs.
Let op: Q-koorts kan bij mensen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.

Listeria

Listeria komt vooral voor in slecht geconserveerde, natte of beschimmelde kuilen. Ook modderige weides of kort afgegraasd land kunnen een bron zijn. Naast abortus kunnen ook zenuwverschijnselen optreden, zoals rondjes draaien of verlamming.

Diagnose is alleen mogelijk via sectie van lammeren en placenta. Behandeling tijdens een uitbraak heeft meestal weinig effect. Het besmette voer moet direct worden verwijderd. Klachten kunnen nog enkele weken aanhouden nadat het voer is weggehaald. Preventie bestaat uit het voeren van kwalitatief goed ruwvoer.

Let op: Listeria is gevaarlijk voor zwangere vrouwen.

Schmallenbergvirus

Het Schmallenbergvirus veroorzaakt vooral aangeboren afwijkingen bij lammeren. Soms leidt het tot verwerpen wanneer een lam vroegtijdig sterft. Het virus wordt overgebracht door knutten (kleine mugjes), die zachte winters goed overleven. Hierdoor blijft het virus aanwezig in Nederland.

Niet-infectieuze oorzaken

Voeding en conditie

Slechte voedingstoestand of parasitaire besmettingen, zoals leverbot of rode lebmaagworm, kunnen leiden tot verwerpen, zwakke lammeren of niet drachtig worden. Ook ernstige mineralentekorten of -overschotten kunnen problemen veroorzaken.

Stress

Stress kan in een laat stadium van de dracht abortus veroorzaken. Voorbeelden zijn het opjagen door een hond, extreme weersomstandigheden of andere verstoringen. Stresshormonen kunnen voortijdig de geboorte op gang brengen. Na een stressvolle gebeurtenis is het afwachten of er verwerpen optreedt, dit is dan niet meer te voorkomen.

Wat te doen bij verwerpers?

  • Isoleer de verwerpende ooi direct van de rest van de dieren om mogelijke besmetting te voorkomen.
  • Ontsmet de plek waar mogelijk waar vrucht, vruchtwater en nageboorte zijn terechtgekomen.
  • Stuur bij meerdere verwerpers materiaal in voor onderzoek, bij voorkeur lammeren én nageboorte, zo vers mogelijk. Indien dit niet mogelijk is, overleg over het nemen van vaginale swabs.

 

Zwangere vrouwen en schapen

Verschillende abortusverwekkers bij schapen kunnen ook bij mensen gezondheidsproblemen of abortus veroorzaken. Zwangere vrouwen dienen daarom niet in contact te komen met drachtige ooien of met ooien die lammeren of verwerpen. Beschermende kleding biedt onvoldoende veiligheid.

  • Mineralen
    • Kobalt
    • Selenium
    • Koper
  • Parasieten
    • Maagdarmwormen

Coccidiose

Rundveedierenartsen Wolvega
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.