Wat is slepende melkziekte?
Slepende melkziekte is de benaming voor een acuut energietekort bij een drachtige ooi. Het ontstaat wanneer de energiebehoefte groter wordt dan de hoeveelheid energie die de ooi via het voer kan opnemen. Net zoals melkziekte ontstaat het bij schapen in tegenstelling tot koeien al voor het aflammeren in plaats van daarna.
Wat is het verschil tussen melkziekte en slepende melkziekte?
De namen en verschijnselen van beide aandoeningen lijken sterk op elkaar, waardoor het onderscheid lastig te maken is. Melkziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium, terwijl slepende melkziekte ontstaat door een energietekort. Beide ziekten komen vooral aan het einde van de dracht voor en zijn op basis van alleen de verschijnselen moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Bovendien kunnen ze elkaar versterken: een ooi met melkziekte stopt vaak met eten en ontwikkelt daardoor een energietekort. Andersom kan een energietekort ook de calciumhuishouding verstoren. Daarom is het verstandig om bij een vermoeden van één van beide aandoeningen ook preventief tegen de andere te behandelen. Dit kan geen kwaad en het voorkomt ergere problemen.
Waardoor ontstaat slepende melkziekte?
In de laatste fase van de dracht groeien de lammeren snel en vragen zij veel energie van de ooi. Tegelijkertijd is er in de buikholte minder ruimte voor de pens, omdat de lammeren hier letterlijk tegenaan drukken. Hierdoor kan de ooi minder voer opnemen, terwijl zij juist meer energie nodig heeft.
Als gevolg hiervan gaat de ooi haar vetreserves aanspreken. Dit gebeurt in zekere mate bij alle hoogdrachtige ooien, maar bij sommige dieren loopt dit uit de hand. Het vrijgekomen vet wordt naar de lever vervoerd om als energiebron te dienen. De lever kan deze hoeveelheid echter maar beperkt verwerken. Wanneer er te veel vet wordt aangevoerd, raakt de lever vervet. Daarbij ontstaan ketonlichamen, zoals aceton en bèta-hydroxyboterzuur, die het dier ziek maken.
Welke dieren lopen risico?
Alleen hoogdrachtige ooien kunnen slepende melkziekte krijgen. Het risico neemt toe bij:
Welke verschijnselen kun je zien?
De aandoening kan zich geleidelijk of juist zeer snel ontwikkelen. Vaak valt als eerste op dat een ooi niet meer naar het voer toekomt wanneer er gevoerd wordt. In een later stadium kan zij moeite krijgen met staan of zelfs gaan liggen. In tegenstelling tot een ooi met melkziekte is een liggende ooi met slepende melkziekte vaak nog alert en wil zij soms nog wel eten.
Bij snelle verslechtering of late ontdekking stopt ook deze ooi met eten en kan zij in coma raken. Soms vertonen dieren afwijkend gedrag door een tekort aan glucose in de hersenen. Ze kunnen bijvoorbeeld blind lijken, naar boven staren (“sterrenkijken”) of overdreven heftig reageren op geluid en aanraking.
Hoe behandel je slepende melkziekte?
Een snelle start van de behandeling is essentieel. Zolang de ooi nog kan staan, is de prognose redelijk gunstig. Zodra zij ligt, neemt de kans op herstel sterk af.
De behandeling bestaat uit:
Omdat niet altijd duidelijk is of er ook sprake is van melkziekte, wordt geadviseerd om aanvullend calcium toe te dienen. Re ewe venate bevat zowel goed beschikbare energie als calcium.
Daarnaast kan het zinvol zijn een pijnstiller toe te dienen, omdat bij vetafbraak ontstekingsstoffen vrijkomen. De lever staat tijdens deze aandoening onder zware belasting, waardoor extra toediening van B-vitaminen — oraal of via injectie — het herstel kan ondersteunen.
Wanneer de ooi ligt of comateus is, moet een dierenarts glucose rechtstreeks in het bloed toedienen. In dit stadium is de prognose voor zowel ooi als lammeren helaas ongunstig.
Hoe kun je slepende melkziekte voorkomen?
Preventie begint al vroeg in de dracht. Zorg ervoor dat ooien niet te dik worden door het rantsoen tijdig aan te passen. Door de ooien vroeg te laten scannen (tussen 40 en 70 dagen dracht) kan worden vastgesteld hoeveel lammeren zij dragen. Eenling- en meerlingooien kunnen vervolgens in aparte groepen worden gevoerd, zodat de voeding beter aansluit op hun behoeften.
Daarnaast is goede toegang tot zowel ruwvoer als krachtvoer essentieel, zowel op stal als in de wei. Geef tijdig extra voer bij slecht weer, zorg voor voldoende voerplaatsen en voorkom concurrentie aan de voerhekken en hooiruiven. Zo krijgen alle ooien voldoende energie binnen en wordt het risico op slepende melkziekte aanzienlijk verkleind.
Wat is slepende melkziekte?
Slepende melkziekte is de benaming voor een acuut energietekort bij een drachtige ooi. Het ontstaat wanneer de energiebehoefte groter wordt dan de hoeveelheid energie die de ooi via het voer kan opnemen. Net zoals melkziekte ontstaat het bij schapen in tegenstelling tot koeien al voor het aflammeren in plaats van daarna.
Wat is het verschil tussen melkziekte en slepende melkziekte?
De namen en verschijnselen van beide aandoeningen lijken sterk op elkaar, waardoor het onderscheid lastig te maken is. Melkziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium, terwijl slepende melkziekte ontstaat door een energietekort. Beide ziekten komen vooral aan het einde van de dracht voor en zijn op basis van alleen de verschijnselen moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Bovendien kunnen ze elkaar versterken: een ooi met melkziekte stopt vaak met eten en ontwikkelt daardoor een energietekort. Andersom kan een energietekort ook de calciumhuishouding verstoren. Daarom is het verstandig om bij een vermoeden van één van beide aandoeningen ook preventief tegen de andere te behandelen. Dit kan geen kwaad en het voorkomt ergere problemen.
Waardoor ontstaat slepende melkziekte?
In de laatste fase van de dracht groeien de lammeren snel en vragen zij veel energie van de ooi. Tegelijkertijd is er in de buikholte minder ruimte voor de pens, omdat de lammeren hier letterlijk tegenaan drukken. Hierdoor kan de ooi minder voer opnemen, terwijl zij juist meer energie nodig heeft.
Als gevolg hiervan gaat de ooi haar vetreserves aanspreken. Dit gebeurt in zekere mate bij alle hoogdrachtige ooien, maar bij sommige dieren loopt dit uit de hand. Het vrijgekomen vet wordt naar de lever vervoerd om als energiebron te dienen. De lever kan deze hoeveelheid echter maar beperkt verwerken. Wanneer er te veel vet wordt aangevoerd, raakt de lever vervet. Daarbij ontstaan ketonlichamen, zoals aceton en bèta-hydroxyboterzuur, die het dier ziek maken.
Welke dieren lopen risico?
Alleen hoogdrachtige ooien kunnen slepende melkziekte krijgen. Het risico neemt toe bij:
Welke verschijnselen kun je zien?
De aandoening kan zich geleidelijk of juist zeer snel ontwikkelen. Vaak valt als eerste op dat een ooi niet meer naar het voer toekomt wanneer er gevoerd wordt. In een later stadium kan zij moeite krijgen met staan of zelfs gaan liggen. In tegenstelling tot een ooi met melkziekte is een liggende ooi met slepende melkziekte vaak nog alert en wil zij soms nog wel eten.
Bij snelle verslechtering of late ontdekking stopt ook deze ooi met eten en kan zij in coma raken. Soms vertonen dieren afwijkend gedrag door een tekort aan glucose in de hersenen. Ze kunnen bijvoorbeeld blind lijken, naar boven staren (“sterrenkijken”) of overdreven heftig reageren op geluid en aanraking.
Hoe behandel je slepende melkziekte?
Een snelle start van de behandeling is essentieel. Zolang de ooi nog kan staan, is de prognose redelijk gunstig. Zodra zij ligt, neemt de kans op herstel sterk af.
De behandeling bestaat uit:
Omdat niet altijd duidelijk is of er ook sprake is van melkziekte, wordt geadviseerd om aanvullend calcium toe te dienen. Re ewe venate bevat zowel goed beschikbare energie als calcium.
Daarnaast kan het zinvol zijn een pijnstiller toe te dienen, omdat bij vetafbraak ontstekingsstoffen vrijkomen. De lever staat tijdens deze aandoening onder zware belasting, waardoor extra toediening van B-vitaminen — oraal of via injectie — het herstel kan ondersteunen.
Wanneer de ooi ligt of comateus is, moet een dierenarts glucose rechtstreeks in het bloed toedienen. In dit stadium is de prognose voor zowel ooi als lammeren helaas ongunstig.
Hoe kun je slepende melkziekte voorkomen?
Preventie begint al vroeg in de dracht. Zorg ervoor dat ooien niet te dik worden door het rantsoen tijdig aan te passen. Door de ooien vroeg te laten scannen (tussen 40 en 70 dagen dracht) kan worden vastgesteld hoeveel lammeren zij dragen. Eenling- en meerlingooien kunnen vervolgens in aparte groepen worden gevoerd, zodat de voeding beter aansluit op hun behoeften.
Daarnaast is goede toegang tot zowel ruwvoer als krachtvoer essentieel, zowel op stal als in de wei. Geef tijdig extra voer bij slecht weer, zorg voor voldoende voerplaatsen en voorkom concurrentie aan de voerhekken en hooiruiven. Zo krijgen alle ooien voldoende energie binnen en wordt het risico op slepende melkziekte aanzienlijk verkleind.