Blauwtong is een virusziekte die wordt veroorzaakt door het Bluetongue-virus (BTV). Het virus tast vooral de bloedvaten en slijmvliezen aan en wordt niet direct van dier op dier overgedragen, maar via knutten (Culicoides-mugjes). Vooral schapen kunnen er ziek van worden en er soms aan sterven. Ook andere herkauwers (runderen, geiten, dromedarissen en wilde herkauwers) kunnen geïnfecteerd raken, maar zij worden meestal minder ziek dan schapen. Runderen worden hierdoor vaak als “drager” van het virus beschouwd, maar bij sommige runderen kunnen toch duidelijke ziekteverschijnselen, productiedaling en vruchtbaarheidsproblemen ontstaan. Blauwtong kan grote economische schade veroorzaken door groeivertraging, sterfte bij jongvee, melkproductiedaling en vruchtbaarheidsverstoringen.
Blauwtong wordt veroorzaakt door het Bluetongue-virus, een orbivirus met meerdere serotypen (BTV-1, BTV-8, BTV-3, enz.). De ernst van de ziekteverschijnselen hangt sterk af van het type virus en de weerstand van de dieren.
Het virus verspreidt zich uitsluitend via:
• Knutten (Culicoides-soorten), vooral in warme en vochtige periodes
• Indirect via transport van besmette dieren naar nieuwe gebieden waar knutten aanwezig zijn
• Zelden via sperma of embryo’s
Van dier-op-dier contact raakt een rund niet direct besmet (zonder knutten stopt de virusverspreiding).
Alle runderen kunnen blauwtong oplopen, maar sommige groepen zijn gevoeliger voor duidelijke verschijnselen:
• Dieren met verminderde weerstand
• Melkkoeien in periodes met veel insectendruk
• Bedrijven in regio’s waar BTV-circulatie bekend is
Runderen worden vaak langdurig viraemisch, wat betekent dat het virus langere tijd in het bloed aanwezig kan blijven. Hierdoor kunnen ze een infectiebron vormen voor knutten, ook zonder zelf zwaar ziek te zijn.
Veel runderen vertonen milde of onduidelijke verschijnselen, maar bij gevoelige dieren kunnen duidelijke klachten optreden. De ziekte begint meestal met koorts, sloomheid en een daling in voeropname. Daarna kunnen slijmvliesontstekingen ontstaan.
Typische verschijnselen bij rundvee zijn:
• Koorts
• Sloomheid en minder eetlust
• Dikke of pijnlijke tong, soms blauw verkleurd (komt bij runderen minder vaak voor dan bij schapen)
• Rode ogen en neus
• Neus- en speekselvloeiing
• Zwelling van lippen en kop
• Mank lopen door pijnlijke hoeven (ontsteking in de kroonrand)
• Melkproductiedaling
• Groeivertraging bij jongvee
Bij ernstige infecties kunnen dieren moeite hebben met ademen, liggen veel en kunnen secundaire infecties optreden. Kalveren in de baarmoeder kunnen besmet raken, wat kan leiden tot misvormingen, doodgeboortes of zwakke kalveren.
Blauwtong kan worden aangetoond met:
• PCR-onderzoek op bloed (meest gevoelig)
• Antistofonderzoek om eerdere besmetting op te sporen
• Onderzoek van organen of kalveren bij abortus of doodgeboorte
PCR is de standaardmethode tijdens een uitbraak omdat hiermee het virus zelf wordt aangetoond.
Er bestaat geen behandeling die het virus zelf bestrijdt. De aanpak richt zich op:
• Pijnstilling en ontstekingsremmers
• Ondersteuning van weerstand
• Voldoende voer- en wateropname
• Voorkomen van secundaire infecties
• Een comfortabele, droge en tochtvrije ligplaats
Bij ernstige klachten is dagelijkse controle en tijdig ingrijpen belangrijk om dieren te laten herstellen.
Preventie is vooral gericht op het verminderen van contact met knutten en het versterken van de weerstand:
• Eventuele vaccinatie wanneer er een vaccin beschikbaar en werkzaam is voor het circulerende serotype
• Insectenwering (bijv. winddoeken, verwijderen van stilstaand water, knutwerende maatregelen)
• Goede stalhygiëne en mestmanagement
• Robuuste weerstand door goed rantsoen en stressbeperking
• Beperking van diertransporten in knuttentijd
Omdat elk serotype een ander vaccin nodig heeft, is veterinaire begeleiding belangrijk bij de vaccinatiekeuze.
Blauwtong is een virusziekte die wordt veroorzaakt door het Bluetongue-virus (BTV). Het virus tast vooral de bloedvaten en slijmvliezen aan en wordt niet direct van dier op dier overgedragen, maar via knutten (Culicoides-mugjes). Vooral schapen kunnen er ziek van worden en er soms aan sterven. Ook andere herkauwers (runderen, geiten, dromedarissen en wilde herkauwers) kunnen geïnfecteerd raken, maar zij worden meestal minder ziek dan schapen. Runderen worden hierdoor vaak als “drager” van het virus beschouwd, maar bij sommige runderen kunnen toch duidelijke ziekteverschijnselen, productiedaling en vruchtbaarheidsproblemen ontstaan. Blauwtong kan grote economische schade veroorzaken door groeivertraging, sterfte bij jongvee, melkproductiedaling en vruchtbaarheidsverstoringen.
Blauwtong wordt veroorzaakt door het Bluetongue-virus, een orbivirus met meerdere serotypen (BTV-1, BTV-8, BTV-3, enz.). De ernst van de ziekteverschijnselen hangt sterk af van het type virus en de weerstand van de dieren.
Het virus verspreidt zich uitsluitend via:
• Knutten (Culicoides-soorten), vooral in warme en vochtige periodes
• Indirect via transport van besmette dieren naar nieuwe gebieden waar knutten aanwezig zijn
• Zelden via sperma of embryo’s
Van dier-op-dier contact raakt een rund niet direct besmet (zonder knutten stopt de virusverspreiding).
Alle runderen kunnen blauwtong oplopen, maar sommige groepen zijn gevoeliger voor duidelijke verschijnselen:
• Dieren met verminderde weerstand
• Melkkoeien in periodes met veel insectendruk
• Bedrijven in regio’s waar BTV-circulatie bekend is
Runderen worden vaak langdurig viraemisch, wat betekent dat het virus langere tijd in het bloed aanwezig kan blijven. Hierdoor kunnen ze een infectiebron vormen voor knutten, ook zonder zelf zwaar ziek te zijn.
Veel runderen vertonen milde of onduidelijke verschijnselen, maar bij gevoelige dieren kunnen duidelijke klachten optreden. De ziekte begint meestal met koorts, sloomheid en een daling in voeropname. Daarna kunnen slijmvliesontstekingen ontstaan.
Typische verschijnselen bij rundvee zijn:
• Koorts
• Sloomheid en minder eetlust
• Dikke of pijnlijke tong, soms blauw verkleurd (komt bij runderen minder vaak voor dan bij schapen)
• Rode ogen en neus
• Neus- en speekselvloeiing
• Zwelling van lippen en kop
• Mank lopen door pijnlijke hoeven (ontsteking in de kroonrand)
• Melkproductiedaling
• Groeivertraging bij jongvee
Bij ernstige infecties kunnen dieren moeite hebben met ademen, liggen veel en kunnen secundaire infecties optreden. Kalveren in de baarmoeder kunnen besmet raken, wat kan leiden tot misvormingen, doodgeboortes of zwakke kalveren.
Blauwtong kan worden aangetoond met:
• PCR-onderzoek op bloed (meest gevoelig)
• Antistofonderzoek om eerdere besmetting op te sporen
• Onderzoek van organen of kalveren bij abortus of doodgeboorte
PCR is de standaardmethode tijdens een uitbraak omdat hiermee het virus zelf wordt aangetoond.
Er bestaat geen behandeling die het virus zelf bestrijdt. De aanpak richt zich op:
• Pijnstilling en ontstekingsremmers
• Ondersteuning van weerstand
• Voldoende voer- en wateropname
• Voorkomen van secundaire infecties
• Een comfortabele, droge en tochtvrije ligplaats
Bij ernstige klachten is dagelijkse controle en tijdig ingrijpen belangrijk om dieren te laten herstellen.
Preventie is vooral gericht op het verminderen van contact met knutten en het versterken van de weerstand:
• Eventuele vaccinatie wanneer er een vaccin beschikbaar en werkzaam is voor het circulerende serotype
• Insectenwering (bijv. winddoeken, verwijderen van stilstaand water, knutwerende maatregelen)
• Goede stalhygiëne en mestmanagement
• Robuuste weerstand door goed rantsoen en stressbeperking
• Beperking van diertransporten in knuttentijd
Omdat elk serotype een ander vaccin nodig heeft, is veterinaire begeleiding belangrijk bij de vaccinatiekeuze.