Uiergezondheid

Uiergezondheid

3.1 Mastitis

Mastitis is één van de meest voorkomende gezondheidsproblemen in de melkveehouder en kan grote financiële gevolgen hebben. Zowel in gevallen van klinische als subklinische mastitis. Deze schade ontstaat door productieverlies, het niet leveren van melk vanwege wachttijd van medicijnen, meer arbeid, vroegtijdig afvoeren van dieren en sterfte. Op elk bedrijf is de aanpak van problemen rondom uiergezondheid maatwerk.

Wat is de oorzaak van mastitis?

Mastitis ontstaat als de evenwicht tussen de weerstand van een koe en de infectiedruk vanuit de omgeving uit balans is. De weerstand op het gebied van uiergezondheid begint bij het slotgat en tepelkanaal die de eerste barrière vormen tegen bacteriën om binnen te dringen. Tussen de melkbeurten blijft het kanaal gesloten door een kringspier en door keratine, een wasachtig product dat bacteriegroei remt. Als het tepelkanaal of slotgat beschadigd, uitgestulpt of rafelig is, neemt het risico op mastitis toe – dit heet speenpuntvereelting. Na het melken kan het kanaal nog ‘openstaan’ omdat de spier en keratine hersteltijd nodig hebben. Laat koeien daarom 15–20 minuten staan na het melken. Goede conditie van speenpunten en een juiste melktechniek helpen de natuurlijke barrière in stand te houden.

Als bacteriën toch de uier bereiken, worden ze bij de eerstvolgende melkbeurt vaak uitgespoeld. In melk zitten stoffen zoals lactoferrine en immunoglobulines die de groei van bacteriën remmen en hun hechting tegengaan. Daarnaast spelen witte bloedcellen (leukocyten) een belangrijke rol bij het opruimen van indringers. Als de weerstand van de koe onder druk staat en deze afweer niet voldoende werkt, ontstaat een ontstekingsreactie (mastitis). Witte bloedcellen vormen een belangrijk deel van het celgetal. Ze vallen bacteriën aan en proberen deze op te ruimen. In zo’n geval komen er vanuit het bloed meer witte bloedcellen naar de plaats van ontsteking. Daardoor zal het celgetal stijgen. Als de infectie wordt overwonnen, eventueel met behulp van een passende behandeling, daalt het celgetal weer. Dit lukt niet altijd, bijvoorbeeld als de bacterie zich weet te nestelen en in te kapselen in de cellen van het uierweefsel of in een biofilm (soort slijmlaag). Het afweersysteem kan de bacterie niet opruimen en een behandeling kan de indringer moeilijk bereiken. Het celgetal blijft hoog omdat er witte bloedcellen vanuit het bloed bijgehaald worden om bacteriën te bestrijden, terwijl dit niet succesvol is.

Welke vormen van mastitis zijn er?

Mastitis kan in verschillende gradaties ingedeeld worden, afhankelijk van de mate waarin de ontstekingsreactie optreedt en ziekteverschijnselen zichtbaar zijn. Bij deze 3 vormen spreken we van klinische mastitis.

Graad 1 alleen afwijkende melk à waterig, vlokken, afwijkende kleur
Graad 2 afwijkende melk en afwijkingen aan uier/kwartier à gezwollen, pijnlijk, hard, warm, rood
Graad 3 zieke koe à koorts, sloom, niet/minder eten, ernstige afname melkproductie

 

Wanneer er helemaal geen verschijnselen te zien zijn, maar het celgetal wel hoog is spreken we van subklinische mastitis.

Hoe kan mastitis aangetoond worden?

Bij individuele gevallen van mastitis is het aan te raden om een melkmonster te nemen. Op de praktijk kunnen we door middel van kweek de veroorzakende bacterie achterhalen en ook de gevoeligheid voor verschillende soorten antibiotica bepalen. Mocht de behandeling niet aanslaan, kan op basis van de uitslag voor een betere therapie gekozen worden. Ook bij subklinische mastitis kan bacteriologisch onderzoek helpen om passende behandeling te vinden.

Ten alle tijden draagt het nemen van melkmonsters op koeniveau bij aan het in kaart brengen van de uiergezondheid op bedrijfsniveau. Klinische gevallen van Klebsiella hebben bijvoorbeeld een andere prognose dan E. coli mastitis. Ook wanneer je passende preventieve maatregelen op het bedrijf wil invoeren is het noodzakelijk om melkmonsters te onderzoeken. Verschillende kiemen vereisen namelijk verschillende aanpak. Lees hier meer over koegebonden en omgevingsgebonden kiemen.

Naast individuele monsters is het ook mogelijk om tankmelk te laten onderzoeken. Hierdoor krijg je inzicht op bedrijfsniveau. Met deze waardevolle informatie over de kiemen die op het bedrijf voorkomen, kom je erachter wat de juiste aanpak is om tot een lager tankcelgetal te komen of het aantal gevallen van klinische mastitis omlaag te brengen.

Wat is de behandeling van mastitis?

Mastitis is in de meeste gevallen goed te behandelen met antibiotica. Voor een succesvolle behandeling is het van belang dat er middelen gebruikt worden waarvoor de veroorzakende bacterie gevoelig is. Bacteriologisch onderzoek van melk en een antibiogram geven hier inzicht in.

Klinische mastitis heeft de meeste kans op genezing wanneer behandeling direct na het opsporen van de ontsteking begint. Naast uierinjectoren kunnen in overleg met de dierenarts antibiotica injecties of andere ondersteunende behandelingen gegeven worden, bijv. pijnstilling of infusen.

Subklinische mastitis kan tijdens de lactatie behandeld worden, maar vaak vindt een behandeling in de droogstand plaats. Ook hier geldt dat de kans op genezing kleiner wordt wanneer de bacterie langer in het uierweefsel aanwezig is. Het moment van behandeling moet per koe overwogen worden waarbij verschillende factoren meegenomen worden: hoogte van het celgetal, de eigenschappen van de verwekker, risico van besmetting van andere dieren, etc.

Bedrijfsspecifieke aanpak

Het structureel verbeteren van de uiergezondheid binnen een bedrijf vergt een passend plan. In kaart brengen, doelstellingen maken, concrete actiepunten opstellen en blijven evalueren zijn hierin noodzakelijk. Je dierenarts kan helpen om zo’n plan vorm te geven en dit samen regelmatig evalueren en updaten.

3.2 Mastitis kiemen

De veroorzakers van mastitis kunnen ingedeeld worden in koegebonden en omgevingsgebonden kiemen, hoewel er ook bacteriën zijn die beide eigenschappen hebben.

Koegebonden: Streptococcus agalactiae, Staphylococcus aureus, Coagulase Negatieve Staphylococcen

Omgevingsgebonden: Streptococcus uberis, Klebsiella, E. coli, Streptococcus dysgalactiae

Koegebonden verwekkers worden overgedragen van koe naar koe, waarbij voornamelijk melkmachine, -techniek, en -hygiëne een rol spelen. De omgevingsgebonden kiemen worden via de omgeving overgedragen, waarbij hygiëne van de roosters, ligboxen en koeien zelf belangrijk zijn. Het aandeel van koegebonden of omgevingsgebonden bacteriën kan helpen te bepalen wat voor maatregelen er nodig zijn in de preventie van verdere mastitis problemen.

Bacteriologisch onderzoek

In ons laboratorium op de praktijk kan melk bacteriologisch onderzocht worden en wordt daarbij ook een antibiogram uitgevoerd. Op deze manier krijg je in 3 dagen tijd een rapportage welke kiem in de melk gevonden is en voor welke antibiotica deze gevoelig is. Dit levert niet alleen gerichte behandeling op, maar bij het regelmatig insturen van melkmonsters kan ook op bedrijfsniveau een beeld gevormd worden welke kiemen er spelen. Dit is een onmisbaar onderdeel van het in kaart brengen en verbeteren van de uiergezondheid.

Aandachtspunten bij monstername

Voor een betrouwbare uitslag van het bacteriologisch onderzoek is het belangrijk dat de monstername zo steriel mogelijk gebeurt in de daarvoor bestemde melkbuisjes. Let op de volgende aandachtspunten:

  1. Draag schone melkershandschoenen.
  2. Melk de eerste stralen weg voor u het melkmonster neemt. Bij robotbedrijven is het ideale moment van monstername 6 uur na het laatste robotbezoek.
  3. Behandel droog voor en desinfecteer de speenpunt.
  4. Voorkom dat bij de monstername vuil of stof in het monsterbuisje komt.
  5. Lever de monsters zo snel mogelijk in na monstername: u kunt melkmonsters tot 24 uur in de koelkast bewaren. Als het langer dan 24 uur duurt voordat u de melkmonsters naar de praktijk brengt, is het beter om de melkmonsters in te vriezen.

Mengflora: Wanneer er op de uitslag ‘mengflora’ staat, betekent dit dat er in het melkmonster drie of meer verschillende soorten bacteriën zijn gevonden. Dit is meestal het gevolg van onzorgvuldige melkmonstername. Bijvoorbeeld geen goede desinfectie van de speenpunt, de koe trapt op moment van monstername, er is vuil in het buisje terecht gekomen of de monsters zijn onjuist bewaard of getransporteerd.

Geen groei: De uitslag ‘geen groei’ betekent dat in de bewuste test de mastitiskiemen waarop is onderzocht niet zijn gegroeid. Daar kunnen meerdere verklaringen voor zijn:

  • Geen mastitiskiemen aangetoond; in het melkmonster zitten geen mastitiskiemen.
  • In het melkmonster zitten groei remmende stoffen (antibiotica).
  • Er zit (te) veel tijd tussen eerste symptomen van mastitis en de monstername. Hoe eerder de monstername, hoe beter de verantwoordelijke kiem geïsoleerd kan worden.
  • Het kan zijn dat de verwekkende kiem niet in de test wordt meegenomen. Bij standaard bacteriologisch onderzoek wordt het melkmonster niet op alle mogelijke mastitiskiemen onderzocht, maar op de meest voorkomende.

Onze dierenartsen staan voor u klaar om de uitslagen met u te bespreken en indien nodig te helpen met de monstername.

3.3 UCD (Udder Cleft Dermatitis)

Wat is UCD?
Udder Cleft Dermatitis (UCD) is een huidontsteking van de voorzijde van de uier bij melkgevende koeien. De aandoening begint vaak tussen de twee voorkwartieren en/of bij de overgang van de uier naar de buikhuid. Het verschilt van “uiersmet” die meestal op andere delen van de uier voorkomt.

Wat is de oorzaak van UCD?
De exacte oorzaak van UCD is onbekend; er is geen eenduidige kiem als primaire oorzaak aangetoond. Men gaat ervan uit dat milde UCD vaak mechanisch begint, door bijvoorbeeld schuring, scherpe beharing rondom de uier, vocht en warmte. Deze beschadigingen kunnen vervolgens een ingang vormen voor bacteriën waardoor ernstigere ontstekingen ontstaan. Ook eigenschappen zoals de vorm van de uier en de hoek tussen uier en buikhuid lijken van invloed.

Wat zijn de verschijnselen van UCD?

  • Milde UCD (score 1): huid intact maar met roodheid, kaalheid, vochtophoping of kleine korstjes.
  • Ernstige UCD (score 2): huid is beschadigd met open wonden; dit kan complicaties geven zoals infecties die via bloedvaten kunnen verspreiden naar andere organen. Ook kan door de grootte van de beschadiging een bloeding ontstaan aan betrokken bloedvaten. Deze infecties en bloedingen zijn vaak lastig te behandelen en kunnen een fatale afloop hebben.

Spontane genezing is onwaarschijnlijk; UCD kan lang aanhouden en ernstige vormen herstellen langzaam. Grotere wonden kunnen weken tot maanden nodig hebben om te genezen. Omdat onderliggende weefselaantasting soms groter is dan zichtbaar, is tijdige herkenning en behandeling belangrijk.

Wat is de behandeling van UCD?

  • Vroeg herkennen van milde gevallen door regelmatig controleren (bijv. met spiegel op stok tijdens melken)
  • Behandeling omvat schoonmaken met jodium oplossingen, voorzichtig verwijderen van vuil en losse korsten, goed drogen en insmeren met een milde niet-vette zalf, koperzinkspray of agron rood.
  • Een nieuwe ontwikkeling in de behandeling en preventie van uiersmet is de bedrijfsspecifieke vaccinatie. Dit houdt in dat er een vaccin ontwikkelt wordt op basis van de bacterie die op het betreffende bedrijf gevonden wordt in de UCD wonden. Neem contact met ons op voor meer informatie.

3.1 Mastitis

Mastitis is één van de meest voorkomende gezondheidsproblemen in de melkveehouder en kan grote financiële gevolgen hebben. Zowel in gevallen van klinische als subklinische mastitis. Deze schade ontstaat door productieverlies, het niet leveren van melk vanwege wachttijd van medicijnen, meer arbeid, vroegtijdig afvoeren van dieren en sterfte. Op elk bedrijf is de aanpak van problemen rondom uiergezondheid maatwerk.

Wat is de oorzaak van mastitis?

Mastitis ontstaat als de evenwicht tussen de weerstand van een koe en de infectiedruk vanuit de omgeving uit balans is. De weerstand op het gebied van uiergezondheid begint bij het slotgat en tepelkanaal die de eerste barrière vormen tegen bacteriën om binnen te dringen. Tussen de melkbeurten blijft het kanaal gesloten door een kringspier en door keratine, een wasachtig product dat bacteriegroei remt. Als het tepelkanaal of slotgat beschadigd, uitgestulpt of rafelig is, neemt het risico op mastitis toe – dit heet speenpuntvereelting. Na het melken kan het kanaal nog ‘openstaan’ omdat de spier en keratine hersteltijd nodig hebben. Laat koeien daarom 15–20 minuten staan na het melken. Goede conditie van speenpunten en een juiste melktechniek helpen de natuurlijke barrière in stand te houden.

Als bacteriën toch de uier bereiken, worden ze bij de eerstvolgende melkbeurt vaak uitgespoeld. In melk zitten stoffen zoals lactoferrine en immunoglobulines die de groei van bacteriën remmen en hun hechting tegengaan. Daarnaast spelen witte bloedcellen (leukocyten) een belangrijke rol bij het opruimen van indringers. Als de weerstand van de koe onder druk staat en deze afweer niet voldoende werkt, ontstaat een ontstekingsreactie (mastitis). Witte bloedcellen vormen een belangrijk deel van het celgetal. Ze vallen bacteriën aan en proberen deze op te ruimen. In zo’n geval komen er vanuit het bloed meer witte bloedcellen naar de plaats van ontsteking. Daardoor zal het celgetal stijgen. Als de infectie wordt overwonnen, eventueel met behulp van een passende behandeling, daalt het celgetal weer. Dit lukt niet altijd, bijvoorbeeld als de bacterie zich weet te nestelen en in te kapselen in de cellen van het uierweefsel of in een biofilm (soort slijmlaag). Het afweersysteem kan de bacterie niet opruimen en een behandeling kan de indringer moeilijk bereiken. Het celgetal blijft hoog omdat er witte bloedcellen vanuit het bloed bijgehaald worden om bacteriën te bestrijden, terwijl dit niet succesvol is.

Welke vormen van mastitis zijn er?

Mastitis kan in verschillende gradaties ingedeeld worden, afhankelijk van de mate waarin de ontstekingsreactie optreedt en ziekteverschijnselen zichtbaar zijn. Bij deze 3 vormen spreken we van klinische mastitis.

Graad 1 alleen afwijkende melk à waterig, vlokken, afwijkende kleur
Graad 2 afwijkende melk en afwijkingen aan uier/kwartier à gezwollen, pijnlijk, hard, warm, rood
Graad 3 zieke koe à koorts, sloom, niet/minder eten, ernstige afname melkproductie

 

Wanneer er helemaal geen verschijnselen te zien zijn, maar het celgetal wel hoog is spreken we van subklinische mastitis.

Hoe kan mastitis aangetoond worden?

Bij individuele gevallen van mastitis is het aan te raden om een melkmonster te nemen. Op de praktijk kunnen we door middel van kweek de veroorzakende bacterie achterhalen en ook de gevoeligheid voor verschillende soorten antibiotica bepalen. Mocht de behandeling niet aanslaan, kan op basis van de uitslag voor een betere therapie gekozen worden. Ook bij subklinische mastitis kan bacteriologisch onderzoek helpen om passende behandeling te vinden.

Ten alle tijden draagt het nemen van melkmonsters op koeniveau bij aan het in kaart brengen van de uiergezondheid op bedrijfsniveau. Klinische gevallen van Klebsiella hebben bijvoorbeeld een andere prognose dan E. coli mastitis. Ook wanneer je passende preventieve maatregelen op het bedrijf wil invoeren is het noodzakelijk om melkmonsters te onderzoeken. Verschillende kiemen vereisen namelijk verschillende aanpak. Lees hier meer over koegebonden en omgevingsgebonden kiemen.

Naast individuele monsters is het ook mogelijk om tankmelk te laten onderzoeken. Hierdoor krijg je inzicht op bedrijfsniveau. Met deze waardevolle informatie over de kiemen die op het bedrijf voorkomen, kom je erachter wat de juiste aanpak is om tot een lager tankcelgetal te komen of het aantal gevallen van klinische mastitis omlaag te brengen.

Wat is de behandeling van mastitis?

Mastitis is in de meeste gevallen goed te behandelen met antibiotica. Voor een succesvolle behandeling is het van belang dat er middelen gebruikt worden waarvoor de veroorzakende bacterie gevoelig is. Bacteriologisch onderzoek van melk en een antibiogram geven hier inzicht in.

Klinische mastitis heeft de meeste kans op genezing wanneer behandeling direct na het opsporen van de ontsteking begint. Naast uierinjectoren kunnen in overleg met de dierenarts antibiotica injecties of andere ondersteunende behandelingen gegeven worden, bijv. pijnstilling of infusen.

Subklinische mastitis kan tijdens de lactatie behandeld worden, maar vaak vindt een behandeling in de droogstand plaats. Ook hier geldt dat de kans op genezing kleiner wordt wanneer de bacterie langer in het uierweefsel aanwezig is. Het moment van behandeling moet per koe overwogen worden waarbij verschillende factoren meegenomen worden: hoogte van het celgetal, de eigenschappen van de verwekker, risico van besmetting van andere dieren, etc.

Bedrijfsspecifieke aanpak

Het structureel verbeteren van de uiergezondheid binnen een bedrijf vergt een passend plan. In kaart brengen, doelstellingen maken, concrete actiepunten opstellen en blijven evalueren zijn hierin noodzakelijk. Je dierenarts kan helpen om zo’n plan vorm te geven en dit samen regelmatig evalueren en updaten.

3.2 Mastitis kiemen

De veroorzakers van mastitis kunnen ingedeeld worden in koegebonden en omgevingsgebonden kiemen, hoewel er ook bacteriën zijn die beide eigenschappen hebben.

Koegebonden: Streptococcus agalactiae, Staphylococcus aureus, Coagulase Negatieve Staphylococcen

Omgevingsgebonden: Streptococcus uberis, Klebsiella, E. coli, Streptococcus dysgalactiae

Koegebonden verwekkers worden overgedragen van koe naar koe, waarbij voornamelijk melkmachine, -techniek, en -hygiëne een rol spelen. De omgevingsgebonden kiemen worden via de omgeving overgedragen, waarbij hygiëne van de roosters, ligboxen en koeien zelf belangrijk zijn. Het aandeel van koegebonden of omgevingsgebonden bacteriën kan helpen te bepalen wat voor maatregelen er nodig zijn in de preventie van verdere mastitis problemen.

Bacteriologisch onderzoek

In ons laboratorium op de praktijk kan melk bacteriologisch onderzocht worden en wordt daarbij ook een antibiogram uitgevoerd. Op deze manier krijg je in 3 dagen tijd een rapportage welke kiem in de melk gevonden is en voor welke antibiotica deze gevoelig is. Dit levert niet alleen gerichte behandeling op, maar bij het regelmatig insturen van melkmonsters kan ook op bedrijfsniveau een beeld gevormd worden welke kiemen er spelen. Dit is een onmisbaar onderdeel van het in kaart brengen en verbeteren van de uiergezondheid.

Aandachtspunten bij monstername

Voor een betrouwbare uitslag van het bacteriologisch onderzoek is het belangrijk dat de monstername zo steriel mogelijk gebeurt in de daarvoor bestemde melkbuisjes. Let op de volgende aandachtspunten:

  1. Draag schone melkershandschoenen.
  2. Melk de eerste stralen weg voor u het melkmonster neemt. Bij robotbedrijven is het ideale moment van monstername 6 uur na het laatste robotbezoek.
  3. Behandel droog voor en desinfecteer de speenpunt.
  4. Voorkom dat bij de monstername vuil of stof in het monsterbuisje komt.
  5. Lever de monsters zo snel mogelijk in na monstername: u kunt melkmonsters tot 24 uur in de koelkast bewaren. Als het langer dan 24 uur duurt voordat u de melkmonsters naar de praktijk brengt, is het beter om de melkmonsters in te vriezen.

Mengflora: Wanneer er op de uitslag ‘mengflora’ staat, betekent dit dat er in het melkmonster drie of meer verschillende soorten bacteriën zijn gevonden. Dit is meestal het gevolg van onzorgvuldige melkmonstername. Bijvoorbeeld geen goede desinfectie van de speenpunt, de koe trapt op moment van monstername, er is vuil in het buisje terecht gekomen of de monsters zijn onjuist bewaard of getransporteerd.

Geen groei: De uitslag ‘geen groei’ betekent dat in de bewuste test de mastitiskiemen waarop is onderzocht niet zijn gegroeid. Daar kunnen meerdere verklaringen voor zijn:

  • Geen mastitiskiemen aangetoond; in het melkmonster zitten geen mastitiskiemen.
  • In het melkmonster zitten groei remmende stoffen (antibiotica).
  • Er zit (te) veel tijd tussen eerste symptomen van mastitis en de monstername. Hoe eerder de monstername, hoe beter de verantwoordelijke kiem geïsoleerd kan worden.
  • Het kan zijn dat de verwekkende kiem niet in de test wordt meegenomen. Bij standaard bacteriologisch onderzoek wordt het melkmonster niet op alle mogelijke mastitiskiemen onderzocht, maar op de meest voorkomende.

Onze dierenartsen staan voor u klaar om de uitslagen met u te bespreken en indien nodig te helpen met de monstername.

3.3 UCD (Udder Cleft Dermatitis)

Wat is UCD?
Udder Cleft Dermatitis (UCD) is een huidontsteking van de voorzijde van de uier bij melkgevende koeien. De aandoening begint vaak tussen de twee voorkwartieren en/of bij de overgang van de uier naar de buikhuid. Het verschilt van “uiersmet” die meestal op andere delen van de uier voorkomt.

Wat is de oorzaak van UCD?
De exacte oorzaak van UCD is onbekend; er is geen eenduidige kiem als primaire oorzaak aangetoond. Men gaat ervan uit dat milde UCD vaak mechanisch begint, door bijvoorbeeld schuring, scherpe beharing rondom de uier, vocht en warmte. Deze beschadigingen kunnen vervolgens een ingang vormen voor bacteriën waardoor ernstigere ontstekingen ontstaan. Ook eigenschappen zoals de vorm van de uier en de hoek tussen uier en buikhuid lijken van invloed.

Wat zijn de verschijnselen van UCD?

  • Milde UCD (score 1): huid intact maar met roodheid, kaalheid, vochtophoping of kleine korstjes.
  • Ernstige UCD (score 2): huid is beschadigd met open wonden; dit kan complicaties geven zoals infecties die via bloedvaten kunnen verspreiden naar andere organen. Ook kan door de grootte van de beschadiging een bloeding ontstaan aan betrokken bloedvaten. Deze infecties en bloedingen zijn vaak lastig te behandelen en kunnen een fatale afloop hebben.

Spontane genezing is onwaarschijnlijk; UCD kan lang aanhouden en ernstige vormen herstellen langzaam. Grotere wonden kunnen weken tot maanden nodig hebben om te genezen. Omdat onderliggende weefselaantasting soms groter is dan zichtbaar, is tijdige herkenning en behandeling belangrijk.

Wat is de behandeling van UCD?

  • Vroeg herkennen van milde gevallen door regelmatig controleren (bijv. met spiegel op stok tijdens melken)
  • Behandeling omvat schoonmaken met jodium oplossingen, voorzichtig verwijderen van vuil en losse korsten, goed drogen en insmeren met een milde niet-vette zalf, koperzinkspray of agron rood.
  • Een nieuwe ontwikkeling in de behandeling en preventie van uiersmet is de bedrijfsspecifieke vaccinatie. Dit houdt in dat er een vaccin ontwikkelt wordt op basis van de bacterie die op het betreffende bedrijf gevonden wordt in de UCD wonden. Neem contact met ons op voor meer informatie.
Rundveedierenartsen Wolvega
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.