Na afkalven

Na afkalven

2.1 Algemene informatie afkalven

De drachtlengte van een koe is gemiddeld 283 dagen (9 maanden en 10 dagen), met een variatie van ongeveer 10 dagen. Tegen het einde van een normale dracht geeft het kalf een signaal waardoor het afkalven op gang komt. Het afkalfproces kan worden onderverdeeld in 4 verschillende fasen:

  1. Voorbereidingsfase
  2. Ontsluitingsfase
  3. Uitdrijvingsfase
  4. Nageboortefase

De voorbereidingsfase

In de voorbereidingsfase wordt door verschillende signalen zichtbaar dat de koe gaat afkalven.

  • Veranderingen aan uier

Vanaf ongeveer een maand voor kalven wordt het uier zichtbaar groter. Wanneer de tepels ook daadwerkelijk volschieten en er biest gevormd is, zal de koe binnen 12 uur afkalven. Bij vaarzen groeit het uier in de laatste 6 weken van de dracht sneller en wordt daarnaast ook oedeem (‘zucht’) gevormd in uier en onder de buik.

  • Verslappen van de bekkenbanden

Normaal zijn deze te voelen als harde streng, maar vanaf 10-14 dagen voor kalven gaan ze verslappen. 6-18 uur voor het afkalven zijn de banden bijna volledig verslapt.

  • Vulvazwelling en -uitvloeiing

Door meer doorbloeding zwelt de vulva op en de slijmprop in de baarmoedermond vervloeit tot slijm.

Ontsluitingsfase

De ontsluitingsfase begint met het op gang komen van de weeën, waarbij de baarmoeder steeds vaker en krachtiger samentrekt. Hierbij wordt de koe wat ongemakkelijker dan in de voorbereidingsfase en kan meer gaan trappelen en met gebogen rug staan. De koe gaat ook vaker liggen en staan, in de koppel zal een kalvende koe zich meestal afzonderen van de rest.

Door de weeën wordt de waterblaas steeds verder de baarmoedermond ingeperst en het kalf komt steeds meer in goede geboorteligging te liggen. Door de druk in de baarmoedermond treden er geleidelijk aan steeds krachtigere buikpersen op. Wanneer de waterblaas inwendig knapt of buiten zichtbaar wordt, gaat deze fase over in de uitdrijvingsfase.

De ontsluitingsfase duurt bij koeien 2-6 uur en bij vaarzen 4-12 uur.

Uitdrijvingsfase

Het kalf treedt in in de bekkenholte door weeën en persen. Wanneer de voorpoten en kop de bekkeningang gepasseerd zijn, komt door oprekking oxytocine vrij wat de uitdrijving van het kalf weer verder versterkt.

De normale uitdrijving duurt bij koeien 1-4 uur en bij vaarzen 2-6 uur.

Nageboortefase

De nageboorte zal binnen 12 uur na kalven loskomen. Indien dit niet het geval is en de nageboorte langer blijft zitten, spreken we van ‘aan de nageboorte staan’. Klik hier om daar meer over te lezen.

2.2 Melkziekte

Melkziekte, ook wel hypocalciëmie genoemd, is een stofwisselingsstoornis waarbij het calciumgehalte in het bloed van een koe te laag wordt. De ziekte komt vooral voor rondom het afkalven en kan zowel klinisch als subklinisch verlopen. Tijdige herkenning en goed management zijn essentieel voor het welzijn van de koe en het behoud van melkproductie.

Wat is de oorzaak van melkziekte?

Melkziekte ontstaat door een tekort aan calcium in het bloed. Direct na het afkalven stijgt de behoefte aan calcium sterk, onder andere door de productie van biest en melk. Als het lichaam van de koe onvoldoende calcium uit de botten kan vrijmaken of via het voer kan opnemen, daalt het calciumgehalte in het bloed. Spieren functioneren dan minder goed, wat leidt tot ziekteverschijnselen.

Bij welke dieren komt melkziekte voor?

  • Hoogproductieve koeien, die bij afkalven veel melk produceren
  • Koeien die al eerder melkziekte hebben gehad
  • Koeien met toenemende aantal lactaties
  • Bij zware kalvingen of tweelinggeboortes

Wat zijn de verschijnselen bij melkziekte?

  • Eerste stadium (mild): Onrustig gedrag, spiertrillingen, stijf lopen, verminderde eetlust.
  • Tweede stadium (matig): Koe gaat liggen, kan moeilijk of niet opstaan, koude oren en poten, verslapping van spieren.
  • Derde stadium (ernstig): Diepe sloomheid, platliggen op zij, coma, sterfte zonder behandeling.

Wat voor onderzoek is mogelijk naar melkziekte?

De diagnose melkziekte kan eenvoudig bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Het bloed wordt op de praktijk onderzocht, waardoor u dezelfde dag een uitslag en passend advies voor verdere behandeling ontvangt.

Wat is de behandeling voor melkziekte?

De behandeling hangt af van de ernst van de verschijnselen:

  • Staande koe: Orale toediening van calcium (bijv. bolussen of drench).
  • Liggende koe: Calcium via een infuus in combinatie met bolussen of drench.

Behandeling door middel van een infuus zorgt voor een snelle stijging van het calciumgehalte in het bloed, maar als gevolg kan daarna ook snel een dip optreden. Orale toediening in de vorm van een bolus of drench zorgt voor een stabielere calciumspiegel en helpt om terugval te voorkomen. Geef gedurende 2 dagen elke 12 uur een calciumbolus.

Let op! Bolussen, koedranken en drenchpoeders kunnen verschillende vormen calcium bevatten. Het is belangrijk om een product te kiezen dat een goed opneembare vorm van calcium bevat. Calciumcarbonaat wordt niet goed opgenomen. Betere alternatieven zijn calciumchloride (snel en effectief, Calciboost) of calciumpropionaat (energierijk, Selekt Fresh Cow). In een infuus is calciumborogluconaat de meest effectieve vorm (Calcitat).

Hoe kan melkziekte voorkomen worden?

  • Bij risicodieren kan vlak voor of na afkalven preventief behandeld worden met calciumbolussen.
  • Vitamine D injectie in de droogstand ter ondersteuning.
  • Uitgebreidere aanpak in de transitieperiode bestaat uit het goed afstemmen van het rantsoen. Dit begint met het in kaart brengen van de energiebalans en mineralenvoorziening in de droogstand door middel van bloedonderzoek bij een aantal koeien op verschillende momenten in de droogstand.

Subklinische melkziekte

Ook dieren zonder verschijnselen kunnen een calcium tekort hebben. Calcium is nodig voor een goede spierwerking in het hele lichaam. Een tekort kan dan ook leiden tot uiteenlopende aandoeningen zoals mastitis, baarmoederontsteking, een lebmaagverplaatsing of slepende melkziekte. Bij de eerste lactatie ligt het aantal koeien met subklinische melkziekte rond de 25%, terwijl dit percentage bij de derde lactatie rond de 49% ligt! Het komt 4 tot 5x vaker voor dat klinische melkziekte. Om vervelende gevolgen en suboptimale melkproductie te voorkomen is het sterk aanbevolen om bij twijfel of de koe genoeg vreet een calciumbolus toe te dienen.

Melkziekte kan voorkomen in combinatie of verward worden met fosfor tekort.

2.3 Fosfor tekort

Fosfor tekort ontstaat wanneer een koe niet voldoende fosfor opneemt via het rantsoen of bij verhoogde behoefte (bijvoorbeeld na afkalven). Fosfor is essentieel voor:

  • Energievoorziening (o.a. ATP-productie)
  • Botopbouw en spierfunctie
  • Vruchtbaarheid en stofwisseling

Wat zijn de verschijnselen bij fosfor tekort?

Acuut

  • Moeite met opstaan of liggen
  • Lusteloosheid, algehele zwakte
  • Niet staan ondanks voldoende calcium

Chronisch

  • Verminderde eetlust en melkproductie
  • Conditieverlies
  • Stijf of kreupel lopen (botpijn, spierzwakte)
  • Verminderde vruchtbaarheid

Wat voor onderzoek is mogelijk naar fosfor tekort?

De diagnose fosfor tekort kan eenvoudig bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Het bloed wordt op de praktijk onderzocht, waardoor u dezelfde dag een uitslag en passend advies voor verdere behandeling ontvangt.

Wat is de behandeling voor fosfor tekort?

Fosfor dient oraal toegediend te worden. Er zijn bolussen beschikbaar en een vloeibare vorm in een gebruiksvriendelijke fles (Phosfobovisal). Phosfobovisal bevat 3x meer fosfor dan een bolus.

Hoe kan fosfortekort voorkomen worden?

  • Bij risicodieren rondom afkalven naast calcium ook fosfor supplementeren
  • Voeranalyse en rantsoenoptimalisatie

2.4 Kopziekte

Kopziekte, ook wel grastetanie genoemd, is een tekort aan magnesium in het bloed bij melkvee. Magnesium speelt een belangrijke rol in de spier- en zenuwfunctie.

Wat is de oorzaak van kopziekte?

Een tekort aan magnesium kan ontstaan door te weinig opname en/of een verstoorde mineralen balans in het rantsoen.

Bij welke dieren komt kopziekte voor?

  • Koeien met weidegang in het voorjaar, wanneer gras nog relatief weinig magnesium bevat.
  • Oudere koeien, nemen minder efficiënt magnesium op
  • Dieren die een rantsoen met hoog stikstof- of kaluimgehalte aangeboden krijgen.

Wat zijn de verschijnselen van kopziekte?

  • Spiertrillingen, vooral rond kop en oren
  • Onrust, schrikachtig gedrag
  • Wankel lopen, liggen, niet kunnen staan
  • Spierkrampen
  • Zijligging met kop strak achterover gestrekt

 

Wat voor onderzoek is mogelijk naar kopziekte?

De diagnose fosfor tekort kan eenvoudig bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Het bloed wordt op de praktijk onderzocht, waardoor u dezelfde dag een uitslag en passend advies voor verdere behandeling ontvangt.

Wat is de behandeling voor kopziekte?

Kopziekte is een spoedgeval en behandeling moet direct plaatsvinden, zonder behandeling kan de koe snel sterven.

  • Infuus met magnesiumchloride (Glucamag, Calcitat)
  • Drenchen met magnesiumchloride (Fresh cow)
  • Magnesiumoxide bolus (Rumivet magnesium bolus), langzame afgifte en lange werkingsduur, alleen als aanvulling op andere behandeling!

Hoe kan kopziekte voorkomen worden?

  • Goede magnesium voorziening, bijvoorbeeld via mineralenmengsel, likemmers, brok of drinkwater.
  • Geleidelijke overgang van stalrantsoen naar weidegang in het voorjaar
  • Toedienen van magnesiumbolus bij risicodieren

2.5 Slepende melkziekte

Slepende melkziekte (ook wel ketose genoemd) is een stofwisselingsziekte bij melkkoeien die ontstaat door een tekort aan beschikbare energie. Het komt vooral voor in de eerste weken na het afkalven, wanneer de melkproductie snel stijgt en de energiebehoefte groter is dan de opname.

Wat is de oorzaak van slepende melkziekte?

De ziekte ontstaat als een koe meer energie verbruikt (voor melkproductie) dan ze via voer binnenkrijgt. Het lichaam gaat dan vetreserves afbreken. Bij deze vetverbranding komen ketonen vrij, die zich ophopen in het bloed. Dit veroorzaakt verstoring van de stofwisseling.

Belangrijke oorzaken zijn:

  • Te lage energie-opname (bijv. slecht ruwvoer, pensverzuring)
  • Slechte voeropname na afkalven
  • Te vette koeien bij afkalven (body condition score > 3,5)

Bij welke dieren komt slepende melkziekte voor?

  • Hoogproductieve melkkoeien, vooral in de eerste 6 weken na het afkalven
  • Vette koeien of koeien die te weinig vreten rond het afkalven
  • Dieren met aandoeningen die voeropname remmen (zoals melkziekte, baarmoederontsteking, lebmaagverdraaiing, kreupelheid)

Wat zijn de verschijnselen van slepende melkziekte?

  • Minder vreten, krachtvoer laten liggen
  • Gewichtsverlies
  • Lage melkproductie
  • In ernstige gevallen sloomheid, blijven liggen, hersenverschijnselen

Wat voor onderzoek is mogelijk naar slepende melkziekte?

Slepende melkziekte kan eenvoudig en snel worden vastgesteld doormiddel van bloedonderzoek met een ketonenmeter. Dit kan op het bedrijf zelf en wordt door ons standaard meegenomen bij het onderzoeken van een verse koe.

Wat is de behandeling voor slepende melkziekte?

De behandeling van slepende melkziekte bestaat uit het toedienen van energiebronnen aan de koe. Hiervoor zijn veel verschillende producten op de markt.

  • Propyleenglycol – eenvoudig, snel, goedkoop. Kan pensverstoring/diarree veroorzaken.
  • Propionaat – langzamer, ook preventief, smakelijk en veilig (Energie pil, Fresh cow)
  • Glycerol – snel, smakelijk, lang effect (Glycerol Plus)
    • Naast glycerol bevat Glycerol Plus ook gisten die op pensniveau de productie van energie door bacteriën ondersteunen.

Hoe kan slepende melkziekte voorkomen worden?

  • Goed transitie- en droogstandsmanagement: juiste voeding vóór en na afkalven en voldoende opname.
  • Zorg voor een goede body condition score bij afkalven (rond 3,0)
  • Voldoende energie in het rantsoen na afkalven
  • Regelmatige monitoring van risicodieren, bijvoorbeeld door middel van de verse koeien check die we kunnen uitvoeren bij onze periodieke bedrijfsbezoeken.

2.6 Lebmaagverplaatsing

Een lebmaagverplaatsing komt voornamelijk voor in de eerste weken na het afkalven. De oorzaak is de ruimte in de buikholte die ontstaat na kalven in combinatie met een slechte voeropname. Vaak komt een lebmaagverplaatsing voor bij een combinatie van verschillende risicofactoren (multifactorieel).

Welke vormen van lebmaagverplaatsing zijn er?

Normaalgesproken ligt de lebmaag aan de rechterkant op de buikbodem. Bij een lebmaagverplaatsing kan de lebmaag zich op twee verschillende plekken bevinden.

  • Links: de lebmaag verschuift naar links en gaat tussen pens en buikwand omhoog. Dit is de meest voorkomende vorm.
  • Rechts: de lebmaag verplaatst zich rechts omhoog in de buikholte. Bij deze vorm kan ook sprake zijn van een draaiing (torsie), wat leidt tot verminderd doorstromen van maaginhoud maar ook van de doorbloeding in de organen. Een lebmaagverplaatsing naar rechts kan daarom een ernstiger verloop hebben dan links.

Wat is de oorzaak van een lebmaagverplaatsing?

De oorzaak is vaak multifactorieel, maar de volgende risicofactoren spelen een belangrijke rol welke leiden tot minder voeropname:

  • Negatieve energiebalans na het afkalven
  • Snelle rantsoenwisselingen
  • Complicaties na het afkalven (zoals melkziekte, slepende melkziekte, baarmoederontsteking)
  • Andere redenen voor minder voeropname

Door minder voeropname is de pens minder goed gevuld en is er meer plaats in de buikholte voor de lebmaag om te verplaatsen.

Wat zijn de verschijnselen bij een lebmaagverplaatsing?

De verschijnselen bij een lebmaagverplaatsing kunnen mild zijn en niet erg specifiek. Veel voorkomende verschijnselen zijn:

  • Verminderde eetlust (vooral weinig krachtvoeropname)
  • Dalende melkproductie
  • Slepende melkziekte
  • Doffe vacht, sloom
  • Minder en dunnere mest
  • ‘Ping’ geluid bij onderzoek van de buik met een stethoscoop

Bij een lebmaagverplaatsing naar rechts waarbij er ook een draaiing van de lebmaag optreedt, kunnen zeer acuut ernstige ziekteverschijnselen ontstaan. De verschijnselen duiden op een shocktoestand, zoals een gedaalde lichaamstemperatuur, sloom, niet meer in de benen komen. Dit is de reden dat bij een lebmaagverplaatsing naar rechts een spoedige behandeling nog belangrijker is.

Hoe wordt een lebmaagverplaatsing vastgesteld?

De diagnose wordt gesteld op basis van het klinisch onderzoek door de dierenarts. Vooral het ping-geluid is kenmerkend, met aanvullend andere eerdergenoemde verschijnselen. Soms is de lebmaag te lokaliseren met rectaal onderzoek.

Wat is de behandeling bij een lebmaagverplaatsing?

Bij een lebmaagverplaatsing moet de lebmaag weer op de goede plek worden gelegd, waarbij de methode afhangt van de richting van de verplaatsing.

  • Links: Lebmaagscopie, door middel van een kijkoperatie wordt de lebmaag aangeprikt en vastgezet aan de onderkant van de buik.
  • Rechts: Operatie aan de rechterkant, de lebmaag wordt teruggeplaatst en via de ophangband van de lebmaag vastgezet.

Het ‘Rollen & steken’ is een andere methode om de lebmaagverplaatsing naar links te corrigeren. Aangezien dit een ‘blinde’ techniek is en je bij een lebmaagscopie zicht hebt op wat er in de buikholte gebeurt, heeft de lebmaagscopie de voorkeur boven rollen en steken. Bij een lebmaagverplaatsing naar rechts is rollen en steken nooit een optie omdat daarmee een mogelijke draaiing niet opgelost kan worden.

Hoe kan een lebmaagverplaatsing voorkomen worden?

De preventie van een lebmaagverplaatsing is vooral gericht op voeding en management rondom het afkalven:

  • Overgang van droogstandsrantsoen naar lactatierantsoen
  • Vermijd plotselinge rantsoenwisselingen
  • Stimuleer voeropname direct na afkalven
  • Voorkom aandoeningen in de transitieperiode
  • Zorg voor voldoende bewegingsvrijheid en comfortabele huisvesting

2.7 Aan de nageboorte staan

Aan de nageboorte blijven staan is een van de veelvoorkomende transitieproblemen. De calciumspiegel en hormoonbalans van de koe rondom afkalven speelt een essentiële rol bij het loskomen van de nageboorte. Natuurlijk is het belangrijk om probleemkoeien op tijd te behandelen met calcium, oxytocine en zo nodig antibiotica en ontstekingsremmers. Maar problemen voorkomen begint bij de inseminatie en het transitie- en geboortemanagement. Het optimaliseren daarvan is maatwerk per bedrijf.

Wanneer is er sprake van aan de nageboorte staan?

We zeggen dat een koe aan de nageboorte blijft staan wanneer deze langer dan twaalf uur na de geboorte blijft zitten. Schadelijke bacteriën kunnen via het openstaande geboortekanaal de baarmoeder bereiken. Dat doen ze ook vrijwel altijd wanneer een koe aan de nageboorte staat. De toxines die hierdoor vrijkomen, veroorzaken baarmoederontsteking en kunnen tot gevolg hebben dat de koe algemeen ziek wordt. Belangrijk bij het loskomen van de nageboorte is de calciumspiegel van de koe rondom afkalven.

Hoe moet een koe behandeld worden die aan de nageboorte staat?

Het op tijd behandelen met een calciumbolus en -infuus helpt bij het loskomen van de nageboorte. Daarnaast zijn de oxytocinereceptoren de eerste 24 uur na afkalven nog aanwezig en helpt het toedienen van herhaaldelijke injecties met oxytocine het loskomen van de nageboorte. Mocht dat na 48 uur nog steeds niet gelukt zijn, dan duurt het vaak een 10-12 dagen voordat de nageboorte loskomt. De verbinding tussen baarmoeder en nageboorte moet dan via een ontstekingsreactie verdwijnen. Omdat dit als het ware een rottingsproces is, zal dit gepaard gaan met stank. Als de reactie zich beperkt tot in de baarmoeder zelf, hoeft de koe er niet per se ziek van te worden. Wanneer de baarmoederwand en/of de rest van het lichaam ook worden bereikt door de infectie, is een behandeling met antibiotica noodzakelijk. Daarnaast is het ook altijd verstandig om dieren met baarmoederontsteking ontstekingsremmers/pijnstilling te geven zodat ze blijven vreten.

Hoe kan aan de nageboorte staan voorkomen worden?

Het voorkomen dat koeien aan de nageboorte blijven staan, begint met het voorkomen van melkziekte en met alle preventieve maatregelen die daarbij horen. Bloedonderzoek van koeien na afkalven kan inzicht geven in de calciumstatus. Daarnaast is de voer- en wateropname van belang. Zorg voor voldoende voer en water van de hoogste kwaliteit. Een andere belangrijke factor is een gezonde Body Condition Score (BCS) op het moment van afkalven. Vette dieren hebben een nauwere geboorteweg en lopen meer risico op ketose; daardoor zijn ze veel vatbaarder voor allerlei transitieproblemen, waaronder aan de nageboorte blijven staan. Vervetting voorkomen begint al in de voorgaande lactatie, bij de melkpersistentie en het inseminatiemoment. Ook de stierkeuze, en dan met name de fokwaarde voor geboortegemak, is van belang. Moeilijke verlossingen vergroten het risico van aan de nageboorte blijven staan. Tot slot speelt is ook goed geboortemanagement van belang. Hygiënisch werken rondom het afkalven helpt voorkomen dat koeien aan de nageboorte blijven staan.

Weten wat u kunt doen op uw bedrijf zodat minder koeien aan de nageboorte blijven staan? We kijken graag met u mee om een aanpak op maat te maken.

2.8 Baarmoederontsteking

Baarmoederontsteking bij melkvee komt regelmatig voor en is grofweg in te delen in twee verschillende groepen: acute en chronische baarmoederontsteking.

  • Acuut: baarmoederontsteking tot 21 dagen na kalven. Stinkende uitvloeiing in combinatie met ziekteverschijnselen zoals koorts, minder vreten en sloomheid.
  • Chronisch: baarmoederontsteking vanaf 14 tot 21 dagen na kalven. Witte uitvloeiing of pyometra (= een met pus gevulde baarmoeder) maar de koe oogt verder fit.

Wat is de oorzaak van baarmoederontsteking?

Beide vormen van baarmoederontsteking kunnen dezelfde oorzaak hebben. Vaak is het multifactorieel, de algehele gezondheidsstatus van de koe bepaalt mede of bacteriën die de baarmoeder bereiken ook daadwerkelijk een ontsteking kunnen veroorzaken.

  • Suboptimale hygiëne rondom afkalven
  • Stress (locatie afkalven, veranderen van groepssamenstelling)
  • Voeding (tekort aan energie, calcium, selenium, vitamine E)
  • Zwaar afkalven
  • Melkziekte

Wat zijn de gevolgen van baarmoederontsteking?

Bij acute baarmoederontsteking waarbij de koe ziek is, zijn de gevolgen misschien vanzelfsprekender. Ook chronische baarmoederontsteking gaat echter gepaard met negatieve gevolgen, met name op het gebied van vruchtbaarheid.

  • Later optreden van eerste tocht
  • Meer terugkomers, lager drachtigheidspercentage en meer inseminaties per koe
  • Verlengd interval kalven-dracht
  • Verlengde tussenkalftijd

Hoe moet een baarmoederontsteking behandeld worden?

Acute baarmoederontsteking vereist aanpak volgens het behandelplan met antibiotica en pijnstillers/ontstekingsremmers. Bij een ernstig zieke koe is ook ondersteunende therapie gewenst door middel van drenchen en calcium. Chronische baarmoederontsteking kan verholpen worden middels een injectie met prostaglandines, waardoor de koe tochtig wordt. Dit zal dus alleen effectief zijn als er een geel lichaam aanwezig is op de eierstokken. Het is niet geadviseerd om de koe bij deze koe al te insemineren, gezien de baarmoeder op dat moment nog aan het opschonen is. Als alternatief of bij onvoldoende effect kan door de dierenarts een behandeling met antibiotica in de baarmoeder worden toegediend vanaf 26 dagen na afkalven.

Hoe kan baarmoederontsteking voorkomen worden?

Zoals eerder genoemd kan baarmoederontsteking ontstaan onder bepaalde omstandigheden in combinatie met de weerstand van de koe. Belangrijke aspecten om mee te nemen ter preventie van baarmoederontsteking en de gevolgen ervan:

  • Toereikende voeding in de transitieperiode
  • Werken met schone materialen wanneer er hulp wordt verleend bij afkalven
  • Koe laten afkalven in een schone, droge omgeving
  • Melkziekte preventie en behandeling
  • Verse koeien check in de eerste weken van de lactatie: controle baarmoeder en eierstokken

2.1 Algemene informatie afkalven

De drachtlengte van een koe is gemiddeld 283 dagen (9 maanden en 10 dagen), met een variatie van ongeveer 10 dagen. Tegen het einde van een normale dracht geeft het kalf een signaal waardoor het afkalven op gang komt. Het afkalfproces kan worden onderverdeeld in 4 verschillende fasen:

  1. Voorbereidingsfase
  2. Ontsluitingsfase
  3. Uitdrijvingsfase
  4. Nageboortefase

De voorbereidingsfase

In de voorbereidingsfase wordt door verschillende signalen zichtbaar dat de koe gaat afkalven.

  • Veranderingen aan uier

Vanaf ongeveer een maand voor kalven wordt het uier zichtbaar groter. Wanneer de tepels ook daadwerkelijk volschieten en er biest gevormd is, zal de koe binnen 12 uur afkalven. Bij vaarzen groeit het uier in de laatste 6 weken van de dracht sneller en wordt daarnaast ook oedeem (‘zucht’) gevormd in uier en onder de buik.

  • Verslappen van de bekkenbanden

Normaal zijn deze te voelen als harde streng, maar vanaf 10-14 dagen voor kalven gaan ze verslappen. 6-18 uur voor het afkalven zijn de banden bijna volledig verslapt.

  • Vulvazwelling en -uitvloeiing

Door meer doorbloeding zwelt de vulva op en de slijmprop in de baarmoedermond vervloeit tot slijm.

Ontsluitingsfase

De ontsluitingsfase begint met het op gang komen van de weeën, waarbij de baarmoeder steeds vaker en krachtiger samentrekt. Hierbij wordt de koe wat ongemakkelijker dan in de voorbereidingsfase en kan meer gaan trappelen en met gebogen rug staan. De koe gaat ook vaker liggen en staan, in de koppel zal een kalvende koe zich meestal afzonderen van de rest.

Door de weeën wordt de waterblaas steeds verder de baarmoedermond ingeperst en het kalf komt steeds meer in goede geboorteligging te liggen. Door de druk in de baarmoedermond treden er geleidelijk aan steeds krachtigere buikpersen op. Wanneer de waterblaas inwendig knapt of buiten zichtbaar wordt, gaat deze fase over in de uitdrijvingsfase.

De ontsluitingsfase duurt bij koeien 2-6 uur en bij vaarzen 4-12 uur.

Uitdrijvingsfase

Het kalf treedt in in de bekkenholte door weeën en persen. Wanneer de voorpoten en kop de bekkeningang gepasseerd zijn, komt door oprekking oxytocine vrij wat de uitdrijving van het kalf weer verder versterkt.

De normale uitdrijving duurt bij koeien 1-4 uur en bij vaarzen 2-6 uur.

Nageboortefase

De nageboorte zal binnen 12 uur na kalven loskomen. Indien dit niet het geval is en de nageboorte langer blijft zitten, spreken we van ‘aan de nageboorte staan’. Klik hier om daar meer over te lezen.

2.2 Melkziekte

Melkziekte, ook wel hypocalciëmie genoemd, is een stofwisselingsstoornis waarbij het calciumgehalte in het bloed van een koe te laag wordt. De ziekte komt vooral voor rondom het afkalven en kan zowel klinisch als subklinisch verlopen. Tijdige herkenning en goed management zijn essentieel voor het welzijn van de koe en het behoud van melkproductie.

Wat is de oorzaak van melkziekte?

Melkziekte ontstaat door een tekort aan calcium in het bloed. Direct na het afkalven stijgt de behoefte aan calcium sterk, onder andere door de productie van biest en melk. Als het lichaam van de koe onvoldoende calcium uit de botten kan vrijmaken of via het voer kan opnemen, daalt het calciumgehalte in het bloed. Spieren functioneren dan minder goed, wat leidt tot ziekteverschijnselen.

Bij welke dieren komt melkziekte voor?

  • Hoogproductieve koeien, die bij afkalven veel melk produceren
  • Koeien die al eerder melkziekte hebben gehad
  • Koeien met toenemende aantal lactaties
  • Bij zware kalvingen of tweelinggeboortes

Wat zijn de verschijnselen bij melkziekte?

  • Eerste stadium (mild): Onrustig gedrag, spiertrillingen, stijf lopen, verminderde eetlust.
  • Tweede stadium (matig): Koe gaat liggen, kan moeilijk of niet opstaan, koude oren en poten, verslapping van spieren.
  • Derde stadium (ernstig): Diepe sloomheid, platliggen op zij, coma, sterfte zonder behandeling.

Wat voor onderzoek is mogelijk naar melkziekte?

De diagnose melkziekte kan eenvoudig bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Het bloed wordt op de praktijk onderzocht, waardoor u dezelfde dag een uitslag en passend advies voor verdere behandeling ontvangt.

Wat is de behandeling voor melkziekte?

De behandeling hangt af van de ernst van de verschijnselen:

  • Staande koe: Orale toediening van calcium (bijv. bolussen of drench).
  • Liggende koe: Calcium via een infuus in combinatie met bolussen of drench.

Behandeling door middel van een infuus zorgt voor een snelle stijging van het calciumgehalte in het bloed, maar als gevolg kan daarna ook snel een dip optreden. Orale toediening in de vorm van een bolus of drench zorgt voor een stabielere calciumspiegel en helpt om terugval te voorkomen. Geef gedurende 2 dagen elke 12 uur een calciumbolus.

Let op! Bolussen, koedranken en drenchpoeders kunnen verschillende vormen calcium bevatten. Het is belangrijk om een product te kiezen dat een goed opneembare vorm van calcium bevat. Calciumcarbonaat wordt niet goed opgenomen. Betere alternatieven zijn calciumchloride (snel en effectief, Calciboost) of calciumpropionaat (energierijk, Selekt Fresh Cow). In een infuus is calciumborogluconaat de meest effectieve vorm (Calcitat).

Hoe kan melkziekte voorkomen worden?

  • Bij risicodieren kan vlak voor of na afkalven preventief behandeld worden met calciumbolussen.
  • Vitamine D injectie in de droogstand ter ondersteuning.
  • Uitgebreidere aanpak in de transitieperiode bestaat uit het goed afstemmen van het rantsoen. Dit begint met het in kaart brengen van de energiebalans en mineralenvoorziening in de droogstand door middel van bloedonderzoek bij een aantal koeien op verschillende momenten in de droogstand.

Subklinische melkziekte

Ook dieren zonder verschijnselen kunnen een calcium tekort hebben. Calcium is nodig voor een goede spierwerking in het hele lichaam. Een tekort kan dan ook leiden tot uiteenlopende aandoeningen zoals mastitis, baarmoederontsteking, een lebmaagverplaatsing of slepende melkziekte. Bij de eerste lactatie ligt het aantal koeien met subklinische melkziekte rond de 25%, terwijl dit percentage bij de derde lactatie rond de 49% ligt! Het komt 4 tot 5x vaker voor dat klinische melkziekte. Om vervelende gevolgen en suboptimale melkproductie te voorkomen is het sterk aanbevolen om bij twijfel of de koe genoeg vreet een calciumbolus toe te dienen.

Melkziekte kan voorkomen in combinatie of verward worden met fosfor tekort.

2.3 Fosfor tekort

Fosfor tekort ontstaat wanneer een koe niet voldoende fosfor opneemt via het rantsoen of bij verhoogde behoefte (bijvoorbeeld na afkalven). Fosfor is essentieel voor:

  • Energievoorziening (o.a. ATP-productie)
  • Botopbouw en spierfunctie
  • Vruchtbaarheid en stofwisseling

Wat zijn de verschijnselen bij fosfor tekort?

Acuut

  • Moeite met opstaan of liggen
  • Lusteloosheid, algehele zwakte
  • Niet staan ondanks voldoende calcium

Chronisch

  • Verminderde eetlust en melkproductie
  • Conditieverlies
  • Stijf of kreupel lopen (botpijn, spierzwakte)
  • Verminderde vruchtbaarheid

Wat voor onderzoek is mogelijk naar fosfor tekort?

De diagnose fosfor tekort kan eenvoudig bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Het bloed wordt op de praktijk onderzocht, waardoor u dezelfde dag een uitslag en passend advies voor verdere behandeling ontvangt.

Wat is de behandeling voor fosfor tekort?

Fosfor dient oraal toegediend te worden. Er zijn bolussen beschikbaar en een vloeibare vorm in een gebruiksvriendelijke fles (Phosfobovisal). Phosfobovisal bevat 3x meer fosfor dan een bolus.

Hoe kan fosfortekort voorkomen worden?

  • Bij risicodieren rondom afkalven naast calcium ook fosfor supplementeren
  • Voeranalyse en rantsoenoptimalisatie

2.4 Kopziekte

Kopziekte, ook wel grastetanie genoemd, is een tekort aan magnesium in het bloed bij melkvee. Magnesium speelt een belangrijke rol in de spier- en zenuwfunctie.

Wat is de oorzaak van kopziekte?

Een tekort aan magnesium kan ontstaan door te weinig opname en/of een verstoorde mineralen balans in het rantsoen.

Bij welke dieren komt kopziekte voor?

  • Koeien met weidegang in het voorjaar, wanneer gras nog relatief weinig magnesium bevat.
  • Oudere koeien, nemen minder efficiënt magnesium op
  • Dieren die een rantsoen met hoog stikstof- of kaluimgehalte aangeboden krijgen.

Wat zijn de verschijnselen van kopziekte?

  • Spiertrillingen, vooral rond kop en oren
  • Onrust, schrikachtig gedrag
  • Wankel lopen, liggen, niet kunnen staan
  • Spierkrampen
  • Zijligging met kop strak achterover gestrekt

 

Wat voor onderzoek is mogelijk naar kopziekte?

De diagnose fosfor tekort kan eenvoudig bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Het bloed wordt op de praktijk onderzocht, waardoor u dezelfde dag een uitslag en passend advies voor verdere behandeling ontvangt.

Wat is de behandeling voor kopziekte?

Kopziekte is een spoedgeval en behandeling moet direct plaatsvinden, zonder behandeling kan de koe snel sterven.

  • Infuus met magnesiumchloride (Glucamag, Calcitat)
  • Drenchen met magnesiumchloride (Fresh cow)
  • Magnesiumoxide bolus (Rumivet magnesium bolus), langzame afgifte en lange werkingsduur, alleen als aanvulling op andere behandeling!

Hoe kan kopziekte voorkomen worden?

  • Goede magnesium voorziening, bijvoorbeeld via mineralenmengsel, likemmers, brok of drinkwater.
  • Geleidelijke overgang van stalrantsoen naar weidegang in het voorjaar
  • Toedienen van magnesiumbolus bij risicodieren

2.5 Slepende melkziekte

Slepende melkziekte (ook wel ketose genoemd) is een stofwisselingsziekte bij melkkoeien die ontstaat door een tekort aan beschikbare energie. Het komt vooral voor in de eerste weken na het afkalven, wanneer de melkproductie snel stijgt en de energiebehoefte groter is dan de opname.

Wat is de oorzaak van slepende melkziekte?

De ziekte ontstaat als een koe meer energie verbruikt (voor melkproductie) dan ze via voer binnenkrijgt. Het lichaam gaat dan vetreserves afbreken. Bij deze vetverbranding komen ketonen vrij, die zich ophopen in het bloed. Dit veroorzaakt verstoring van de stofwisseling.

Belangrijke oorzaken zijn:

  • Te lage energie-opname (bijv. slecht ruwvoer, pensverzuring)
  • Slechte voeropname na afkalven
  • Te vette koeien bij afkalven (body condition score > 3,5)

Bij welke dieren komt slepende melkziekte voor?

  • Hoogproductieve melkkoeien, vooral in de eerste 6 weken na het afkalven
  • Vette koeien of koeien die te weinig vreten rond het afkalven
  • Dieren met aandoeningen die voeropname remmen (zoals melkziekte, baarmoederontsteking, lebmaagverdraaiing, kreupelheid)

Wat zijn de verschijnselen van slepende melkziekte?

  • Minder vreten, krachtvoer laten liggen
  • Gewichtsverlies
  • Lage melkproductie
  • In ernstige gevallen sloomheid, blijven liggen, hersenverschijnselen

Wat voor onderzoek is mogelijk naar slepende melkziekte?

Slepende melkziekte kan eenvoudig en snel worden vastgesteld doormiddel van bloedonderzoek met een ketonenmeter. Dit kan op het bedrijf zelf en wordt door ons standaard meegenomen bij het onderzoeken van een verse koe.

Wat is de behandeling voor slepende melkziekte?

De behandeling van slepende melkziekte bestaat uit het toedienen van energiebronnen aan de koe. Hiervoor zijn veel verschillende producten op de markt.

  • Propyleenglycol – eenvoudig, snel, goedkoop. Kan pensverstoring/diarree veroorzaken.
  • Propionaat – langzamer, ook preventief, smakelijk en veilig (Energie pil, Fresh cow)
  • Glycerol – snel, smakelijk, lang effect (Glycerol Plus)
    • Naast glycerol bevat Glycerol Plus ook gisten die op pensniveau de productie van energie door bacteriën ondersteunen.

Hoe kan slepende melkziekte voorkomen worden?

  • Goed transitie- en droogstandsmanagement: juiste voeding vóór en na afkalven en voldoende opname.
  • Zorg voor een goede body condition score bij afkalven (rond 3,0)
  • Voldoende energie in het rantsoen na afkalven
  • Regelmatige monitoring van risicodieren, bijvoorbeeld door middel van de verse koeien check die we kunnen uitvoeren bij onze periodieke bedrijfsbezoeken.

2.6 Lebmaagverplaatsing

Een lebmaagverplaatsing komt voornamelijk voor in de eerste weken na het afkalven. De oorzaak is de ruimte in de buikholte die ontstaat na kalven in combinatie met een slechte voeropname. Vaak komt een lebmaagverplaatsing voor bij een combinatie van verschillende risicofactoren (multifactorieel).

Welke vormen van lebmaagverplaatsing zijn er?

Normaalgesproken ligt de lebmaag aan de rechterkant op de buikbodem. Bij een lebmaagverplaatsing kan de lebmaag zich op twee verschillende plekken bevinden.

  • Links: de lebmaag verschuift naar links en gaat tussen pens en buikwand omhoog. Dit is de meest voorkomende vorm.
  • Rechts: de lebmaag verplaatst zich rechts omhoog in de buikholte. Bij deze vorm kan ook sprake zijn van een draaiing (torsie), wat leidt tot verminderd doorstromen van maaginhoud maar ook van de doorbloeding in de organen. Een lebmaagverplaatsing naar rechts kan daarom een ernstiger verloop hebben dan links.

Wat is de oorzaak van een lebmaagverplaatsing?

De oorzaak is vaak multifactorieel, maar de volgende risicofactoren spelen een belangrijke rol welke leiden tot minder voeropname:

  • Negatieve energiebalans na het afkalven
  • Snelle rantsoenwisselingen
  • Complicaties na het afkalven (zoals melkziekte, slepende melkziekte, baarmoederontsteking)
  • Andere redenen voor minder voeropname

Door minder voeropname is de pens minder goed gevuld en is er meer plaats in de buikholte voor de lebmaag om te verplaatsen.

Wat zijn de verschijnselen bij een lebmaagverplaatsing?

De verschijnselen bij een lebmaagverplaatsing kunnen mild zijn en niet erg specifiek. Veel voorkomende verschijnselen zijn:

  • Verminderde eetlust (vooral weinig krachtvoeropname)
  • Dalende melkproductie
  • Slepende melkziekte
  • Doffe vacht, sloom
  • Minder en dunnere mest
  • ‘Ping’ geluid bij onderzoek van de buik met een stethoscoop

Bij een lebmaagverplaatsing naar rechts waarbij er ook een draaiing van de lebmaag optreedt, kunnen zeer acuut ernstige ziekteverschijnselen ontstaan. De verschijnselen duiden op een shocktoestand, zoals een gedaalde lichaamstemperatuur, sloom, niet meer in de benen komen. Dit is de reden dat bij een lebmaagverplaatsing naar rechts een spoedige behandeling nog belangrijker is.

Hoe wordt een lebmaagverplaatsing vastgesteld?

De diagnose wordt gesteld op basis van het klinisch onderzoek door de dierenarts. Vooral het ping-geluid is kenmerkend, met aanvullend andere eerdergenoemde verschijnselen. Soms is de lebmaag te lokaliseren met rectaal onderzoek.

Wat is de behandeling bij een lebmaagverplaatsing?

Bij een lebmaagverplaatsing moet de lebmaag weer op de goede plek worden gelegd, waarbij de methode afhangt van de richting van de verplaatsing.

  • Links: Lebmaagscopie, door middel van een kijkoperatie wordt de lebmaag aangeprikt en vastgezet aan de onderkant van de buik.
  • Rechts: Operatie aan de rechterkant, de lebmaag wordt teruggeplaatst en via de ophangband van de lebmaag vastgezet.

Het ‘Rollen & steken’ is een andere methode om de lebmaagverplaatsing naar links te corrigeren. Aangezien dit een ‘blinde’ techniek is en je bij een lebmaagscopie zicht hebt op wat er in de buikholte gebeurt, heeft de lebmaagscopie de voorkeur boven rollen en steken. Bij een lebmaagverplaatsing naar rechts is rollen en steken nooit een optie omdat daarmee een mogelijke draaiing niet opgelost kan worden.

Hoe kan een lebmaagverplaatsing voorkomen worden?

De preventie van een lebmaagverplaatsing is vooral gericht op voeding en management rondom het afkalven:

  • Overgang van droogstandsrantsoen naar lactatierantsoen
  • Vermijd plotselinge rantsoenwisselingen
  • Stimuleer voeropname direct na afkalven
  • Voorkom aandoeningen in de transitieperiode
  • Zorg voor voldoende bewegingsvrijheid en comfortabele huisvesting

2.7 Aan de nageboorte staan

Aan de nageboorte blijven staan is een van de veelvoorkomende transitieproblemen. De calciumspiegel en hormoonbalans van de koe rondom afkalven speelt een essentiële rol bij het loskomen van de nageboorte. Natuurlijk is het belangrijk om probleemkoeien op tijd te behandelen met calcium, oxytocine en zo nodig antibiotica en ontstekingsremmers. Maar problemen voorkomen begint bij de inseminatie en het transitie- en geboortemanagement. Het optimaliseren daarvan is maatwerk per bedrijf.

Wanneer is er sprake van aan de nageboorte staan?

We zeggen dat een koe aan de nageboorte blijft staan wanneer deze langer dan twaalf uur na de geboorte blijft zitten. Schadelijke bacteriën kunnen via het openstaande geboortekanaal de baarmoeder bereiken. Dat doen ze ook vrijwel altijd wanneer een koe aan de nageboorte staat. De toxines die hierdoor vrijkomen, veroorzaken baarmoederontsteking en kunnen tot gevolg hebben dat de koe algemeen ziek wordt. Belangrijk bij het loskomen van de nageboorte is de calciumspiegel van de koe rondom afkalven.

Hoe moet een koe behandeld worden die aan de nageboorte staat?

Het op tijd behandelen met een calciumbolus en -infuus helpt bij het loskomen van de nageboorte. Daarnaast zijn de oxytocinereceptoren de eerste 24 uur na afkalven nog aanwezig en helpt het toedienen van herhaaldelijke injecties met oxytocine het loskomen van de nageboorte. Mocht dat na 48 uur nog steeds niet gelukt zijn, dan duurt het vaak een 10-12 dagen voordat de nageboorte loskomt. De verbinding tussen baarmoeder en nageboorte moet dan via een ontstekingsreactie verdwijnen. Omdat dit als het ware een rottingsproces is, zal dit gepaard gaan met stank. Als de reactie zich beperkt tot in de baarmoeder zelf, hoeft de koe er niet per se ziek van te worden. Wanneer de baarmoederwand en/of de rest van het lichaam ook worden bereikt door de infectie, is een behandeling met antibiotica noodzakelijk. Daarnaast is het ook altijd verstandig om dieren met baarmoederontsteking ontstekingsremmers/pijnstilling te geven zodat ze blijven vreten.

Hoe kan aan de nageboorte staan voorkomen worden?

Het voorkomen dat koeien aan de nageboorte blijven staan, begint met het voorkomen van melkziekte en met alle preventieve maatregelen die daarbij horen. Bloedonderzoek van koeien na afkalven kan inzicht geven in de calciumstatus. Daarnaast is de voer- en wateropname van belang. Zorg voor voldoende voer en water van de hoogste kwaliteit. Een andere belangrijke factor is een gezonde Body Condition Score (BCS) op het moment van afkalven. Vette dieren hebben een nauwere geboorteweg en lopen meer risico op ketose; daardoor zijn ze veel vatbaarder voor allerlei transitieproblemen, waaronder aan de nageboorte blijven staan. Vervetting voorkomen begint al in de voorgaande lactatie, bij de melkpersistentie en het inseminatiemoment. Ook de stierkeuze, en dan met name de fokwaarde voor geboortegemak, is van belang. Moeilijke verlossingen vergroten het risico van aan de nageboorte blijven staan. Tot slot speelt is ook goed geboortemanagement van belang. Hygiënisch werken rondom het afkalven helpt voorkomen dat koeien aan de nageboorte blijven staan.

Weten wat u kunt doen op uw bedrijf zodat minder koeien aan de nageboorte blijven staan? We kijken graag met u mee om een aanpak op maat te maken.

2.8 Baarmoederontsteking

Baarmoederontsteking bij melkvee komt regelmatig voor en is grofweg in te delen in twee verschillende groepen: acute en chronische baarmoederontsteking.

  • Acuut: baarmoederontsteking tot 21 dagen na kalven. Stinkende uitvloeiing in combinatie met ziekteverschijnselen zoals koorts, minder vreten en sloomheid.
  • Chronisch: baarmoederontsteking vanaf 14 tot 21 dagen na kalven. Witte uitvloeiing of pyometra (= een met pus gevulde baarmoeder) maar de koe oogt verder fit.

Wat is de oorzaak van baarmoederontsteking?

Beide vormen van baarmoederontsteking kunnen dezelfde oorzaak hebben. Vaak is het multifactorieel, de algehele gezondheidsstatus van de koe bepaalt mede of bacteriën die de baarmoeder bereiken ook daadwerkelijk een ontsteking kunnen veroorzaken.

  • Suboptimale hygiëne rondom afkalven
  • Stress (locatie afkalven, veranderen van groepssamenstelling)
  • Voeding (tekort aan energie, calcium, selenium, vitamine E)
  • Zwaar afkalven
  • Melkziekte

Wat zijn de gevolgen van baarmoederontsteking?

Bij acute baarmoederontsteking waarbij de koe ziek is, zijn de gevolgen misschien vanzelfsprekender. Ook chronische baarmoederontsteking gaat echter gepaard met negatieve gevolgen, met name op het gebied van vruchtbaarheid.

  • Later optreden van eerste tocht
  • Meer terugkomers, lager drachtigheidspercentage en meer inseminaties per koe
  • Verlengd interval kalven-dracht
  • Verlengde tussenkalftijd

Hoe moet een baarmoederontsteking behandeld worden?

Acute baarmoederontsteking vereist aanpak volgens het behandelplan met antibiotica en pijnstillers/ontstekingsremmers. Bij een ernstig zieke koe is ook ondersteunende therapie gewenst door middel van drenchen en calcium. Chronische baarmoederontsteking kan verholpen worden middels een injectie met prostaglandines, waardoor de koe tochtig wordt. Dit zal dus alleen effectief zijn als er een geel lichaam aanwezig is op de eierstokken. Het is niet geadviseerd om de koe bij deze koe al te insemineren, gezien de baarmoeder op dat moment nog aan het opschonen is. Als alternatief of bij onvoldoende effect kan door de dierenarts een behandeling met antibiotica in de baarmoeder worden toegediend vanaf 26 dagen na afkalven.

Hoe kan baarmoederontsteking voorkomen worden?

Zoals eerder genoemd kan baarmoederontsteking ontstaan onder bepaalde omstandigheden in combinatie met de weerstand van de koe. Belangrijke aspecten om mee te nemen ter preventie van baarmoederontsteking en de gevolgen ervan:

  • Toereikende voeding in de transitieperiode
  • Werken met schone materialen wanneer er hulp wordt verleend bij afkalven
  • Koe laten afkalven in een schone, droge omgeving
  • Melkziekte preventie en behandeling
  • Verse koeien check in de eerste weken van de lactatie: controle baarmoeder en eierstokken
Rundveedierenartsen Wolvega
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.