
Melkziekte, ook wel hypocalciëmie genoemd, is een stofwisselingsstoornis waarbij het calciumgehalte in het bloed van een koe te laag wordt. De ziekte komt vooral voor rondom het afkalven en kan zowel klinisch als subklinisch verlopen. Tijdige herkenning en goed management zijn essentieel voor het welzijn van de koe en het behoud van melkproductie.
Wat is de oorzaak van melkziekte?
Melkziekte ontstaat door een tekort aan calcium in het bloed. Direct na het afkalven stijgt de behoefte aan calcium sterk, onder andere door de productie van biest en melk. Als het lichaam van de koe onvoldoende calcium uit de botten kan vrijmaken of via het voer kan opnemen, daalt het calciumgehalte in het bloed. Spieren functioneren dan minder goed, wat leidt tot ziekteverschijnselen.
Bij welke dieren komt melkziekte voor?
Wat zijn de verschijnselen bij melkziekte?
Wat voor onderzoek is mogelijk naar melkziekte?
De diagnose melkziekte kan eenvoudig bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Het bloed wordt op de praktijk onderzocht, waardoor u dezelfde dag een uitslag en passend advies voor verdere behandeling ontvangt.
Wat is de behandeling voor melkziekte?
De behandeling hangt af van de ernst van de verschijnselen:
Behandeling door middel van een infuus zorgt voor een snelle stijging van het calciumgehalte in het bloed, maar als gevolg kan daarna ook snel een dip optreden. Orale toediening in de vorm van een bolus of drench zorgt voor een stabielere calciumspiegel en helpt om terugval te voorkomen. Geef gedurende 2 dagen elke 12 uur een calciumbolus.
Let op! Bolussen, koedranken en drenchpoeders kunnen verschillende vormen calcium bevatten. Het is belangrijk om een product te kiezen dat een goed opneembare vorm van calcium bevat. Calciumcarbonaat wordt niet goed opgenomen. Betere alternatieven zijn calciumchloride (snel en effectief, Calciboost) of calciumpropionaat (energierijk, Selekt Fresh Cow). In een infuus is calciumborogluconaat de meest effectieve vorm (Calcitat).
Hoe kan melkziekte voorkomen worden?
Subklinische melkziekte
Ook dieren zonder verschijnselen kunnen een calcium tekort hebben. Calcium is nodig voor een goede spierwerking in het hele lichaam. Een tekort kan dan ook leiden tot uiteenlopende aandoeningen zoals mastitis, baarmoederontsteking, een lebmaagverplaatsing of slepende melkziekte. Bij de eerste lactatie ligt het aantal koeien met subklinische melkziekte rond de 25%, terwijl dit percentage bij de derde lactatie rond de 49% ligt! Het komt 4 tot 5x vaker voor dat klinische melkziekte. Om vervelende gevolgen en suboptimale melkproductie te voorkomen is het sterk aanbevolen om bij twijfel of de koe genoeg vreet een calciumbolus toe te dienen.
Melkziekte kan voorkomen in combinatie of verward worden met fosfor tekort.

Melkziekte, ook wel hypocalciëmie genoemd, is een stofwisselingsstoornis waarbij het calciumgehalte in het bloed van een koe te laag wordt. De ziekte komt vooral voor rondom het afkalven en kan zowel klinisch als subklinisch verlopen. Tijdige herkenning en goed management zijn essentieel voor het welzijn van de koe en het behoud van melkproductie.
Wat is de oorzaak van melkziekte?
Melkziekte ontstaat door een tekort aan calcium in het bloed. Direct na het afkalven stijgt de behoefte aan calcium sterk, onder andere door de productie van biest en melk. Als het lichaam van de koe onvoldoende calcium uit de botten kan vrijmaken of via het voer kan opnemen, daalt het calciumgehalte in het bloed. Spieren functioneren dan minder goed, wat leidt tot ziekteverschijnselen.
Bij welke dieren komt melkziekte voor?
Wat zijn de verschijnselen bij melkziekte?
Wat voor onderzoek is mogelijk naar melkziekte?
De diagnose melkziekte kan eenvoudig bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Het bloed wordt op de praktijk onderzocht, waardoor u dezelfde dag een uitslag en passend advies voor verdere behandeling ontvangt.
Wat is de behandeling voor melkziekte?
De behandeling hangt af van de ernst van de verschijnselen:
Behandeling door middel van een infuus zorgt voor een snelle stijging van het calciumgehalte in het bloed, maar als gevolg kan daarna ook snel een dip optreden. Orale toediening in de vorm van een bolus of drench zorgt voor een stabielere calciumspiegel en helpt om terugval te voorkomen. Geef gedurende 2 dagen elke 12 uur een calciumbolus.
Let op! Bolussen, koedranken en drenchpoeders kunnen verschillende vormen calcium bevatten. Het is belangrijk om een product te kiezen dat een goed opneembare vorm van calcium bevat. Calciumcarbonaat wordt niet goed opgenomen. Betere alternatieven zijn calciumchloride (snel en effectief, Calciboost) of calciumpropionaat (energierijk, Selekt Fresh Cow). In een infuus is calciumborogluconaat de meest effectieve vorm (Calcitat).
Hoe kan melkziekte voorkomen worden?
Subklinische melkziekte
Ook dieren zonder verschijnselen kunnen een calcium tekort hebben. Calcium is nodig voor een goede spierwerking in het hele lichaam. Een tekort kan dan ook leiden tot uiteenlopende aandoeningen zoals mastitis, baarmoederontsteking, een lebmaagverplaatsing of slepende melkziekte. Bij de eerste lactatie ligt het aantal koeien met subklinische melkziekte rond de 25%, terwijl dit percentage bij de derde lactatie rond de 49% ligt! Het komt 4 tot 5x vaker voor dat klinische melkziekte. Om vervelende gevolgen en suboptimale melkproductie te voorkomen is het sterk aanbevolen om bij twijfel of de koe genoeg vreet een calciumbolus toe te dienen.
Melkziekte kan voorkomen in combinatie of verward worden met fosfor tekort.