De veroorzakers van mastitis kunnen ingedeeld worden in koegebonden en omgevingsgebonden kiemen, hoewel er ook bacteriën zijn die beide eigenschappen hebben.
Koegebonden: Streptococcus agalactiae, Staphylococcus aureus, Coagulase Negatieve Staphylococcen
Omgevingsgebonden: Streptococcus uberis, Klebsiella, E. coli, Streptococcus dysgalactiae
Koegebonden verwekkers worden overgedragen van koe naar koe, waarbij voornamelijk melkmachine, -techniek, en -hygiëne een rol spelen. De omgevingsgebonden kiemen worden via de omgeving overgedragen, waarbij hygiëne van de roosters, ligboxen en koeien zelf belangrijk zijn. Het aandeel van koegebonden of omgevingsgebonden bacteriën kan helpen te bepalen wat voor maatregelen er nodig zijn in de preventie van verdere mastitis problemen.
In ons laboratorium op de praktijk kan melk bacteriologisch onderzocht worden en wordt daarbij ook een antibiogram uitgevoerd. Op deze manier krijg je in 3 dagen tijd een rapportage welke kiem in de melk gevonden is en voor welke antibiotica deze gevoelig is. Dit levert niet alleen gerichte behandeling op, maar bij het regelmatig insturen van melkmonsters kan ook op bedrijfsniveau een beeld gevormd worden welke kiemen er spelen. Dit is een onmisbaar onderdeel van het in kaart brengen en verbeteren van de uiergezondheid.
Aandachtspunten bij monstername
Voor een betrouwbare uitslag van het bacteriologisch onderzoek is het belangrijk dat de monstername zo steriel mogelijk gebeurt in de daarvoor bestemde melkbuisjes. Let op de volgende aandachtspunten:
Mengflora: Wanneer er op de uitslag ‘mengflora’ staat, betekent dit dat er in het melkmonster drie of meer verschillende soorten bacteriën zijn gevonden. Dit is meestal het gevolg van onzorgvuldige melkmonstername. Bijvoorbeeld geen goede desinfectie van de speenpunt, de koe trapt op moment van monstername, er is vuil in het buisje terecht gekomen of de monsters zijn onjuist bewaard of getransporteerd.
Geen groei: De uitslag ‘geen groei’ betekent dat in de bewuste test de mastitiskiemen waarop is onderzocht niet zijn gegroeid. Daar kunnen meerdere verklaringen voor zijn:
Onze dierenartsen staan voor u klaar om de uitslagen met u te bespreken en indien nodig te helpen met de monstername.
De veroorzakers van mastitis kunnen ingedeeld worden in koegebonden en omgevingsgebonden kiemen, hoewel er ook bacteriën zijn die beide eigenschappen hebben.
Koegebonden: Streptococcus agalactiae, Staphylococcus aureus, Coagulase Negatieve Staphylococcen
Omgevingsgebonden: Streptococcus uberis, Klebsiella, E. coli, Streptococcus dysgalactiae
Koegebonden verwekkers worden overgedragen van koe naar koe, waarbij voornamelijk melkmachine, -techniek, en -hygiëne een rol spelen. De omgevingsgebonden kiemen worden via de omgeving overgedragen, waarbij hygiëne van de roosters, ligboxen en koeien zelf belangrijk zijn. Het aandeel van koegebonden of omgevingsgebonden bacteriën kan helpen te bepalen wat voor maatregelen er nodig zijn in de preventie van verdere mastitis problemen.
In ons laboratorium op de praktijk kan melk bacteriologisch onderzocht worden en wordt daarbij ook een antibiogram uitgevoerd. Op deze manier krijg je in 3 dagen tijd een rapportage welke kiem in de melk gevonden is en voor welke antibiotica deze gevoelig is. Dit levert niet alleen gerichte behandeling op, maar bij het regelmatig insturen van melkmonsters kan ook op bedrijfsniveau een beeld gevormd worden welke kiemen er spelen. Dit is een onmisbaar onderdeel van het in kaart brengen en verbeteren van de uiergezondheid.
Aandachtspunten bij monstername
Voor een betrouwbare uitslag van het bacteriologisch onderzoek is het belangrijk dat de monstername zo steriel mogelijk gebeurt in de daarvoor bestemde melkbuisjes. Let op de volgende aandachtspunten:
Mengflora: Wanneer er op de uitslag ‘mengflora’ staat, betekent dit dat er in het melkmonster drie of meer verschillende soorten bacteriën zijn gevonden. Dit is meestal het gevolg van onzorgvuldige melkmonstername. Bijvoorbeeld geen goede desinfectie van de speenpunt, de koe trapt op moment van monstername, er is vuil in het buisje terecht gekomen of de monsters zijn onjuist bewaard of getransporteerd.
Geen groei: De uitslag ‘geen groei’ betekent dat in de bewuste test de mastitiskiemen waarop is onderzocht niet zijn gegroeid. Daar kunnen meerdere verklaringen voor zijn:
Onze dierenartsen staan voor u klaar om de uitslagen met u te bespreken en indien nodig te helpen met de monstername.