Mastitis kiemen

Kennisbank Rund

3.2 Mastitis kiemen

De veroorzakers van mastitis kunnen ingedeeld worden in koegebonden en omgevingsgebonden kiemen, hoewel er ook bacteriën zijn die beide eigenschappen hebben.

Koegebonden: Streptococcus agalactiae, Staphylococcus aureus, Coagulase Negatieve Staphylococcen

Omgevingsgebonden: Streptococcus uberis, Klebsiella, E. coli, Streptococcus dysgalactiae

Koegebonden verwekkers worden overgedragen van koe naar koe, waarbij voornamelijk melkmachine, -techniek, en -hygiëne een rol spelen. De omgevingsgebonden kiemen worden via de omgeving overgedragen, waarbij hygiëne van de roosters, ligboxen en koeien zelf belangrijk zijn. Het aandeel van koegebonden of omgevingsgebonden bacteriën kan helpen te bepalen wat voor maatregelen er nodig zijn in de preventie van verdere mastitis problemen.

Bacteriologisch onderzoek

In ons laboratorium op de praktijk kan melk bacteriologisch onderzocht worden en wordt daarbij ook een antibiogram uitgevoerd. Op deze manier krijg je in 3 dagen tijd een rapportage welke kiem in de melk gevonden is en voor welke antibiotica deze gevoelig is. Dit levert niet alleen gerichte behandeling op, maar bij het regelmatig insturen van melkmonsters kan ook op bedrijfsniveau een beeld gevormd worden welke kiemen er spelen. Dit is een onmisbaar onderdeel van het in kaart brengen en verbeteren van de uiergezondheid.

Aandachtspunten bij monstername

Voor een betrouwbare uitslag van het bacteriologisch onderzoek is het belangrijk dat de monstername zo steriel mogelijk gebeurt in de daarvoor bestemde melkbuisjes. Let op de volgende aandachtspunten:

  1. Draag schone melkershandschoenen.
  2. Melk de eerste stralen weg voor u het melkmonster neemt. Bij robotbedrijven is het ideale moment van monstername 6 uur na het laatste robotbezoek.
  3. Behandel droog voor en desinfecteer de speenpunt.
  4. Voorkom dat bij de monstername vuil of stof in het monsterbuisje komt.
  5. Lever de monsters zo snel mogelijk in na monstername: u kunt melkmonsters tot 24 uur in de koelkast bewaren. Als het langer dan 24 uur duurt voordat u de melkmonsters naar de praktijk brengt, is het beter om de melkmonsters in te vriezen.

Mengflora: Wanneer er op de uitslag ‘mengflora’ staat, betekent dit dat er in het melkmonster drie of meer verschillende soorten bacteriën zijn gevonden. Dit is meestal het gevolg van onzorgvuldige melkmonstername. Bijvoorbeeld geen goede desinfectie van de speenpunt, de koe trapt op moment van monstername, er is vuil in het buisje terecht gekomen of de monsters zijn onjuist bewaard of getransporteerd.

Geen groei: De uitslag ‘geen groei’ betekent dat in de bewuste test de mastitiskiemen waarop is onderzocht niet zijn gegroeid. Daar kunnen meerdere verklaringen voor zijn:

  • Geen mastitiskiemen aangetoond; in het melkmonster zitten geen mastitiskiemen.
  • In het melkmonster zitten groei remmende stoffen (antibiotica).
  • Er zit (te) veel tijd tussen eerste symptomen van mastitis en de monstername. Hoe eerder de monstername, hoe beter de verantwoordelijke kiem geïsoleerd kan worden.
  • Het kan zijn dat de verwekkende kiem niet in de test wordt meegenomen. Bij standaard bacteriologisch onderzoek wordt het melkmonster niet op alle mogelijke mastitiskiemen onderzocht, maar op de meest voorkomende.

Onze dierenartsen staan voor u klaar om de uitslagen met u te bespreken en indien nodig te helpen met de monstername.

De veroorzakers van mastitis kunnen ingedeeld worden in koegebonden en omgevingsgebonden kiemen, hoewel er ook bacteriën zijn die beide eigenschappen hebben.

Koegebonden: Streptococcus agalactiae, Staphylococcus aureus, Coagulase Negatieve Staphylococcen

Omgevingsgebonden: Streptococcus uberis, Klebsiella, E. coli, Streptococcus dysgalactiae

Koegebonden verwekkers worden overgedragen van koe naar koe, waarbij voornamelijk melkmachine, -techniek, en -hygiëne een rol spelen. De omgevingsgebonden kiemen worden via de omgeving overgedragen, waarbij hygiëne van de roosters, ligboxen en koeien zelf belangrijk zijn. Het aandeel van koegebonden of omgevingsgebonden bacteriën kan helpen te bepalen wat voor maatregelen er nodig zijn in de preventie van verdere mastitis problemen.

Bacteriologisch onderzoek

In ons laboratorium op de praktijk kan melk bacteriologisch onderzocht worden en wordt daarbij ook een antibiogram uitgevoerd. Op deze manier krijg je in 3 dagen tijd een rapportage welke kiem in de melk gevonden is en voor welke antibiotica deze gevoelig is. Dit levert niet alleen gerichte behandeling op, maar bij het regelmatig insturen van melkmonsters kan ook op bedrijfsniveau een beeld gevormd worden welke kiemen er spelen. Dit is een onmisbaar onderdeel van het in kaart brengen en verbeteren van de uiergezondheid.

Aandachtspunten bij monstername

Voor een betrouwbare uitslag van het bacteriologisch onderzoek is het belangrijk dat de monstername zo steriel mogelijk gebeurt in de daarvoor bestemde melkbuisjes. Let op de volgende aandachtspunten:

  1. Draag schone melkershandschoenen.
  2. Melk de eerste stralen weg voor u het melkmonster neemt. Bij robotbedrijven is het ideale moment van monstername 6 uur na het laatste robotbezoek.
  3. Behandel droog voor en desinfecteer de speenpunt.
  4. Voorkom dat bij de monstername vuil of stof in het monsterbuisje komt.
  5. Lever de monsters zo snel mogelijk in na monstername: u kunt melkmonsters tot 24 uur in de koelkast bewaren. Als het langer dan 24 uur duurt voordat u de melkmonsters naar de praktijk brengt, is het beter om de melkmonsters in te vriezen.

Mengflora: Wanneer er op de uitslag ‘mengflora’ staat, betekent dit dat er in het melkmonster drie of meer verschillende soorten bacteriën zijn gevonden. Dit is meestal het gevolg van onzorgvuldige melkmonstername. Bijvoorbeeld geen goede desinfectie van de speenpunt, de koe trapt op moment van monstername, er is vuil in het buisje terecht gekomen of de monsters zijn onjuist bewaard of getransporteerd.

Geen groei: De uitslag ‘geen groei’ betekent dat in de bewuste test de mastitiskiemen waarop is onderzocht niet zijn gegroeid. Daar kunnen meerdere verklaringen voor zijn:

  • Geen mastitiskiemen aangetoond; in het melkmonster zitten geen mastitiskiemen.
  • In het melkmonster zitten groei remmende stoffen (antibiotica).
  • Er zit (te) veel tijd tussen eerste symptomen van mastitis en de monstername. Hoe eerder de monstername, hoe beter de verantwoordelijke kiem geïsoleerd kan worden.
  • Het kan zijn dat de verwekkende kiem niet in de test wordt meegenomen. Bij standaard bacteriologisch onderzoek wordt het melkmonster niet op alle mogelijke mastitiskiemen onderzocht, maar op de meest voorkomende.

Onze dierenartsen staan voor u klaar om de uitslagen met u te bespreken en indien nodig te helpen met de monstername.

Rundveedierenartsen Wolvega
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.