Mastitis is één van de meest voorkomende gezondheidsproblemen in de melkveehouder en kan grote financiële gevolgen hebben. Zowel in gevallen van klinische als subklinische mastitis. Deze schade ontstaat door productieverlies, het niet leveren van melk vanwege wachttijd van medicijnen, meer arbeid, vroegtijdig afvoeren van dieren en sterfte. Op elk bedrijf is de aanpak van problemen rondom uiergezondheid maatwerk.
Wat is de oorzaak van mastitis?
Mastitis ontstaat als de evenwicht tussen de weerstand van een koe en de infectiedruk vanuit de omgeving uit balans is. De weerstand op het gebied van uiergezondheid begint bij het slotgat en tepelkanaal die de eerste barrière vormen tegen bacteriën om binnen te dringen. Tussen de melkbeurten blijft het kanaal gesloten door een kringspier en door keratine, een wasachtig product dat bacteriegroei remt. Als het tepelkanaal of slotgat beschadigd, uitgestulpt of rafelig is, neemt het risico op mastitis toe – dit heet speenpuntvereelting. Na het melken kan het kanaal nog ‘openstaan’ omdat de spier en keratine hersteltijd nodig hebben. Laat koeien daarom 15–20 minuten staan na het melken. Goede conditie van speenpunten en een juiste melktechniek helpen de natuurlijke barrière in stand te houden.
Als bacteriën toch de uier bereiken, worden ze bij de eerstvolgende melkbeurt vaak uitgespoeld. In melk zitten stoffen zoals lactoferrine en immunoglobulines die de groei van bacteriën remmen en hun hechting tegengaan. Daarnaast spelen witte bloedcellen (leukocyten) een belangrijke rol bij het opruimen van indringers. Als de weerstand van de koe onder druk staat en deze afweer niet voldoende werkt, ontstaat een ontstekingsreactie (mastitis). Witte bloedcellen vormen een belangrijk deel van het celgetal. Ze vallen bacteriën aan en proberen deze op te ruimen. In zo’n geval komen er vanuit het bloed meer witte bloedcellen naar de plaats van ontsteking. Daardoor zal het celgetal stijgen. Als de infectie wordt overwonnen, eventueel met behulp van een passende behandeling, daalt het celgetal weer. Dit lukt niet altijd, bijvoorbeeld als de bacterie zich weet te nestelen en in te kapselen in de cellen van het uierweefsel of in een biofilm (soort slijmlaag). Het afweersysteem kan de bacterie niet opruimen en een behandeling kan de indringer moeilijk bereiken. Het celgetal blijft hoog omdat er witte bloedcellen vanuit het bloed bijgehaald worden om bacteriën te bestrijden, terwijl dit niet succesvol is.
Welke vormen van mastitis zijn er?
Mastitis kan in verschillende gradaties ingedeeld worden, afhankelijk van de mate waarin de ontstekingsreactie optreedt en ziekteverschijnselen zichtbaar zijn. Bij deze 3 vormen spreken we van klinische mastitis.
| Graad 1 | alleen afwijkende melk à waterig, vlokken, afwijkende kleur |
| Graad 2 | afwijkende melk en afwijkingen aan uier/kwartier à gezwollen, pijnlijk, hard, warm, rood |
| Graad 3 | zieke koe à koorts, sloom, niet/minder eten, ernstige afname melkproductie |
Wanneer er helemaal geen verschijnselen te zien zijn, maar het celgetal wel hoog is spreken we van subklinische mastitis.
Hoe kan mastitis aangetoond worden?
Bij individuele gevallen van mastitis is het aan te raden om een melkmonster te nemen. Op de praktijk kunnen we door middel van kweek de veroorzakende bacterie achterhalen en ook de gevoeligheid voor verschillende soorten antibiotica bepalen. Mocht de behandeling niet aanslaan, kan op basis van de uitslag voor een betere therapie gekozen worden. Ook bij subklinische mastitis kan bacteriologisch onderzoek helpen om passende behandeling te vinden.
Ten alle tijden draagt het nemen van melkmonsters op koeniveau bij aan het in kaart brengen van de uiergezondheid op bedrijfsniveau. Klinische gevallen van Klebsiella hebben bijvoorbeeld een andere prognose dan E. coli mastitis. Ook wanneer je passende preventieve maatregelen op het bedrijf wil invoeren is het noodzakelijk om melkmonsters te onderzoeken. Verschillende kiemen vereisen namelijk verschillende aanpak. Lees hier meer over koegebonden en omgevingsgebonden kiemen.
Naast individuele monsters is het ook mogelijk om tankmelk te laten onderzoeken. Hierdoor krijg je inzicht op bedrijfsniveau. Met deze waardevolle informatie over de kiemen die op het bedrijf voorkomen, kom je erachter wat de juiste aanpak is om tot een lager tankcelgetal te komen of het aantal gevallen van klinische mastitis omlaag te brengen.
Wat is de behandeling van mastitis?
Mastitis is in de meeste gevallen goed te behandelen met antibiotica. Voor een succesvolle behandeling is het van belang dat er middelen gebruikt worden waarvoor de veroorzakende bacterie gevoelig is. Bacteriologisch onderzoek van melk en een antibiogram geven hier inzicht in.
Klinische mastitis heeft de meeste kans op genezing wanneer behandeling direct na het opsporen van de ontsteking begint. Naast uierinjectoren kunnen in overleg met de dierenarts antibiotica injecties of andere ondersteunende behandelingen gegeven worden, bijv. pijnstilling of infusen.
Subklinische mastitis kan tijdens de lactatie behandeld worden, maar vaak vindt een behandeling in de droogstand plaats. Ook hier geldt dat de kans op genezing kleiner wordt wanneer de bacterie langer in het uierweefsel aanwezig is. Het moment van behandeling moet per koe overwogen worden waarbij verschillende factoren meegenomen worden: hoogte van het celgetal, de eigenschappen van de verwekker, risico van besmetting van andere dieren, etc.
Bedrijfsspecifieke aanpak
Het structureel verbeteren van de uiergezondheid binnen een bedrijf vergt een passend plan. In kaart brengen, doelstellingen maken, concrete actiepunten opstellen en blijven evalueren zijn hierin noodzakelijk. Je dierenarts kan helpen om zo’n plan vorm te geven en dit samen regelmatig evalueren en updaten.
Mastitis is één van de meest voorkomende gezondheidsproblemen in de melkveehouder en kan grote financiële gevolgen hebben. Zowel in gevallen van klinische als subklinische mastitis. Deze schade ontstaat door productieverlies, het niet leveren van melk vanwege wachttijd van medicijnen, meer arbeid, vroegtijdig afvoeren van dieren en sterfte. Op elk bedrijf is de aanpak van problemen rondom uiergezondheid maatwerk.
Wat is de oorzaak van mastitis?
Mastitis ontstaat als de evenwicht tussen de weerstand van een koe en de infectiedruk vanuit de omgeving uit balans is. De weerstand op het gebied van uiergezondheid begint bij het slotgat en tepelkanaal die de eerste barrière vormen tegen bacteriën om binnen te dringen. Tussen de melkbeurten blijft het kanaal gesloten door een kringspier en door keratine, een wasachtig product dat bacteriegroei remt. Als het tepelkanaal of slotgat beschadigd, uitgestulpt of rafelig is, neemt het risico op mastitis toe – dit heet speenpuntvereelting. Na het melken kan het kanaal nog ‘openstaan’ omdat de spier en keratine hersteltijd nodig hebben. Laat koeien daarom 15–20 minuten staan na het melken. Goede conditie van speenpunten en een juiste melktechniek helpen de natuurlijke barrière in stand te houden.
Als bacteriën toch de uier bereiken, worden ze bij de eerstvolgende melkbeurt vaak uitgespoeld. In melk zitten stoffen zoals lactoferrine en immunoglobulines die de groei van bacteriën remmen en hun hechting tegengaan. Daarnaast spelen witte bloedcellen (leukocyten) een belangrijke rol bij het opruimen van indringers. Als de weerstand van de koe onder druk staat en deze afweer niet voldoende werkt, ontstaat een ontstekingsreactie (mastitis). Witte bloedcellen vormen een belangrijk deel van het celgetal. Ze vallen bacteriën aan en proberen deze op te ruimen. In zo’n geval komen er vanuit het bloed meer witte bloedcellen naar de plaats van ontsteking. Daardoor zal het celgetal stijgen. Als de infectie wordt overwonnen, eventueel met behulp van een passende behandeling, daalt het celgetal weer. Dit lukt niet altijd, bijvoorbeeld als de bacterie zich weet te nestelen en in te kapselen in de cellen van het uierweefsel of in een biofilm (soort slijmlaag). Het afweersysteem kan de bacterie niet opruimen en een behandeling kan de indringer moeilijk bereiken. Het celgetal blijft hoog omdat er witte bloedcellen vanuit het bloed bijgehaald worden om bacteriën te bestrijden, terwijl dit niet succesvol is.
Welke vormen van mastitis zijn er?
Mastitis kan in verschillende gradaties ingedeeld worden, afhankelijk van de mate waarin de ontstekingsreactie optreedt en ziekteverschijnselen zichtbaar zijn. Bij deze 3 vormen spreken we van klinische mastitis.
| Graad 1 | alleen afwijkende melk à waterig, vlokken, afwijkende kleur |
| Graad 2 | afwijkende melk en afwijkingen aan uier/kwartier à gezwollen, pijnlijk, hard, warm, rood |
| Graad 3 | zieke koe à koorts, sloom, niet/minder eten, ernstige afname melkproductie |
Wanneer er helemaal geen verschijnselen te zien zijn, maar het celgetal wel hoog is spreken we van subklinische mastitis.
Hoe kan mastitis aangetoond worden?
Bij individuele gevallen van mastitis is het aan te raden om een melkmonster te nemen. Op de praktijk kunnen we door middel van kweek de veroorzakende bacterie achterhalen en ook de gevoeligheid voor verschillende soorten antibiotica bepalen. Mocht de behandeling niet aanslaan, kan op basis van de uitslag voor een betere therapie gekozen worden. Ook bij subklinische mastitis kan bacteriologisch onderzoek helpen om passende behandeling te vinden.
Ten alle tijden draagt het nemen van melkmonsters op koeniveau bij aan het in kaart brengen van de uiergezondheid op bedrijfsniveau. Klinische gevallen van Klebsiella hebben bijvoorbeeld een andere prognose dan E. coli mastitis. Ook wanneer je passende preventieve maatregelen op het bedrijf wil invoeren is het noodzakelijk om melkmonsters te onderzoeken. Verschillende kiemen vereisen namelijk verschillende aanpak. Lees hier meer over koegebonden en omgevingsgebonden kiemen.
Naast individuele monsters is het ook mogelijk om tankmelk te laten onderzoeken. Hierdoor krijg je inzicht op bedrijfsniveau. Met deze waardevolle informatie over de kiemen die op het bedrijf voorkomen, kom je erachter wat de juiste aanpak is om tot een lager tankcelgetal te komen of het aantal gevallen van klinische mastitis omlaag te brengen.
Wat is de behandeling van mastitis?
Mastitis is in de meeste gevallen goed te behandelen met antibiotica. Voor een succesvolle behandeling is het van belang dat er middelen gebruikt worden waarvoor de veroorzakende bacterie gevoelig is. Bacteriologisch onderzoek van melk en een antibiogram geven hier inzicht in.
Klinische mastitis heeft de meeste kans op genezing wanneer behandeling direct na het opsporen van de ontsteking begint. Naast uierinjectoren kunnen in overleg met de dierenarts antibiotica injecties of andere ondersteunende behandelingen gegeven worden, bijv. pijnstilling of infusen.
Subklinische mastitis kan tijdens de lactatie behandeld worden, maar vaak vindt een behandeling in de droogstand plaats. Ook hier geldt dat de kans op genezing kleiner wordt wanneer de bacterie langer in het uierweefsel aanwezig is. Het moment van behandeling moet per koe overwogen worden waarbij verschillende factoren meegenomen worden: hoogte van het celgetal, de eigenschappen van de verwekker, risico van besmetting van andere dieren, etc.
Bedrijfsspecifieke aanpak
Het structureel verbeteren van de uiergezondheid binnen een bedrijf vergt een passend plan. In kaart brengen, doelstellingen maken, concrete actiepunten opstellen en blijven evalueren zijn hierin noodzakelijk. Je dierenarts kan helpen om zo’n plan vorm te geven en dit samen regelmatig evalueren en updaten.